Wat volwassenen en kinderen elkaar kunnen leren over rouw

Het begint met één pikzwarte wolk, op het schutblad. Lees je het prentenboek Siens hemel zonder op de woorden te letten, dan zie je illustrator Annemarie van Haeringen het hele verhaal vertellen. Uit een doodeenvoudige zwarte wolk schept zij een schitterende metafoor voor rouw. Het verhaal wordt de eerste bladzijden verteld tegen een zwarte achtergrond, met in een hoekje wat kleur. Blader verder, en de kleur krijgt steeds meer ruimte. En uitgezoomd blijkt de zwarte wolk geen wolk, maar de contouren van een hond. In de kleurenachtergrond verschijnen kleine hondjes, dollend in de regen, spelend met bal, tak en etensbak.

Dat zegt, zonder het te zeggen: mettertijd krimpt het verdriet, en groeien de herinneringen. Het wonderschone verhaal van Bibi Dumon Tak over de hond Sien vertelt dat ook, maar op een andere manier. Het begint buitengewoon mooi: ‘Er stonden zwarte wolken aan de hemel toen Sien vertrok. De lucht rommelde. De regen trommelde. Maar wij hoorden alleen hoe Siens laatste, allerlaatste adem over de rand van de mand heen woei.’

Poëzie, waaruit blijkt dat Dumon Tak voor kinderen schrijft, met volwassen ernst. Je ziet het nog beter aan de bijzondere wij-verteller. Klein Broertje is degene die ‘ons’ vragen stelt over waar Sien nu is: ‘Kan ze rennen op de wolken? Is er iemand die haar aait?’ En ‘wij’ proberen te antwoorden, maar we willen niet liegen dat we het weten.

Als een volwassene dit aan een kind voorleest, klopt het perspectief volledig en vertelt Siens hemel over wat volwassenen aan kinderen kunnen leren over rouw, en andersom – want Klein Broertje hoort geblaf uit de hemel. ‘En toen we ons gezicht naar de lucht toe keerden hoorden wij het ook. Echt.’ Zelden was één woord zo dubbelzinnig en troostrijk.