Zachte g, harde criminelen

Drugscriminaliteit In Brabantse dorpen zijn regelmatig liquidaties, politie-invallen, en geweld door drugshandel en criminaliteit. Waarom Brabant, en waarom zo vaak rond recreatieparken?

Tonnen met apaan, een grondstof voor de productie van xtc, gevonden bij een visvijver in Alphen. Foto Merlin Daleman

Een zoon, zijn zoon! Hugo van Houten was zo blij met het bericht dat zijn vriendin zwanger was van een jongetje dat hij spontaan een feest had gegeven.

Heel wat vaste gasten op het recreatiepark in Molenschot waar hij en zijn vriendin de zomer doorbrachten, waren van de partij geweest. De 27-jarige Hugo van Houten uit Capelle aan den IJssel was een graag geziene jongen. Hugo hield van Nederlandstalige muziek en met zijn ronde kalende hoofd had hij wel wat weg van volkszanger Frans Bauer.

Een week later, op 17 augustus 2015, klinken in het Brabantse dorpje Molenschot vroeg in de avond pistoolschoten. Om kwart over zeven ’s avonds vindt de politie een dode man in de bosjes van een relatief verlaten stuk van de Broekstraat, net buiten de bebouwde kom van Molenschot. Het is Hugo van Houten.

Zijn auto staat 100 meter verderop half op straat, met het portier open. De weg ligt achter een recreatiepark waar Henk Jacobs beheerder van is. Zijn park ligt pal tegenover het park waar Hugo van Houten verbleef. Jacobs kende Hugo niet, maar herinnert zich die avond nog heel goed. „Ik hoorde de sirenes van politieauto’s en kon zien hoe ze over de weg hierachter in de richting van de moordplek reden.”

Hugo was die avond een half uur voor zijn gewelddadige dood weggereden van het recreatiepark in zijn zwarte Opel Corsa. Wat er op die warme maandagavond precies gebeurde, is nog altijd niet duidelijk. De politie houdt er rekening mee dat Hugo van Houten het slachtoffer is van een conflict in het criminele milieu.

Steeds vaker vinden in kleine gemeenschappen in de provincie Brabant zware geweldsdelicten en liquidaties plaats, vaak geassocieerd met georganiseerde criminaliteit en drugshandel. De trend is al jaren zichtbaar en is ondanks tal van maatregelen nog niet gekenterd. In 2010 al werd de Taskforce georganiseerde misdaad Brabant-Zeeland opgericht na een reeks gewelddadige aan de drugshandel gerelateerde incidenten. Niet veel later moest burgemeester Fons Jacobs van Helmond onderduiken als gevolg van ernstige bedreigingen die verband leken te houden met zijn optreden tegen een coffeeshop. In 2012 brandde het gemeentehuis van Waalre af nadat twee personenauto’s er ’s nachts doelbewust op ingereden waren. En onlangs rukte de politie met 1.500 man uit in een grootschalig onderzoek naar drugscriminelen die elkaar ontmoetten bij de Party King in het Oost-Brabantse Best. Deze leverancier van spullen voor feesten en partijen is volgens de politie geen legitiem bedrijf maar „een rovershol”. Bij de actie werden 55 mensen aangehouden.

Wat is er in Brabant aan de hand?

Windhappers

Molenschot, gelegen tussen Breda en Tilburg, is een kleine, van origine boerengemeenschap waar bijna iedereen elkaar kent. Er wonen nog geen 1.500 mensen. In de zomer verveelvoudigt dat aantal. In de omgeving van het dorp liggen vier recreatieparken waar in totaal zo’n 1.200 recreatiewoningen staan. De parken zijn dorpen op zich. Toerisme is van oudsher een belangrijke bron van inkomsten in dit bosrijke deel van Brabant. Maar naast toeristen verblijft hier ook een omvangrijke groep vaste gasten. Een deel van hen woont er zelfs permanent.

Onderzoek van een pand tijdens een politie-actie in Best en Eindhoven.Foto Merlin Daleman

Op het park waar Hugo van Houten regelmatig verbleef, staan zo’n 600 recreatiewoningen die vrijwel allemaal zijn verkocht aan particulieren. Goed onderhouden chalets met veranda en een geverfd hek om de tuin worden afgewisseld door uitgewoonde stacaravans met luifels groen van het mos.

Bij controles die de gemeente de afgelopen jaren regelmatig uitvoerde in samenwerking met justitie, politie en belastingdienst viel op dat op het park sprake was van onder andere illegale permanente bewoning, illegale bebouwing, belastingontduiking, bijstandsfraude, hennepteelt.

Tijdens het onderzoek naar de moord op Hugo van Houten viel iets anders op: iedereen zweeg tegen de recherche. Ook de mensen die een week voor zijn dood nog met Hugo van Houten hadden gevierd dat hij een zoon zou krijgen.

Wat in veertig jaar gegroeid is, los je niet in vijf jaar op

Rienk de Groot, chef recherche

De zwijgzaamheid stoort burgemeester Jan Boelhouwer van de gemeente Gilze en Rijen, waartoe Molenschot behoort. Na overleg met de politie besluit hij in februari dit jaar een brief te schrijven aan de bewoners van het recreatiepark waar de vriendin van Hugo van Houten een vakantiehuisje had.

In zijn brief staat onder andere: „Terwijl uit onderzoek blijkt dat er bewoners/gebruikers op het park zijn die meer weten over de mogelijke achtergronden van de schietpartij, krijgt het rechercheteam weinig medewerking op het park.”

Recreatieparken zijn een bron van zorg, vertelt Boelhouwer. Net als jachthavens, verlaten industrieterreinen en woonwagenparken. Er verblijven vaak mensen die zich aan het zicht van de overheid proberen te onttrekken. Soms is dat wel heel gemakkelijk. Zo was er op het recreatiepark waar Hugo van Houten verbleef maar maar 1 postadres voor zeshonderd woningen. Windhappers noemt Boelhouwer ze. „Mensen met onduidelijke inkomsten die er een riante levensstijl op na houden, veel contante betalingen doen en geen belasting betalen.” Het zijn niet zelden criminelen, betrokken bij de drugshandel.

Het is een situatie die in de afgelopen decennia zo gegroeid is. In de jaren zeventig waren recreatiewoningen massaal in bezit van gezinnen uit de Randstad, of gezinnen in kleine stadse woningen die er hun weekenden en vakantie doorbrachten. Maar mensen werden rijker en wilden verder gaan reizen. En ze kregen het drukker, waardoor ze minder vaak van huis konden.

Campingbeheerders hadden last van de leegstand. Ze gingen stacaravans verhuren aan uitzendbureaus die werkten met Polen, Roemenen, Bulgaren. Vakantiehuisjes werden verkocht aan mensen die in scheiding lagen. Maar ook aan mensen die om welke reden ook in anonimiteit wilden verdwijnen. Gemeenten hadden het te laat in de gaten. Zo verwerden sommige recreatieparken tot vrijplaatsen, plekken waar van alles kon en waar niet gehandhaafd werd.

Parallelle samenleving

Brabant is niet de enige provincie waar recreatieparken leegstaan en bedrijventerreinen worden verlaten. Waarom heeft de georganiseerde misdaad hier toegeslagen en niet in Drenthe? Om te beginnen, stelt hoogleraar Pieter Tops van de Universiteit van Tilburg, telt Brabant in verhouding veel woonwagencentra. „Niet dat elke woonwagenbewoner crimineel is, maar veel criminelen hebben wel banden met woonwagencentra.” Dat is deels te verklaren door het woonwagenbeleid in de jaren vijftig, zestig en zeventig, legt Tops uit.

Inval van het Afpakteam van onder meer de politie Brabant.Foto TOBY DE KORT / ANP

Woonwagenbewoners kregen vaste plaatsen op centra aan de rand van de bebouwde kom, buiten het directe zicht van buurtbewoners en overheid. Ze verloren hun inkomen doordat ze niet langer konden rondtrekken als mandenvlechters en scharenslijpers. „Al gauw hadden criminele families het op een aantal kampen voor het zeggen.”

In bepaalde woonwijken is iets vergelijkbaars gebeurd, legt Tops uit. In de jaren veertig en vijftig werden mensen gerangschikt op onmaatschappelijkheid. Mensen uit de ergste categorie, de anti-socialen, werden bij elkaar in wijken gezet met de bedoeling ze – net als de woonwagenbewoners – te socialiseren. Ook hier werkte het beleid averechts. Mensen die verbonden waren aan de wereld van smokkel, inbraak en later drugs vonden elkaar.

Op dit soort plekken zijn volgens Tops soms parallelle samenlevingen ontstaan. Daarin wordt voor achterblijvers gezorgd als pa in de gevangenis belandt, of wordt gezinnen geld toegestoken als ze het even zwaar hebben. Het is een systeem waarin mensen samenwerken en van elkaar afhankelijk zijn. „Een soort participatiesamenleving avant la lettre, die een bepaalde aantrekkingskracht heeft.”

Brabanders klikken niet over de buren, zeker niet op dit soort plekken. Tops: „Aan de ene kant omdat ze tot een bepaalde groep behoren en willen blijven behoren. Aan de andere kant uit angst voor repercussies.”

De onderwereld heeft zich diep ingevreten in de Brabantse samenleving en is verweven geraakt met de bovenwereld, zegt hoogleraar Tops. Een zwart-wit onderscheid maken tussen onderwereld en een bovenwereld, is volgens hem te simpel. „Daar zit van alles tussen. Dat gaat van onbewust meedoen, tot een graantje meepikken, tot hand en spandiensten verrichten, tot grote jongen zijn.”

Bufferzone

In Brabant heeft die cultuur van we-regelen-het-wel-onder-elkaar geleid tot een vruchtbaar klimaat voor criminaliteit. Daarbij spelen ook historische en geografische factoren een rol volgens Tops. Lang fungeerde Brabant voor de Republiek der Verenigde Nederlanden vooral als militaire bufferzone en wingewest. „De overheid was voor Brabanders een onderdrukker. Zo’n gevoel gaat generaties lang mee in de overlevering.”

Daarbij is het in Brabant van oudsher interessant geweest te smokkelen doordat de provincie grenst aan België. Eerst boter en illegaal gestookte jenever, later sigaretten vanwege het btw-verschil tussen België en Nederland. En nadat de grenzen in de jaren zestig waren opengegaan zochten smokkelfamilies nieuwe wegen om illegaal hun geld te verdienen, vaak in drugs.

Brabant heeft bovendien een infrastructuur die de provincie heel interessant maakt voor criminelen. Het gebied is door goede verbindingen snel bereikbaar vanuit de Randstad, ligt vlak bij de Belgische grens en kent grote delen die relatief dunbevolkt zijn, dus waar je gemakkelijk buiten het zicht van overheden blijft.

De zwijgcultuur, de afkeer van gezag en de jarenlange gedoogpraktijk van de overheid maakten Brabant kwetsbaar voor de georganiseerde criminaliteit die sinds het begin van de jaren negentig aan een sterke opmars bezig is.

Productieschuur van narcostaat

Brabant groeide uit tot het centrum van de drugsproductie in Nederland en zelfs in West-Europa. In het recentste overzicht van de Europese drugsmarkt staat dat criminele groeperingen uit Nederland een belangrijke rol spelen bij de productie en export van hennep en synthetische drugs als xtc.

De opmars van de georganiseerde misdaad wordt gevoed door de enorme winsten die worden gemaakt met de teelt van nederwiet en het produceren van synthetische drugs zoals amfetaminen en xtc.

Het Europees waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving schat dat alleen al in Europa 10 tot 12 miljard euro omgaat in de hennep en synthetische drugs. Hoewel het gaat om schattingen is het aannemelijk dat een aanzienlijk deel van dat geld wordt gegenereerd in Nederland. Die miljarden euro’s maken Nederland tot narcostaat met Brabant als productieschuur.

Volgens Rienk de Groot, hoofd van de recherche in West-Brabant en Zeeland, is daarmee duidelijk hoe groot de financiële belangen zijn in de grensregio. „Dat is een van de oorzaken van het toenemende geweld in Zuid-Nederland.” De cijfers hierover liegen niet: alleen al in West-Brabant werden in 2015 17 mensen vermoord. Van 8 gevallen staat vast dat het om onderwereldmoorden gaat. Dat is meer dan in Amsterdam. „Een triest record”, zegt De Groot.

Als centrum voor drugsproductie is Brabant ook interessant voor criminelen zonder zachte g. Twee weken geleden werd de 69-jarige drugsbaron Ton van D. aangehouden in verband met het onderzoek naar het bedrijf Party King in het Brabantse Best. De Rotterdammer Ton van D. was daar regelmatig te gast, blijkt uit beeld- en geluidsopnames die de politie heeft gemaakt.

Dat is opmerkelijk. Ton van D. is een van de godfathers van de Nederlandse xtc-handel. Hij werd begin jaren negentig veroordeeld tot acht jaar cel in de eerste grote xtc-zaak die de treffende naam Extase meekreeg. Nadat zijn partner Ronald van Essen eind 1999 zwaar invalide raakte door een mislukte liquidatiepoging – het officieuze begin van de onderwereldoorlog in Amsterdam – ging Ton van D. naar eigen zeggen met pensioen. Nu duikt hij in Brabant weer op in xtc-zaken.

Harry Potter

Janus van W. is niet bekend bij het grote publiek maar door insiders wordt de 54-jarige Brabander vaak genoemd als de grootste drugshandelaar van Nederland. Janus leerde het vak van zijn vader Gradje, een handelaar in schrootauto’s die in de jaren zeventig de dienst uitmaakte op een berucht woonwagenkamp aan het Doolplein in Eindhoven.

In de jaren negentig stapten Gradje en zijn zoons Janus en Tinus over op hennep. Ze werden veroordeeld voor de smokkel van hasj in kampeerwagens. Het was niet de eerste veroordeling op het strafblad van Janus. Hij staat al bijna veertig jaar op de radar van politie en justitie en groeide uit tot een gevreesde figuur in de onderwereld.

Janus van W. is het prototype van de crimineel die Brabant heeft voortgebracht en grootgemaakt. Zoals veel Brabantse criminelen werkt Janus in familieverband. Volgens hoogleraar Tops is dat goed verklaarbaar. „Om illegaal zaken te kunnen doen, moet je elkaar kunnen vertrouwen. In familiekring is vertrouwen het gemakkelijkst te organiseren.”

West-Brabant, 17 moorden, regio met meeste moorden van Nederland, de helft kan volgens politie gelinkt worden aan georganiseerde criminaliteit.

Tijdens een gezamenlijk onderzoek naar Janus, hij dook eind jaren negentig onder in Vlaanderen, komen de Belgische en Nederlandse autoriteiten er achter hoe goed en gedisciplineerd Janus’ vertrouwelingennetwerk functioneert. Door de zeer complexe manier van communiceren, was afluisteren eigenlijk onmogelijk, zo vertelde een Belgische officier van justitie aan de Vlaamse journalist Joris van der Aa.

Van der Aa schreef een van de eerste goed gedocumenteerde profielen over Janus van W. in het misdaadtijdschrift Koud Bloed. Janus is een goedlachse vent, maar met een kort lontje, zegt iemand uit de entourage van de crimineel. „Hij is explosiever dan semtex.”

De verklaring van zijn succes is simpel. „Janus is een no-nonsense kerel die niet in de kijker loopt met dure klokjes of sportwagens.”

Uiteindelijk heeft de Belgische justitie twee infiltranten nodig om voldoende bewijs te verzamelen tegen Janus en zijn bende. Ze betrekken een chalet op een recreatiepark in Lommel waar Janus het grootste deel van zijn tijd verblijft. Hij prefereerde de camping boven zijn kasteelvilla even verderop in Lommel, een dorp net over de grens op nog geen twintig kilometer van Eindhoven. Eens een kamper, altijd een kamper.

De overheid was voor Brabanders lang een onderdrukker. Zo’n gevoel gaat generaties mee

Het duurt drie jaar voordat het bewijs tegen Janus rond is. In juni 2009 wordt hij aangehouden in zijn chalet op de camping. Hij wordt verdacht van grootschalige handel in cocaïne, hennep en xtc. Janus wordt uiteindelijk tot 16 jaar cel veroordeeld maar hoeft daarvan maar een klein deel uit te zitten.

Sinds de zomer van 2015 is hij weer op vrije voeten. Over zijn verblijfplaats sindsdien is niets bekend maar tijdens het onderzoek naar de Party King duikt hij op in Best. Zijn Belgische advocaat bevestigt dat er huiszoekingen zijn gedaan bij zijn twee kinderen. Waar Janus verblijft wil zijn advocaat niet zeggen.

Volgens recherchechef Rienk de Groot vertonen Brabantse criminelen als Janus van W. grote overeenkomsten met de criminele kopstukken uit de Amsterdamse onderwereld. „Ze hebben zich jarenlang onaantastbaar gewaand en schromen niet om zwaar geweld te gebruiken”, aldus De Groot. „We proberen dat gevoel van onaantastbaarheid te bestrijden maar dat kost tijd. Wat in veertig jaar gegroeid is, los je niet in vijf jaar op.”

Op de camping in Lommel is Janus van W. al jaren niet meer gezien. Toch staat de inval in zijn bruine chalet de vaste gasten – „wonen doet hier niemand” – nog helder voor de geest. Al willen de meesten niks over hem kwijt. Zijn naam boezemt nog altijd veel ontzag in.

Drie mannen die om de hoek aan de tuin werken, schudden argwanend het hoofd als hun wordt gevraagd naar Janus. „Zo heet ik”, grapt een van hen. „Ik ben alleen mijn ronde brilleke vergeten.”

Het is een verwijzing naar de bijnaam Harry Potter, die Janus dankt aan zijn dikke ronde brillenglazen. Meer willen ze niet zeggen. „Loop maar gauw door.”

Verderop vertelt een vrouw dat ze Janus al lang niet meer gezien heeft. Ze kijkt wat schichtig naar een camper verderop waar de neef van Janus woont „Janus was geen onaardige man”, zegt ze. „Zijn vrouw is vorig jaar overleden.” Ook zij wil verder niks kwijt. „Iedereen is hier op zijn eigen”, zegt ze. „Dit is een camping. Voor je het weet sturen ze je weg.” Horen, zien en zwijgen? Ze knikt en loopt weg met haar hond.

Hugo

Hugo van Houten is op 22 augustus 2015 begraven in Rotterdam Crooswijk, dicht bij zijn echte woonplaats: Capelle aan den IJssel. Nu, acht maanden later, is het hoe en waarom van zijn dood nog altijd een raadsel. Op de grafsteen van zwart graniet staat een verse bos bloemen. Tussen de witte rozen ligt een uiltje gemaakt van lichtblauwe stof. Daarachter is een klein blauw paardje tussen de bloemen geprikt. De twee beestjes zijn stille getuigen van het leed dat de dood van Hugo heeft veroorzaakt. „Voor altijd in ons hart”, staat er op zijn grafsteen, „mijn man, vader en zoon”.