Militaire joodse berichtjes wijzen op vroeg opschrijven van bijbelteksten

Rond de 2600 jaar geleden schreven soldaten van het Judese leger geregeld briefjes naar elkaar, ingekrast op potscherven. Dit blijkt uit analyse van zestien inscripties die gevonden zijn bij een militaire buitenpost aan de zuidgrens van Judea. De tekstjes, over troepenbewegingen en bestellingen van wijn en eten, zijn waarschijnlijk kort na elkaar geschreven door vier verschillende officieren en soldaten. De Israëlische onderzoekers, die dit afgelopen week meldden in de PNAS, beschouwen het als duidelijke aanwijzing voor een wijdverspreid vermogen tot lezen en schrijven: zoveel schrijvers in zo’n kleine buitenpost!

De constatering is meer dan een curieus historisch feitje. Als rond 600 voor Chr. onder de joden al zoveel alfabetisme heerste, dan is het waarschijnlijk dat de tekst van de Bijbel ook toen al opgeschreven en bewerkt is. Er is ook een belangrijke theorie dat dat opschrijven van bijbelteksten pas na 586 voor Chr. gebeurde: tijdens de Babylonische ballingschap in de zesde eeuw. (NRC)