Zware ingrepen bij mijnbouwers

In de grondstoffenhandel en mijnbouw vallen zware klappen. Deze week vroeg steenkoolbedrijf Peabody uitstel van betaling aan.

Glencore herstelt, Peabody zakt weg

Met een kar, twee muildieren en 100 dollar in zijn binnenzak begon Francis Peabody in 1883 in Chicago zijn kolenhandel. Peabody Energy zou uitgroeien tot het grootste kolenbedrijf ter wereld.

Machtig en brutaal genoeg om in 2014 een campagne te lanceren waarin steenkool als dé redding voor arme kindjes in Afrika werd neergezet. Maar die campagne wist de negatieve trend niet te keren. De kolenprijs bedraagt nog maar de helft van vijf jaar geleden. Woensdag vroeg Peabody uitstel van betaling aan.

Van de 20 miljard dollar beurswaarde die Peabody in 2011 had is nu nog maar zo’n 40 miljoen over. Topman Glenn Kellow geeft in een persbericht de schuld aan de Chinese economie, overproductie van schaliegas in de VS en ingewikkelde regelgeving. De kolensector heeft recentelijk met „ongehoorde” omstandigheden te maken, aldus Kellow, die aan brutaliteit overigens niet heeft ingeboet. Faillissement is volgens hem namelijk de route op weg terug naar de top, op weg naar „langdurige stabiliteit en succes in de toekomst”. Peabody kan via de bescherming die de surseance biedt schulden afschrijven, reorganiseren en een doorstart maken.

Niet iedere grondstoffenreus neemt zulke drastische maatregelen. Toch is Peabody illustratief voor de sector. Na zorgen over China en andere opkomende markten stortten halverwege vorig jaar grondstoffenprijzen wereldwijd in. Veel grote spelers, van olie- tot staal- en kolenbedrijven, hebben de laatste maanden zware ingrepen in de bedrijfsvoering doorgevoerd om het tij te keren.

En bij veel grote spelers heeft het herstel zich inmiddels ingezet. De Zwitserse grondstoffenreus Glencore stootte de afgelopen maanden verschillende mijnen af. Deze maand verkocht het nog 40 procent van de landbouwtak voor 2,5 miljard dollar aan een Canadees pensioenfonds.

Glencore raakte, net zoals Peabody, in de problemen vanwege dalende grondstoffenprijzen in combinatie met een te grote schuldenlast. De ingrepen loonden. De koers van Glencore steeg sinds de verkoop van de landbouwtak met 20 procent, de afgelopen drie maanden met 100 procent.

Ook dichterbij huis zie je vergelijkbare ontwikkelingen. Shell schrapte 10.000 banen en zette projecten in Canada en Nigeria in de ijskast. De koers is sinds het dieptepunt in januari met bijna 40 procent gestegen naar zo’n 23 euro. De in Amsterdam genoteerde staalreus ArcelorMittal sloot dit jaar een Spaanse fabriek én gaf aandelen ter waarde van 3 miljard dollar uit. De koers staat nu 90 procent hoger dan het dieptepunt van februari.

Volgens hoofd onderzoek James Butterfil van ETF Securities zal er dit jaar veel te merken zijn van de ingrepen van de grondstoffenbedrijven in hun productiecapaciteit. „Vernietiging van de aanbodzijde”, noemt hij dat. Aangezien ook veel voorraden opraken kan het niet anders dan dat die beperking van het aanbod gaat doorwerken in de prijzen. Want de vraag is namelijk nog als vanouds. Volgens Butterfil was er de afgelopen tijd nogal veel onterecht „sentiment” zichtbaar op de grondstoffenmarkten. „Als ik je vraag hoe de vraag naar metalen in China zich afgelopen jaar heeft ontwikkeld, dan zeg jij waarschijnlijk dat die is gedaald. Maar dat is niet zo. Die is met 8,5 procent gestegen.”

Overigens betekent dat volgens Butterfil niet dat iedereen nu massaal aandelen van grondstoffenbedrijven zou moeten kopen. Die koersen zijn de afgelopen maanden namelijk harder gestegen dan die van de grondstoffen zelf. „Ik denk dat dit eerder een moment is om winst te pakken voor de mensen die laag zijn ingestapt.”