Column

Zwijggeld

Het zwijgcontract – kun je de vertrouwenscrisis in de samenleving beter samenvatten? Het bestaan ervan kwam deze maand aan het licht, toen bekend werd dat het Tergooi-ziekenhuis in Hilversum de moeder van een jonge hockeyer na de plotselinge dood van de jongen een contract had laten tekenen. Daarin werd haar een vergoeding toegezegd vanwege de ernstige fouten die het ziekenhuis had gemaakt. Maar er stond ook in dat zij geen contact met de media en ‘derden’ over de zaak zou hebben, geen klacht bij de tuchtrechter zou indienen en haar aangifte bij de politie zou intrekken.

Tja, natuurlijk kwam de zaak alsnog in het nieuws. Daarop besloot minister Schippers dat zulke contracten verboden zouden worden. Een paar dagen geleden riep zij op reeds afgesloten contracten te melden.

De teller staat al op 21.

Die contracten worden nu onderzocht. Maar wat zegt het fenomeen? Een typisch product van de doorgeschoten managerscultuur, waarbij alles in geld wordt uitgedrukt en contractueel wordt vastgelegd? Dat men in het Tergooi-ziekenhuis oprecht heeft gedacht deze tragische misser met een contract te kunnen afdekken, legt vooral een mindset bloot – vroeger betaalde je zwijggeld onderhands in een blanco enveloppe, onder een bankje in het park of over de tafel in een anoniem café. Nu is het kennelijk een normale transactie geworden, een overeenkomst waarin pijnlijke ethische en morele kwesties worden afgekocht. Marktwerking tot het uiterste doorgevoerd. Geen wonder dat minister Schippers er meteen bovenop zat, die zwijgcontracten zijn een onbedoeld uitvloeisel van haar eigen beleid.

Tegenover de Volkskrant verklaarde de woordvoerder van het ziekenhuis: ‘Wij hebben de overeenkomst met goede intenties afgesloten.’ Als dat gelogen is, is het erg. Maar ik vermoed dat de woordvoerder gewoon de waarheid spreekt, dat men zich echt van geen kwaad bewust was. Dat maakt het nog erger.

Het zwijgcontract raakt ook aan iets anders. Afgelopen week was ik op twee bijeenkomsten waar het onder meer ging over de Hollandse afrekencultuur – de steeds sterker wordende neiging om ieder incident, iedere misstap te zien als een misstand die ogenblikkelijk moet worden aangepakt. Dat maakt instituten en instituties tegenwoordig op voorhand defensief – want overal gaat wel eens iets mis, in iedere mand zitten een paar rotte appels, sommige dingen, hoe erg ook, kunnen nu eenmaal voorkomen noch genezen worden. Maar de angst voor de publieke schandpaal, het dagelijkse volksgericht per Twitter of talkshow, de oproep tot oprotten, zit er steeds dieper in – en versterkt als vanzelf een tegencultuur van georganiseerde omzichtigheid, van weggelakte teksten, en zwijgcontracten. Omdat iedereen zich hier meteen overal mee bemoeit, roept dat de neiging op om zoveel mogelijk mensen erbuiten te houden. Als de moeder van de overleden jongen meteen naar de praatshows was gestapt, was een ernstige medische fout meteen een nationaal medisch schandaal geworden. Nu is het, natuurlijk, alsnog een schandaal geworden. Een dubbel schandaal – een medische fout en een poging om die af te kopen.

Het is een heilloze spiraal – de verdoezelaars hekelen de agressieve afrekencultuur; de kwade burger verafschuwt de groeiende afdekcultuur, met het zwijgcontract als ultiem symbool. Naarmate de roep om meer transparantie harder klinkt, en alle menselijke verhoudingen en handelingen in statistieken, in cijfers en tabellen worden uitgedrukt, groeit de verleiding om die feiten naar je hand te zetten, of ze weg te moffelen.

Hoe doorbreek je dat? Door de totale transparantie af te dwingen, door alles en iedereen constant te monitoren en te evalueren? Maar juist die houding schept een klimaat van hardnekkige achterdocht en duikgedrag. Zoals iemand tijdens een van die bijeenkomsten van de week opmerkte: omdat men onder een vergrootglas ligt, gaat men zich verschuilen in procedures, dan kan je immers nergens op afgerekend worden. Dan krijg je geen vertrouwen, maar angst.

Je zou willen dat het als een kwestie van moreel besef wordt gezien – het ziekenhuis dat inziet dat een ernstige medische fout niet per contract „geregeld” kan worden. En een samenleving die accepteert dat niet ieder incident een teken aan de wand hoeft te zijn, dat nog meer controle en transparantie het vertrouwen eerder nog verder ondermijnt dan versterkt.

Maar juist het gebrek aan moreel besef wordt door iedereen gelaakt – bij de ander. De leegte vullen we met zwijgcontracten.