Woordaanelkaar-plakkisme

Steeds meer Nederlanders schrijven woorden los, terwijl die aan elkaar horen. Koffie bar, sushi restaurant, je zou het in het Nederlands aan elkaar moeten schrijven, maar dat gebeurt steeds minder. Vermoedelijk komt dat doordat je in het Engels niet zo veel aan elkaar schrijft. En wij hangen nu eenmaal naar het Engels. In het Duits wordt veel meer aan elkaar geschreven, maar dat ziet er voor ons toch al snel te ingewikkeld uit. Rechtsschutzversicherungsgesellschaften bijvoorbeeld. Wie graag met autoritair stemgeluid Duitse woorden voorleest (en dat is bijna iedereen in Nederland) kan met dit soort woorden z’n hart ophalen.

In het Turks kunnen ze er ook wat van. Neem muvaffakiyetsizlestiricilestiriveremeyebileceklerimizdenmissinizcesine. Zeventig letters. Ter vergelijking: een scrabblebord is maar 15 letters breed. (Het woord betekent overigens iets als ‘alsof je iemand bent die we misschien niet makkelijk kunnen omvormen tot een persoon die anderen onsuccesvol maakt’ – dat maakt het woord nauwelijks begrijpelijker, maar daar gaat het nu niet om.)

In het Nederlands heb je natuurlijk ook wel lange woorden. In de Van Dale staat bijvoorbeeld het woord ‘chronischevermoeidheidssyndroom’. Dat ziet er naar mijn mening belachelijk uit. Doe maar los, zou ik zeggen. En met mij dus veel andere Nederlanders.

Toch is er ook klein tegenbeweginkje, een neiging om bepaalde leuk-klinkende woorden juist langer te maken. Ik denk hierbij aan het woord ‘schathemeltjerijk’. Onlangs werd dit woord opgenomen in een reclamecampagne van Triodos. Dit is geen toeval. Juist een relatief softe bank als Triodos doet er goed aan om een eng begrip als rijkdom te vergezelligen. Schatrijk is eng en ziet eruit als Dagobert Duck. Hemeltje is lief en iets wat je oude tante zegt. Schathemeltjerijk maakt iets engs tot iets gezelligs.

Een ander expres langergeschreven woord is ‘bollewangenhapsnoet’. Bollewangensnoet zou logischer zijn, maar door dat ‘hap’ ertussen komt er een ritme in de zin, een joie de vivre. Een bollewangenhapsnoet: daar moet een kus op.