Graskaas

De kaasboer die wij frequenteren had zonder het zelf te weten een zekere faam. Dat had niets met kaas maar alles met zijn manier van doen te maken. Het was niet omdat hij onaardig was dat de mensen zich hem herinnerden, het was zijn sociale onhandigheid. Hij was van de verkeerde grap of een opmerking op het verkeerde moment, iemand die juist als je haast hebt aan een heel verhaal begint en vooral iemand die zijn eigen zin doordrijft.

Voorbeeld: de vriendin houdt van jongbelegen en ik van jonge kaas, maar dat maakte hem niet uit. We kwamen altijd met een stuk graskaas thuis. Dat zei hij overigens pas na het afrekenen, dat hij van de bestelling een stuk graskaas had gemaakt.

Bij de graskaas kwamen kaaszegels.

Geen idee waar je die kaaszegels voor kon inwisselen, voor graskaas waarschijnlijk.

De wisselkoers voor een kaaszegel was vijf euro, maar hij telde nadrukkelijk royaal drie kaaszegels als er voor 14,95 graskaas was gekocht.

„Ik maak het gewoon af op drie kaaszegels….”

En, terwijl het stickervel met kaaszegels door zijn vingers gleed: „Een, twee, drie kaaszegels… Drie!”

Ik wist dan niet hoe blij ik moest zijn.

Laatst zei hij tegen de dochter van nul, ze lacht normaal tegen iedereen maar bij hem zette ze het op een huilen: „Jij krijgt geen stukje kaas!”

Ik bestelde een pondje jonge kaas, maar hij sneed weer eens een stuk graskaas af. Ik gaf geld en terwijl ik een speen in De Dochter probeerde te proppen, zei hij: „Die is nog steeds boos omdat ze geen stukje kaas krijgt.”

Ik antwoordde dat ze huilde om haar vader omdat die lul zich weer eens graskaas voor jonge kaas liet verkopen.

„Gewoon laten jengelen”, zei hij, alsof niet hij, maar wij een probleem hadden.

Hij vertelde over hoe hij zijn dochter had opgevoed. „Als de slager vroeg of ze een stukje worst wilde keek ze me altijd voorzichtig aan. Ik keek dan van boven naar beneden terug en kneep dan net zo lang in dat handje tot ze uit zichzelf ‘Nee meneer, dank u wel’ zei. Wij zijn middenstanders, geen bedelaars.”

Hij voegde eraan toe dat het goed was uitgepakt en dat ze inmiddels op de zaterdagen ook in de kaaswinkel staat.

Thuis gooiden we de kaaszegels tussen de andere kaaszegels in de keukenla. Waarom spaarden we eigenlijk kaaszegels?

Waarschijnlijk omdat we als de dochter een jaar of vijftien is recht hebben op een enorm stuk graskaas. Ik hoop dat we dat dan samen gaan halen, hand in hand.