Zonder gelijke kansen zijn wij niets

Alarmfase 4. Even slimme kinderen krijgen op school in Nederland compleet verschillende kansen, afhankelijk van het nest waaruit ze komen. De leraar op de basisschool heeft de neiging een kind van laagopgeleide ouders lager in te schatten dan een even slim kind van hoogopgeleide ouders. Ze krijgen dus een compleet verschillend advies: de één vmbo, de ander havo of vwo. Hier worden mensen klein gehouden.

Ik was deze week oprecht geschokt door het rapport van de Inspectie van het Onderwijs. Een tenenkrommend citaat uit het rapport: „Hierdoor krijgen veel kinderen met laag opgeleide ouders niet het onderwijs dat ze aan zouden kunnen en blijft talent onderbenut.”

Liefst de helft van de leerlingen met gemiddelde intelligentie en hoogopgeleide ouders begint op havo of vwo. Bij even intelligente kinderen met laagopgeleide ouders is dat slechts een kwart. Aan het einde van de middelbare school zijn de verhoudingen even scheef.

Om het erger te maken: die ongelijkheid in kansen neemt toe en is groter dan in andere landen, meldt de inspectie. Dit ligt niet alleen aan de leraar op de basisschool. Ouders geven de kinderen een zet de verschillende kanten op. En laatbloeiers maken door de vroege selectie in het Nederlandse onderwijssysteem weinig kans hogeropgeleid te eindigen. Alle richtingaanwijzers voor een kind van laagopgeleide ouders staan omlaag, alle richtingaanwijzers voor een kind van hoogopgeleide ouders omhoog.

We moeten dit niet even aankijken of bediscussiëren, we moeten direct iets doen

Het is zaak die richtingaanwijzers zo snel mogelijk recht te zetten. Niet even aankijken of bureaucratisch bediscussiëren, nu direct doen. Dit gaat niet alleen over de kansen van kinderen, het gaat over wat voor maatschappij wij zijn. Eén waar je talenten bepalen hoe je terecht komt of één waar je geboorte dat bepaalt. Laat het de talenten zijn.

Niet alleen druisen ongelijke kansen in tegen alles waar een moderne democratie voor moet staan (rechtvaardigheid bijvoorbeeld), dit komt ook nog eens op een moment dat er al zorgen zijn over het ontstaan van een groep verliezers in Westerse economieën. De hoofdeconoom van het Internationaal Monetair Fonds Maurice Obstfeld wees er deze week op dat „gebrekkige loonstijging en grotere ongelijkheid heeft gezorgd voor een wijdverbreid geloof dat economische groei de internationale elite en de bezitters van kapitaal bovenmatig heeft bevoordeeld, en te veel anderen heeft achtergelaten.” Kan je nog vooruit komen door hard te werken of zitten veel mensen in de hoek waar opwaartse mobiliteit tergend moeilijk is?

Wie niet hoogopgeleid is heeft het veel moeilijker dan die gezegende hoogopgeleiden zelf. De lonen stagneren, het aantal banen voor middelbaar opgeleiden krimpt, de zekerheid van banen neemt af. Bedrijven investeren nog steeds maar weinig, terwijl het grote bedrijfsleven op een berg met geld zit. Zoveel geld dat ze van gekkigheid niet weten via welke Panamaroute of aandeleninkoop ze het moeten wegsluizen.

Er zijn deprimerende dingen aan de hand, zaken die je niet even in je Nederlandje oplost. Maar de misstand die de Inspectie constateert, kunnen we wel oplossen. Economen zijn het over veel dingen oneens maar niet over de essentiële rol van onderwijs voor het individu, voor de maatschappij en de economie. Wij discussiëren heel vaak over ongelijke uitkomsten. Over topvrouwen en diversiteit. Maar hier begint het, op school. Als het daar zo flagrant fout zit, zou heel Den Haag op zijn achterste benen moeten staan, zou elke leraar zijn vooroordelen onder een vergrootglas moeten leggen, zouden wij burgers verontwaardigd om actie moeten schreeuwen. Deze kinderen zijn de toekomst. Belangrijker wordt het niet.