Oplossing zoeken voor Pakistan

Pakistan is wat koortsig, en dat is jammer aldus Mohsin Hamid. Het land is namelijk ondanks misstanden een politiek laboratorium waar de wereld haar voordeel mee kan doen.

Protestmars in Karachi tegen Amerikaanse drone-aanvallen in 2013 Foto AFP/Rizwan Tabassum

Het is 2010 wanneer de Pakistaanse auteur Mohsin Hamid met vrienden door Amsterdam loopt. Ze komen allemaal uit Pakistan, alleen anders dan hij wonen ze niet meer in Lahore maar in Amsterdam. Zorgeloos zijn ze allerminst: dit is het land waar een parlementslid de koran wil verbieden en een documentaire onder de titel Fitna maakte. Sowieso ervaren ze steeds meer intolerantie op straat.

‘Terwijl we langs wiet verkopende coffeeshops en ramen met daarachter legale prostituees liepen bleef een vreemde gedachte zich aan me opdringen: dat Anne Frank, die blijvende herinnering aan een doorgeslagen intolerantie, een beschermengel voor de Amsterdamse moslims kon zijn. Wat een droefenis dat in een stad met zo’n verleden een religieuze minderheid op een dag behoefte kon hebben aan een dergelijke beschermengel.’

Het is een gedachte die hij verwoordt in het titelessay van de bundel Onbehagen en beschaving. Dat dit het eerste beeld is dat van Amsterdam blijft hangen, is niet helemaal wat we willen horen, maar het past wel in de wereld van Hamid, zoals niet alleen uit deze bundel blijkt, maar ook uit zijn eerdere werk.

Knuffelallochtoon

Hamid, auteur van de verfilmde bestseller The Reluctant Fundamentalist en de satirische roman How to Get Filthy Rich in Rising Asia, is een intrigerende auteur die als hij net als zijn kennissen in Nederland zou wonen alles in zich heeft om een tv-knuffelallochtoon te worden. Feilloos fileert hij de waanideeën van Europeanen, Amerikanen en Pakistanen.

Onbehagen en beschaving is geen fictie, maar een verzameling artikelen waarin hij zijn visie op Pakistan geeft, die hij ontwikkelde toen hij naar Lahore terugkeerde, na jaren in Londen en New York gewoond te hebben. Pakistan is volgens hem een laboratorium van de wereld. De onderlinge verschillen in etniciteit zijn groot, de verhouding met de Verenigde Staten staat op scherp, in de lucht hangen drones, de adem van India is dagelijks te voelen. Het land zucht onder toenemend extremisme, maar tegelijkertijd zijn rechters een onafhankelijke macht geworden en staan er meer vrouwen op de kieslijst dan in Nederland. Daartegenover staat weer een verheerlijking van extremisme, een permanente conflict over Kashmir en het dreigend spaak lopen van een democratie. ‘Het loopt niet slecht af met de wereld als het slecht afloopt met Pakistan, maar de wereld zal wel gezonder zijn als Pakistan gezond is,’ aldus Hamid.

Hij gaat op zoek naar oplossingen. Zo meent Hamid dat de basis van alle problemen vooral ligt in het voortslepende conflict met India, maar komt hij ook met meer abstracte ideeën. Zo is hij voorstander van het laten vervagen van natiestaten binnen Azië, omdat dat beter werkt dan wat Europa wil met haar poging een übernatie te creëren. En, zo stelt hij voor, moeten we meer oog hebben voor de voordelen van hybriditeit. Immers: ‘Hybride mensen tonen aan dat de grenzen tussen groepen fictief zijn.’ Die visie bevestigt zijn idee over de mogelijke rol van Anne Frank als beschermengel van zijn vrienden.

Interessanter zijn de verhalen vanuit Lahore waarin hij zich opwindt over de omgang met minderheden, het bekijken van de film Avatar in een filmzaal waar geen 3D is, maar wel veel gejuich opklinkt wanneer ‘grondstofbeluste Amerikaanse mariniers die terreur met terreur bestrijden’ worden afgetuigd door ‘vertegenwoordigers van een exotisch ras met blauwe huid’. Problematischer wordt het wanneer alle internet en mobiele telefonie afgesloten wordt omdat de film Innocence of Muslims uit is. Sms’jes met de mededeling dat de bioscoop waar de film getoond zou worden door een aardbeving, dankzij de toorn des Heren is ingestort, bereikt wel iedereen met een telefoon.

Wrang is Hamid wanneer hij een essay opent met ‘Afgelopen maandag werd de oogarts van mijn moeder en mijn zus vermoord.’ Kwaad wanneer het om de drone-aanvallen gaat, de mislukte beloftes van Obama of het toenemend extremisme in zijn land. Voorspelbaar wanneer hij zich keert tegen de term The Great American Novel, omdat deze provinciaals zou zijn en een nawee van koloniaal denken.

Onthoofding

Hoewel dus niet alles even interessant is wat er in de bundel staat – sommige essays lijken wat achterhaald of er wordt te veel in gebabbeld over de liefde voor zijn vrouw en kinderen – getuigt het van lef om het achterste van je tong te laten zien in het belijden van de liefde voor je land.

Hamid zal met deze bundel ongetwijfeld minder gewaardeerd worden dan om zijn romans, die voor ons in West-Europa beter te begrijpen zijn. We kunnen ons immers beter verplaatsen in een cynicus die als tip geeft ‘wees bereid geweld te gebruiken’ om stinkend rijk te worden in Azië. We zien ook een bevestiging in de barbaarsheid van een onthoofding in een verhaal dat hij voor Granta schreef, waarbij de onthoofding tot in detail wordt beschreven (met de onsmakelijke slotzinnen ‘I hear the sound of my blood rushing out and I open my eyes to see on the floor like ink and I watch as I end before I am empty’). En dat moslims extremer worden, zoals in The Reluctant Fundamentalist, past ook binnen ons wereldbeeld. Maar dat Pakistan koortsig is, is een understatement dat wij hier niet kunnen volgen. Dat het land ziek is grotendeels door toedoen van het Westen en dat de haat voor Amerika met Obama alleen maar toeneemt, zou je een inconvenient truth kunnen noemen.