Overwinning voor overleden ploeggenoot

Amstel GoldRace Enrico Gasparotto won voor de tweede keer de Amstel Goldrace. De Italiaan droeg zijn zege op aan zijn onlangs overleden ploeggenoot.

Gasparotto, die in de sprint afrekende met de Deen Michael Valgren, passeerde de eindstreep met drie handkussen naar de hemel. Foto Bas Czerwinski / ANP

Een foto van de verongelukte Antoine Demoitié zit met zes plakbandjes vast, rechts onder op de ruit van de bus van Wanty-Groupe Gobert. „Gisteravond is zijn vrouw nog naar het hotel van de ploeg gekomen”, vertelt ploegleider Hilaire Van der Schueren, terwijl zijn stem breekt. „Als Antoine ons boven ziet, gaat hij gelukkig zijn.”

Een paar minuten eerder heeft zijn Italiaanse kopman Enrico Gasparotto voor de tweede keer in zijn carrière de Amstel Goldrace gewonnen. „Gemengde gevoelens”, mompelt Van der Schueren aangedaan. Drie weken geleden kwam zijn renner Antoine Demoitié voor zijn ogen om het leven in Gent-Wevelgem toen hij na een val werd overreden door een volgmotor. En nu wint een andere renner van zijn bescheiden ploegje zomaar een van de voorjaarsklassiekers. „Je bent blij, maar je mist een van je zoons. Ik heb gejuicht met een traan in mijn ogen.”

Gasparotto zelf, die in de sprint afrekende met de Deen Michael Valgren, passeerde de eindstreep met drie handkussen naar de hemel. Zoals Lance Armstrong in de Tour van 1995 een ritzege opdroeg aan zijn omgekomen ploegmaat Fabio Casartelli of wereldkampioen Paolo Bettini zijn overleden broer Sauro herdacht bij winst in de Ronde van Lombardije van 2006. „Ik weet nu wat de jongens van Trek, Motorola en Movistar voelden”, verwees de 34-jarige Gasparotto naar de eerder verongelukte Wouter Weylandt, Casartelli en Xavier Tondo. „Het is zoiets verschrikkelijks. Het was ook niet makkelijk om vandaag te fietsen.”

Drie weken geleden overleed Demoitié tijdens Gent-Wevelgem

Nee, nooit zal hij het moment vergeten dat zijn ploeg hem het tragische nieuws vertelde. „Het was na de Ronde van Catalonië, op het vliegveld van Barcelona. Vanaf dat moment voelde ik me ziek van binnen en kon ik niet slapen.” In overleg met de ploeg sloeg hij de begrafenis over ten faveure van een hoogtestage. „Iedereen zei: Gaspa, blijf op Tenerife. Zorg dat je goed bent in jouw wedstrijden, daar kun je iets voor Antoine terugdoen. Het was de goede keuze. Ik zag mijn ploeggenoten niet huilen, zag zijn vrouw niet huilen. Ik bleef heel geconcentreerd, voelde een grote verantwoordelijkheid. In m’n eentje reed ik zeven uur per dag op de fiets, 4.500 hoogtemeters. Daar had ik de tijd om over alles na te denken. En ik ging een paar kilometer harder dan normaal.”

Dan terug naar huis, afgelopen woensdag achter Petr Vakoc tweede in de Brabantse Pijl, met de ploeg ‘op hotel’ voor de Goldrace. En de avond voor de wedstrijd, die hij in 2012 al eens won, die emotionele ontmoeting van de ploeg met de vrouw van Demoitié. „Astrid wilde van A tot Z weten hoe het ongeluk gebeurd was”, vertelt Van der Schueren. „Ik reed ernaast toen het gebeurde. Dat vertel je dan aan een vrouw van 24 jaar, ze waren net zes maanden getrouwd, gingen een huis bouwen. Alle renners zaten te snikken en te snakken.”


De gedachten richten op een wielerwedstrijd? „Jongens, we moeten naar de Amstel”, had Van der Schueren uiteindelijk gezegd. De ervaren Belgische ploegleider won als assistent van Jan Raas de Goldrace al met Joop Zoetemelk (1987), Jelle Nijdam (1988) en Frans Maassen (1991). „We moeten een planneke maken, zei ik de jongens. We hebben een half uurtje gesproken. Er gaat eentje mee met een vroege vlucht en vijf man blijven de hele dag bij Gasparotto.”

De Brit Mark McNally had op het laatste moment 900 kilometer gereden na een koers in Frankrijk om een zieke ploeggenoot te vervangen. „Zijn rol was om mij in het eerste deel van de wedstrijd te beschermen”, vertelde Gasparotto na afloop. „Maar zestig kilometer voor het einde reed hij er nog. Dat gaf mij nog extra kracht. Kenny Dehaes reed tachtig kilometer voor de finish nog een keer langs het hele peloton naar voren om me een bidon te geven. ‘Gaspa I’m fucked’, zei hij. Die jongens hebben zo hard voor me gewerkt, dan moet je iets voor ze terugdoen.” Al was hij verkleumd van de regen en de kou in de zware afvalkoers, die pas in de laatste kilometers spannend werd om naar te kijken. „Er was één moment dat ik aan opgeven dacht”, gaf Gasparotto toe. Maar opgeven, dat kon gewoon niet. „Dan denk je aan Antoine en dan moet je doorgaan.”