Filmmaker op zoek naar de bron van de haat

Interview Nabil Ayouch, Marokkaans cineast Hij groeide op in de banlieue van Parijs en proefde de onthechting. ‘Mensen worden gevoed met haat. Wat brengen we onze jeugd bij?’

Haat. Dat is het thema waarmee de controversiële Marokkaanse filmmaker Nabil Ayouch (46) nu aan de slag is. Terroristische aanslagen zoals in Brussel en Parijs zijn voor hem een bevestiging dat in dit ene woord de oorzaak ligt van talloze problemen. En die problemen worden volgens hem almaar groter.

„Na een aanslag hoor je vrijwel nooit mensen oproepen tot verzoening. Dat zou misschien wel moeten. Waarom trekken we geen lering uit het verleden? Dit geweld stopt niet vanzelf. We hebben hier te maken met een universeel probleem. Met wat voor ideeën groeien straks nieuwe generaties op? Met nog meer haat? Wat brengen we onze kinderen bij?”

Ayouch houdt kantoor in een populaire wijk van de Marokkaanse stad Casablanca. Er staat steevast bewaking voor de deur, sinds vorig jaar zijn film Much Loved over zijn kijk op prostitutie in Marokko werd verboden. Hoofdrolspeelster Loubna Abidar is na doodsbedreigingen naar Frankrijk gevlucht.

Eerder onderzocht Ayouch wat jongeren ertoe bewoog om in 2003 zelfmoordaanslagen te plegen in Casablanca. In Les chevaux de Dieu (De paarden van God) laat hij zien hoe vier jongens door verschillende omstandigheden veranderen van spelende mannetjes in moordenaars. „Niemand wordt geboren als martelaar”, staat op de affiche van de film. „Vlieg, paarden van God, en de poorten van het paradijs zullen voor jullie opengaan”, zo luidt de heilige tekst waarin de jongens letterlijk zijn gaan geloven.

De film uit 2012 eindigt met de beelden van de bloedigste terreuraanslagen uit de geschiedenis van Marokko, op westerse restaurants, een luxehotel, een joods gemeenschapshuis en een joodse begraafplaats. Daarbij vielen 45 doden, onder wie 12 zelfmoordterroristen, allemaal afkomstig uit de sloppenwijk Sidi Moumen.

Langzaam werden ze gehersenspoeld

Filmmaker Nabil Ayouch.Foto Loïc Venance/AFP

„De jongens uit mijn film waren wanhopig op zoek naar hun identiteit. Het ontbrak hun aan onderwijs, de liefde van hun ouders. De infrastructuur om iets van het leven te maken was er niet. Hun wereld was heel klein. Ze geloofden anderen die het leven voor hen interpreteerden. Langzaam maar zeker werden ze gehersenspoeld. Ze vochten voor een hoger doel. Met het plegen van de aanslag zouden ze dat bereiken. Dachten ze.”

Het thema van zijn film staat nu weer volop in de aandacht. Wat bracht de aanslagplegers in Brussel en Parijs zover om in Europese hoofdsteden dood en verderf te zaaien? „Dat antwoord is niet zomaar te geven. Het doel is misschien wel hetzelfde. Maar de omstandigheden zijn anders”, zegt Ayouch op corrigerende toon. „De jongens uit mijn film groeiden op in een gemarginaliseerde achterbuurt en pleegden van daaruit de aanslagen. Ze gingen niet naar een ander land om ergens voor te vechten. De radicalen en terroristen van nu kun je niet zomaar even framen. Duitsers en Fransen met een goed leven gaan strijden voor Islamitische Staat. En bij aanslagen waren Tunesiërs, Algerijnen, Libiërs en Marokkanen betrokken.”

Ayouch vindt dat er geen onderscheid in nationaliteit of geloof moet worden gemaakt. „De afstand van Syrië naar Europa is heel wat kleiner dan naar Marokko. Geen enkel land wil aanslagen. Brainwashing is van alle tijden. Kijk naar de nazi’s in Duitsland. Waarom volgden die massaal een man die alle Joden wilde uitroeien en andere landen binnenviel? Vele Duitsers dachten dat ze het bij het rechte eind hadden. Neem de FARC in Colombia. Hoeveel doden heeft die organisatie op zijn geweten? Misschien is de invloed van het geloof het enige verschil. Toch moet dat niet worden overdreven. Verander het woord ‘religie’ eens in maffia. Een organisatie die in het zuiden van Italië talloze tegenstanders uit de weg ruimde. Wie de macht wil hebben, moet eerst de controle over zijn mensen hebben.”

Op zoek naar verklaringen gaat Ayouch terug naar zijn eigen jeugd. De banlieue van Parijs. Als zoon van een Marokkaanse vader en een Tunesische moeder groeide hij op in Sarcelles, noordelijk van de Franse hoofdstad. „Het leven was er keihard. We droomden als jongens van een land dat ons verbond, maar dat we zelf niet eens kenden. Je wilt iets voelen, maar weet niet wat. Op straat was het overleven. Overal waren messen. Veel van mijn vrienden zijn in de gevangenis beland of leven niet meer. Het niveau van de scholen was heel slecht. Ik werd door mijn moeder de goede kant op gedirigeerd. Ik kwam in de zogenoemde ‘Duitse klas’ terecht. Ik leerde die taal goed spreken.” En dan lachend: „Ich habe alles vergessen.

Vensters naar andere werelden

Ayouch zocht zijn heil buiten school in de activiteiten van het Forum des Cholettes. In het culturele centrum kwam hij in aanraking met kunst en cultuur. „Dat was een soort oase voor mij in Sarcelles. Ik ging daar naar theater, zag er mijn eerste concert, keek er naar films, leerde er zingen en tapdansen. Achteraf precies wat ik als kind nodig had: iets om mee bezig te zijn. Een doel in het leven. Maar daarvoor moet je als kind wel mogelijkheden krijgen. Juist in dit soort wijken moeten vensters openstaan naar andere werelden. Onderwijs is een sleutelwoord. Daarmee begint alles.”

Het was voor Ayouch een jongensdroom een eigen cultureel centrum te openen voor jongeren. Die droom werd in 2013 werkelijkheid. „Een jaar na mijn film ben ik teruggegaan naar Sidi Moumen. Ik zag hetzelfde als in mijn jeugd in Parijs. Een buurt die afgesloten was van de samenleving. Zonder perspectief. Tweederangs mensen. Met hulp van de overheid hebben we het culturele centrum Les Étoiles de Sidi Moumen geopend. Genoemd naar het boek van Mahi Binebine waarop mijn film gebaseerd was. Nu zijn daar vierhonderd jongens en meisjes met kunst bezig. En er is een tramlijn aangelegd, een verbinding naar het centrum van Casablanca. Twee verschillende werelden zijn letterlijk aan elkaar gekoppeld.”

Ayouch heeft het idee dat Marokko daadwerkelijk lessen heeft getrokken uit aanslagen in Casablanca en Marrakech. „Natuurlijk is er nooit helemaal de zekerheid dat er niets meer kan gebeuren. Maar ik voel me op dit moment wel veilig in Marokko. Misschien zelfs wel veiliger dan in Europa. Er wordt alles in het werk gesteld aanslagen te voorkomen. Ooit was ik trots dat ik in Frankrijk leefde. Het land van vrijheid, gelijkheid en broederschap. Nu is het Front National daar ongekend groot. Nederland is ook veel conservatiever dan mensen denken. Het beeld van het zo progressieve Amsterdam bestaat op het platteland niet. Dat voelde ik bij veel mensen. Ze worden gedreven door angst. Vroeger waren ze bang voor de toekomst, maar nu zijn ze dat voor het heden. Radicalen staan klaar met oplossingen. Aan beide kanten. Mensen worden gevoed met haat.”