Stoom afblazen

In de spreekkamer zit ik tegenover mijn huisarts. Na langdurig gerinkel van zijn telefoon neemt hij de hoorn van de haak. „Terminaal... Ja, en daarbij schizofreen.” De stem van de vragensteller aan de andere kant van de lijn vang ik niet op.

„Ze heeft dringend thuiszorg nodig, ja, ook vanwege haar schizofrenie”, zegt mijn huisarts dwingend. „Ja kanker.”

Ontstemd kijkt hij in mijn richting. Er wordt nog een vraag op hem afgevuurd.„Ze heeft die hulp acuut nodig. Nou kan ze al niet meer lopen; haar zus duwt haar in een rolstoel naar me toe.” Geïrriteerd smijt hij de hoorn op de haak. „Ja ook iemand met schizofrenie gaat dood, en ook die stramme ambtenaar van Thuiszorg en ik gaan dood. Mijn god, wat een bureaucratie.”

Dat relativeert stevig.

De vraag over mijn huidkwaaltje die ik vlak voor het telefoontje stelde, verzuipt in het diepe.