Verbeter de wereld, en geef hulp bij schuld

Iedere rechtshulpverlener, deurwaarder, kantonrechter en sociaal werker kent het fenomeen. De cliënt die zijn post niet openmaakt. En tenslotte met een plastic tas vol aanmaningen bij een loket verschijnt. Hoe krijg je burgers zover dat ze zichzelf uit de put trekken en toch gaan betalen? Het antwoord is nu tweeledig. Er wordt getracht betaling af te dwingen door die schulden te verhogen. Hoe meer negatieve prikkels, hoe eerder het gewenste gedrag wordt vertoond.

De repressieve illusie dus, hoeksteen van de handhaving: dwang plus vergelding leidt tot beter gedrag. Het heeft geleid tot een uitgebreid systeem van automatische verhogingen, boetes, incassokosten en naheffingen. Over de doelmatigheid wordt bijzonder weinig nagedacht.

Kantonrechters zien de gevolgen en zetten er hardop vraagtekens bij. Een onbetaalde boete van 330 euro voor onverzekerd rijden op een brommer, wordt binnen een jaar verhoogd tot 900 euro. Wie rond het minimum het hoofd boven water probeert te houden en een betaling mist, krijgt als het ware een blok beton toegeworpen. Hoe maak je van een schuld een existentieel probleem? Door ‘m draconisch te verhogen. Dat leidt tot steeds meer mensen met plastic tasjes aan het loket, in de sanering, onder bewind of curatele – alles op kosten van de gemeenschap.

Maar liefst 1 op de 5 Nederlandse huishoudens heeft problematische en risicovolle schulden of zit in de schuldsanering. De helft van deze groep heeft feitelijk onoplosbare schulden. Twintig procent van Nederland, 3,4 miljoen mensen, zit dus aan de grond, waarvan de helft, 1,7 miljoen, uitzichtloos.

Wat voor invloed zou dit hebben op de stemming in de samenleving? Vorige week werd hoogleraar Rudy Andeweg in de krant geraadpleegd over de kloof tussen burger en overheid. Volgens hem „een soort monster van Loch Ness. Wij politicologen zijn zo braaf om elke keer weer een expeditie te beginnen, maar we kunnen het beest niet vinden”. Mijn tip: ga eens kijken bij burgers die aan de grond zitten. Een humanere incasso lijkt mij een goede investering in een leefbaarder en toleranter Nederland.

De andere inningsmethode is de botte bijl. Dwangvorderingen, ofwel de onvrijwillige automatische incasso. De overheid verschaft zich rechtstreeks toegang tot uw bankrekening. Dat mag twee keer per maand, vijfhonderd euro per keer. De burger moet een minimumbedrag overhouden, de zogeheten ‘beslagvrije voet’, 90 procent van de bijstandsnorm. Maar door de veelheid van instanties lukt dat niet. Dan denk je dus nog net de Lidl te kunnen betalen, is het waterschap al langs geweest. Of de fiscus, SVB, UWV, Justitie, de zorg, etc.

Over deze wantoestand verscheen vier jaar geleden een alarmerend rapportje (Paritas passé) - vorige week het kabinetsantwoord, vol met goede bedoelingen. Meer samenhang, meer inzage, zowel voor burger als crediteur, en dus meer transparantie en vooral ‘meer maatwerk’. En alles moet eenvoudiger. Met hier een beslagregister en daar een mooi ‘burgerportaal’. Denk er het vriendelijke gezicht van staatssecretaris Klijnsma bij en we kunnen over tot de orde van de dag.

Intussen draait op de achtergrond de krankjoreme verzorgingsstaat, opgetuigd met allerlei toeslagen vrolijk verder. Die machine kan bij ten onrechte uitgekeerde toeslagen, diezelfde burgers over de rand duwen met terugvorderingen. Een mijnenveld, die verzorgingsstaat. In de Rijksincassovisie van Klijnsma vond ik een rijtje uitkeringen en toeslagen die de overheid met voorrang mag terughalen als er iets mis ging. Behalve de participatiewet zijn dat de WWik, Wij, Ioaw, Ioaz, Anw, AOW, AKW, IOW, WIA, WAO, Wajong, WAZ, Wazo, TW, WW en ZW.

Het veld van hulpverleners, experts en overheden vond het stuk van Klijnsma dus beleidspraat en diende een lijst met concrete plannen in. Hun conclusie: de wetten waar schuldhulpverlening nu mee te maken heeft, zijn onwerkbaar. Ze verhinderen mensen niet alleen uit hun schulden te komen, nee, ze maken de zaak erger. Dáár zou eens wat aan moeten gebeuren.