Warmte verraadt de valsspelers onder de wielrenners

Techniek Dat wielrenners zelf doping gebruiken is geen nieuws meer. Dat ze ook hun fietsen heimelijk versterken wel. Hoe zouden ze dat doen?

Drie typen motoren die profwielrenners mogelijk gebruiken

Tijdens de klassieke wielerwedstrijd Strade Bianchi hebben zeven renners zich laten bijstaan door een elektromotor. Dat berichten journalisten van de Franse zender Stade2 en de Italiaanse krant Corriere della Serra. De valsspelers zouden zijn herkend aan de warmteontwikkeling van de gebruikte elektromotoren die met een thermografische camera was zichtbaar gemaakt. In de berichten komen drie motoren aan de orde.

De ‘ouderwetse motor’

In vijf van de zeven gevallen was die warmteontwikkeling onmiskenbaar en zat hij ook op een inmiddels bekende plaats: onderin de zitbuis van de fiets, pal boven de bracketas (trapas), precies daar waar de Belgische wielrenster Femke Van den Driessche haar motortje had verstopt. Dit concept wordt in wielerkringen inmiddels ‘ouderwets’ genoemd. De bedoelde elektromotor met een vermogen van 200 watt drijft met een haakse overbrenging een speciaal tandwiel aan dat vooraf op de trapas is gemonteerd. De benodigde stroom komt van een serie lithium-ion batterijen die ook in de zitbuis zijn opgenomen.

De ‘as-motor’


De twee journalisten meenden bij twee racefietsen ook een verdachte warmteontwikkeling in de achterassen te hebben gedetecteerd. Zij concluderen dat ook daar een motor heeft gezeten, die zijn stroom betrok van lithium-ion batterijen in de zitbuis. Het concept van de ‘hub motor’, de motor die rechtstreeks de as aandrijft, is al oud. Nieuw zou dan zijn dat de motor zó klein was dat hij verborgen kon blijven achter de tandwielcassette van de racefiets. In hun speurtocht naar zulke motoren vonden de twee inderdaad een minimotortje dat 40 watt leverde. Maar inmiddels betwijfelen experts of de gedetecteerde warmte bij de achteras wel zo verdacht was.

De ‘magneetmotor’

Er zou volgens de journalisten van de Corriere en Stade2 ook een volkomen nieuw, derde motortype zijn bedacht. De Hongaarse technicus Istvan Varjas beweert dat er racefietsen zijn die 25 of meer kleine elektromagneten in de koolstofvelgen van het achterwiel hebben opgenomen en die in elektromagnetische wisselwerking met inductiespoelen (opgenomen in de staande vorken) wel een vermogen van een paar honderd watt kunnen leveren. Hoe dit principe precies werkt is nog onduidelijk, de berichtgeving in de Stade2-documentaire en de Corriera is chaotisch, net als in diverse wielerbladen. Het grote vermogen moet uiteraard weer door batterijen geleverd worden en die kunnen dat logisch gesproken maar heel kort. Tenzij, zoals ook wordt beweerd, de motor bij afdalingen energie teruglevert aan de batterijen.