Is de fut er een beetje uit, bij D66?

Na zeven vette jaren heeft D66 het tij niet meer mee. „Er mag absoluut wat meer elan bij”, klonk het op het congres.

Natuurlijk, de jongeren in de partij zijn altijd kritisch – ook bij D66. Toch was de toespraak van Elene Walgenbach opmerkelijk. Op het D66-congres, zaterdag, sprak de voorzitter van de Jonge Democraten de partijtop vermanend toe. „Dit is niet het idealistische D66 waarvan ik lid ben geworden.” Ze miste „lef” bij haar partij. D66 wil te veel de kiezer behagen. „We zouden de kernboodschap niet alleen moeten laten bepalen door marktonderzoek.”

Is de fut eruit? Die vraag hing boven de markt in Papendal, waar D66 haar voorjaarscongres hield. Na zeven vette jaren hebben de Democraten last van tegenwind. De aanwas van nieuwe leden is gestokt. In de peilingen is de trend neerwaarts: na succesvol verlopen lokale en Europese verkiezingen staat er nu nog slechts een mager virtueel winstje. Oudgedienden mopperen dat de partij te rechts is geworden. En het Oekraïnereferendum draaide uit op een teleurstelling: ondanks een intensieve campagne wist D66 een ‘nee’ niet te voorkomen.

Er zijn ook personele problemen. Maar liefst drie van de twaalf Kamerleden verlieten het afgelopen half jaar de fractie. Dieptepunt was de affaire-Wassila Hachchi, die naar de VS ging om voor de campagne van presidentskandidaat Clinton te gaan werken.

Een poging van het partijbestuur om dergelijke echecs te voorkomen, strandde zaterdag: de leden verwierpen een voorstel om nieuwe Kamerleden te laten beloven prudent om te gaan met hun kiezersmandaat en wachtgeld.

De sfeer in Papendal was onmiskenbaar minder positief dan bij vorige congressen. In de wandelgangen gaven D66’ers eerlijk toe dat de partij wat bleekjes is de laatste tijd. „Er mag absoluut wat meer elan bij”, aldus Kamerlid Kees Verhoeven.

Volgens oud-Kamerlid Boris van der Ham zou D66 het profiel moeten verbreden. „Wat vindt de partij van de ouderenzorg en van de radicale islam? Als je een grote partij wil zijn, moet je dat laten zien.” Bij het islamvraagstuk ziet hij bij zijn partij „een reflex van politieke correctheid”.

En dan de leider. In tien jaar tijd bezorgde Alexander Pechtold zijn partij zeven verkiezingszeges op rij. Maar sinds D66 niet meer cruciaal is als gedoger van het kabinet-Rutte II, is hij minder sprankelend. Zijn voorstel voor een ‘Nationaal Actieplan Vluchtelingen’, enkele weken terug, oogstte honende reacties in Den Haag.

Over zijn positie hoeft Pechtold zich geen zorgen te maken. Hij kandideerde zich als lijsttrekker voor de Kamerverkiezingen van 2017 – niemand verwacht dat hij een uitdager krijgt. In zijn toespraak benadrukte Pechtold dat D66 volgend jaar in het kabinet móét komen. Hij hintte erop dat hij zich bij de verkiezingen minder zal opstellen als hervormer.

„Het is echt niet zo”, zei senator Paul Schnabel in de lobby, „dat wij denken: hoe nu verder?”