Maarten Engeltjes knipoogt naar de glorie van castraten

Als een klassieke rockster – zo daalde countertenor Maarten Engeltjes in smoking de trap af naar het podium van het Concertgebouw. Zijn entree werd gelanceerd door de lekker opruiende koperblazers van de Battaglia uit Händels Rinaldo.

Was het ijdelheid, die glamouropkomst? Nee, Engeltjes is juist een ónijdel en intelligent zanger; zijn entree was een knipoog naar de glorietijd van de castraten. Wil je pralende virtuositeit, dan beschikken mannenalten als Fagioli of Cencic ook over meer laserachtige stemmen. Maar zoals Engeltjes Se in fiorito zong, zo slank, romig en in fantasievolle dialoog met concertmeester Nikolic, dat doen weinigen hem na.

Zo verliep het hele, pauzeloos aan Händel gewijde programma zonder moment waarop de gedrevenheid inzakte. Nikolic vuurde het hier met barokstrijkstokken spelende Nederlands Kamerorkest aan tot een mix van vuur, souplesse en ingetogenheid die niet voor een gespecialiseerd ensemble onderdeed. En geïnformeerd en authentiek klonk het ook, mede omdat Nikolic – met in zijn slipstream de strijkerssectie – van nature zo beeldend speelt dat barokke figuren als bitter prikkende tranen je niet konden ontgaan.

Engeltjes koos een fraaie mix van virtuoze en ingetogen aria’s en behield die afwisseling in twee toegiften: een extatisch Venti turbini, weer in alerte dialoog met Nikolic, dat hier nergens het geëxalteerde karakter aannam dat een zanger als Jaroussky er wel in kan leggen. Prachtig, net als daarna de onopgesmukte verstilling van Where ‘Er you walk.