Onderzoek: duizenden vrouwen krijgen jaarlijks onnodig chemotherapie

Kankertherapie Een DNA-test voorspelt of er bij borstkanker chemo nodig is na de operatie. De Nederlandse test is al lang op de markt, maar is nu grondig geëvalueerd.

Ingekleurde MRI-scan van de borst van een vrouw met kanker. De borsttumor is geel. Foto ANP

Veel vrouwen met borstkanker krijgen na de operatie waarbij de tumor verwijderd wordt nog een aanvullende chemotherapie. Dat blijkt niet altijd zinvol. Jaarlijks zouden 2.500 vrouwen in Nederland deze belastende behandeling achterwege kunnen laten, zo is de conclusie uit een groot onderzoek naar de betrouwbaarheid van een voorspellende genetische test. Deze zogeheten MammaPrint van het Amsterdamse bedrijf Agendia voorspelt aan de hand van een genetische analyse het risico op uitzaaiing.

De resultaten werden maandag gepresenteerd op het jaarcongres van de American Association for Cancer Research in New Orleans, en zullen later dit jaar gepubliceerd worden in The New England Journal of Medicine. „Deze studie bewijst definitief dat onze voorspellende test werkt”, zegt Laura van ’t Veer, onderzoeksdirecteur bij Agendia aan de telefoon vanuit New Orleans. „En zelfs nog beter dan aanvankelijk voorzien.” Details over de studie zijn nog niet bekend gemaakt.

Risico op uitzaaiingen

De MammaPrint is een test waarin de activiteit van 70 genen wordt gemeten in het DNA van de tumor. Uit het gezamenlijk profiel van deze genen kan worden afgeleid hoe groot het risico is dat de tumor gaat uitzaaien, en daardoor na de borstoperatie terugkeert. Als dat risico laag is, is geen chemotherapie nodig.

Jaarlijks wordt in Nederland bij ongeveer 14.000 vrouwen borstkanker geconstateerd. Hiervan heeft 80 procent de ‘hormoongevoelige vorm’ waarvan het risico op terugkeer van de ziekte zou kunnen worden ingeschat met de Mammaprint. Er bleek geen verschil in het het risico op terugkeer van de kanker bij vrouwen die volgens de test in de laagrisicogroep vielen, of zij nu chemotherapie kregen of niet. „Behandeling heeft voor deze groep dus geen zin”, zegt Van ’t Veer.

Deze studie bewijst definitief dat onze voorspellende test werkt Laura van ’t Veer, Agendia

MammaPrint meestal vergoed

De test is vijftien jaar geleden ontwikkeld en kwam in de jaren daarna op de Nederlandse markt. De meeste verzekeraars in Nederland vergoeden de MammaPrint. Per test kost dat ongeveer 2.000 à 3.000 euro (het precieze bedrag is afhankelijk van de onderhandeling tussen ziekenhuis, verzekeraar en Agendia). Nu wordt de test jaarlijks een paar duizend keer uitgevoerd, zegt Van ’t Veer, maar nog niet alle oncologen bieden hem aan patiënten aan. Van ’t Veer hoopt dat de nieuwe resultaten de reserves wegneemt.

Zeker niet iedereen is overtuigd. „Ik heb de indruk dat ze de resultaten nu wat positief neerzetten”, zegt patholoog Vincent Smit van het LUMC in Leiden. In 2008 schreef hij met een aantal collega’s een kritisch artikel over de MammaPrint in het blad Medisch Contact. Daarin zei hij onder meer dat de test veel beter (dat wil zeggen onder veel meer patiënten) onderzocht moest worden. Dat is nu gebeurd, constateert Smit: „Het onderzoek is goed uitgevoerd en ook heel snel.”

Maar is Smit nu wel overtuigd van de waarde van de test? „Daarvoor zou ik de details van de resultaten moeten zien, maar die zijn er nog niet.”

Methode wat verouderd

Wel plaatst hij al kanttekeningen. Zo wordt Agendia’s genetische test in het onderzoek afgezet tegen de standaard beoordeling van borsttumoren. „De gebruikte methode is wel wat verouderd”, zegt Smit. „Inmiddels is er een aantal goede testen bijgekomen die iets zeggen over het risico van uitzaaiing bij een patiënt. Ik denk dat je die eerst zou moeten doen. Na filtering hou je dan nog een groep patiënten over voor wie de MammaPrint zijn nut kan bewijzen.” Volgens Van ’t Veer van Agendia heeft onderzoek intussen aangetoond dat de voorspellende test kosteneffectief is.

Het Amerikaanse bedrijf Oncotype DX heeft een concurrerende gentest op de markt gebracht. Maar in tegenstelling tot de MammaPrint is die nog niet goedgekeurd door de Amerikaanse geneesmiddelenautoriteit FDA en is er geen grootschalig validatieonderzoek voor gedaan.