‘Ik ben bang dat ze er nog onder liggen’

Reportage Ecuador Bij de zwaarste aardbeving sinds 1979 vielen zaterdag zeker 272 doden en 2.500 gewonden. „Het was einde van de wereld.”

Inwoners van de Ecuadoraanse stad Guayaquil overnachtten in een park na de aardbeving dit weekend. Foto/ MARCOS PIN MENDEZ/AFP

Hele families die in de felle zon graven in het puin van hun ingestorte huizen op zoek naar hun geliefden. De ravage in de kuststad Manta na de zware aardbeving in Ecuador van zaterdagavond is enorm.

Onder een brug op een rotonde midden in het centrum van het zo’n 200.000 inwoners tellende Manta zit de 15-jarige Alison helemaal alleen op een oude sofa wezenloos rijst uit een plastic bakje te lepelen. Op de vraag hoe erg ze getroffen is door de aardbeving wijst ze naar het totaal ingestorte huis aan de overkant.

„Gelukkig waren we niet thuis, ik was met mijn moeder en zusjes boodschappen aan het doen. Maar vannacht moeten we in de auto slapen.”

Het dodental van de aardbeving met een kracht van 7,8 op de schaal van Richter staat officieel op 272. Maar een zichtbaar aangeslagen president Rafael Correa die vanuit Rome halsoverkop naar het rampgebied is gereisd waarschuwt de bevolking dat het aantal doden nog fors kan oplopen. „Zo groot de ramp en de uitdagingen zijn, zo groot is ook de geest van de Ecuadoranen. We moeten allemaal verbonden zijn op deze moeilijke momenten”, zei hij in een op alle radio- en TV-kanalen uitgezonden geïmproviseerde persconferentie.

Zo groot de ramp en de uitdaging, zo groot is ook de geest van Ecuadoranen

Rafael Correa, president Ecuador

Er zijn ruim 2.500 gewonden geteld – van wie een deel in levensgevaar – en ook nog veel vermisten. Zo vertelt de gemoedelijke vijftiger Eduardo Duran zittend op een plastic stoel voor zijn tot zijn grote geluk nauwelijks beschadigde woning dat in het ingestorte huis aan de overkant een familie van zeven mensen woonde.

„Maar ik heb vanmorgen alleen één van de dochters dood onder het puin vandaan zien komen. Van de ouders en de andere kinderen hebben we nog helemaal niks gehoord. Ik ben bang dat ze er nog onder liggen.”

SITE_aardbeving

De lokale brandweer, politie en ziekenhuismedewerkers zijn al vanaf het moment van de aardbeving non-stop aan het werk, maar dat is lang niet voldoende om overal waar huizen, hotels en flatgebouwen zijn ingestort gericht te kunnen zoeken en hulp te kunnen verlenen. Veel mensen zijn in afwachting van de professionals dan ook zelf met blote handen in het puin aan het graven op zoek naar hun geliefden.

Gelukkig is hulp onderweg. Op de toegangswegen naar het getroffen gebied reden zondagmiddag veel militaire vrachtwagens en brandweerwagens.

Mobiele ziekenhuizen

In de nacht van zondag op maandag zijn twee mobiele ziekenhuizen opgebouwd in Portoviejo en Chone. Ook het Ecuadoraanse Rode Kruis heeft 1.200 vrijwilligers ingezet.

Maar in Pedernales vlakbij het epicentrum staan ze er voorlopig nog alleen voor. Burgemeester Gabriel Alcivar zegt dat het bij hem niet gaat om een huis dat is ingestort, maar om een hele stad. De hulpverlening wordt bemoeilijkt omdat in de getroffen gebieden al sinds de aardbeving geen stroom en internet meer is en ook geen mobiel telefoonverkeer mogelijk is.

Toch is het in Manta geen totale chaos. De sfeer op straat is eerder gemoedelijk en gelaten dan paniekerig of heel verdrietig. Wel staan er lange rijen voor de benzinepompen van mensen die weg willen uit het gebied uit angst voor naschokken en dreigend gebrek aan voedsel en medicijnen.

„Het was het einde van de wereld, man. Mijn vrouw en kinderen waren gelukkig de stad uit, maar ik heb nog nooit zoiets meegemaakt”, zegt Luis Mero voor zijn zwaar beschadigde huis. „Ik was om de hoek op straat toen alles begon te trillen en zag zo een hele muur naar beneden komen.”

Even verderop is ondernemer Roberto Jumbo zelf maar vast begonnen met puin ruimen. Van de schoenenzaak van de twintiger is nauwelijks nog iets over, maar hij is optimistisch: „Al die bakstenen gaan we vermalen en dan bouwen we een mooie nieuwe zaak.” Bij doorvragen blijkt dat niet alleen zijn winkel is verwoest, maar ook zijn huis in de verderop gelegen stad Portoviejo. Toch blijft Roberto glimlachen:

„Wat moet je anders? Als ik dat niet zou doen zou ik alleen maar last van mijn lever krijgen.”