Opgedoken adellijke jurk geeft geheim nog niet prijs

Pomanders: bolvormige geurknopen.

„Eigenlijk is het geen japon, want die dateren pas vanaf de achttiende eeuw”, zegt Emmy de Groot, specialiste restauratie en conservatie van textiel en docente aan de Universiteit van Amsterdam. „Ik zou het een tabard noemen, op basis van een meetinstrument met het jaartal 1636, dat ook in het schip is gevonden.”

Het echte onderzoek naar het bijzondere kledingstuk uit het Texelse scheepswrak moet nog beginnen, maar De Groot kan wel iets zeggen. „Het is van zijde en bestaat uit een bovenlijf met een sluiting aan de voorkant en een openvallende rok. Dat betekent dat er nog een kledingstuk onder gedragen moet zijn. Het gebruik van veel metaaldraad, waarschijnlijk zilver, duidt op een adellijke eigenaar. Als het brokaat was geweest, gouddraad dus, zouden we zeker aan hofdracht hebben gedacht.” Nu is nog onzeker wie het kledingstuk heeft gedragen. Er is ook een boek opgedoken met het wapen van de Stuarts, de familie die Engeland en Schotland verenigde en regeerde van 1603 tot 1714. Het Rijksmuseum onderzoekt schilderijen uit die tijd om te kijken of daarop iemand een vergelijkbare japon draagt, zegt De Groot.

Conservering is voorlopig echter de grootste zorg. „Met een elektronenmicroscoop hebben we al geprobeerd vast te stellen hoe snel het verval gaat. Vocht inbrengen kan helpen, maar we moeten dan wel oppassen dat de vezels niet instorten.”

De japon is niet het enige ontdekte kledingstuk. In totaal gaat het om 108 losse stukken textiel. „Op het eerste gezicht lijkt het of er veel in dezelfde maat is, en dat het dus om de garderobe van één persoon gaat.”

Het schip waarin de kledingstukken zijn gevonden is een driemaster van minstens 35 meter lang, weet Jerzy Gawronski, hoogleraar maritieme archeologie aan de Universiteit van Amsterdam. Duikers van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed hebben het schip kort onderzocht. „De voorsteven ligt nog onder het zand.” Het gaat niet om een VOC-schip, maar het had wel kanonnen aan boord. „Het kan dus met de Admiraliteit, de Nederlands marine in die tijd, te maken hebben gehad.” In de lading zit veel Italiaans aardewerk. Voor Gawronski reden om te denken dat het schip waarschijnlijk deel uitmaakte van de zogenoemde straatvaart naar het Middellandse Zeegebied en op de terugweg was naar de Republiek der Nederlanden. „In combinatie met de rest van de lading – wandkleden en garderobe – zou het om een verhuizing kunnen gaan van iemand van adel uit het koninkrijk Napels.”