Paus Franciscus op Lesbos: ‘Jullie zijn niet alleen’

Hij noemde de reis “anders” dan zijn andere reizen.

De Paus geeft een toespraak op Lesbos. REUTERS / Alkis Konstantinidis

Paus Franciscus bezoekt zaterdag een opvangkamp voor asielzoekers op Lesbos. ,,Jullie zijn niet alleen’’, zo begon hij zijn toespraak.

Op de bodems van grote pizzadozen hadden de vluchtelingen in het Engels boodschappen geschreven voor de paus. Welcome. Pope is hope. Of simpelweg: Pakistan. Honderden mensen hebben vanachter dranghekken paus Franciscus de hand geschud, waarbij sommigen hem een brief met verzoeken om hulp in de hand drukten. Mensen scandeerden: ,,Freedom, freedom’’. Tientallen hebben hem persoonlijk kunnen begroeten binnen in een grote tent in het opvangkamp Moria, op het Griekse eiland Lesbos. Een enkeling brak in tranen uit en vroeg de paus zijn zegen voor hem en zijn familie.

Deze reis is wat anders dan mijn andere reizen, had Franciscus op de heenweg in het vliegtuig gezegd: ,,Dit is een trieste reis. We gaan naar de grootste humanitaire catastrofe sinds de Tweede Wereldoorlog. We gaan naar een heleboel mensen die lijden, die niet weten waar ze naar toe moeten, die hebben moeten vluchten. En we gaan ook naar een kerkhof: de zee. Zoveel mensen zijn daar verdronken.’’

In zijn toespraak zei de paus dat hij en de twee orthodoxe geestelijken die hem vergezelden, patriarch Bartolomeus van Constantinopel en aartsbisschop Hiëronymus van Athene, uit naam van de vluchtelingen een appèl wilden doen aan de wereld.

,,Vandaag wilde ik bij jullie zijn. Ik wil jullie zeggen dat jullie niet alleen zijn. […] We zijn hier gekomen om de aandacht van de wereld te vragen voor deze ernstige humanitaire crisis en om de oplossing ervan te smeken. […] God heeft de mens geschapen om één grote familie te vormen; wanneer een broer of zuster van ons lijdt, raakt ons dat allemaal.’’

Paus Franciscus besloot daartoe een tiental asielzoekers mee te nemen naar Rome. Het gaat om drie gezinnen uit Syrië, twaalf mensen in totaal, onder wie zes kinderen. „De paus wilde een verwelkomend gebaar richting vluchtelingen maken”, aldus een verklaring van het Vaticaan. Het is niet de eerste keer dat de kerkvader zich inzet voor vluchtelingen: vorig jaar besloot het Vaticaan ook al enkele vluchtelingengezinnen op te nemen. De kerkvader onderstreepte dat de keuze geen politiek, maar een humanitair gebaar was.

De drie geestelijke leiders, die hier een ongebruikelijke eensgezindheid toonden, gaven voordat ze met een aantal vluchtelingen in een container zouden lunchen, een gezamenlijke verklaring uit. Laten we proberen een einde te maken aan het geweld in het Midden-Oosten, zodat mensen weer kunnen terugkeren naar hun huizen, zeiden de drie. Zolang dat niet mogelijk is, moet iedereen die daar recht op heeft, tijdelijk asiel kunnen krijgen en als vluchteling worden erkend. Ze riepen ook op tot meer internationale samenwerking om de rechtstaat te verdedigen, mensenrechten te respecteren en mensensmokkel te bestrijden.

‘Globalisering van de onverschilligheid’

Paus Franciscus vraagt bij voortdurend aandacht voor mensen die oorlog, vervolging en slechte economische omstandigheden ontvluchten. Op 8 juli 2013, net drie maanden in het ambt, ging hij naar Lampedusa, waar veel vluchtelingen uit Libië aankomen – en waar ook veel stoffelijke resten zijn gebracht van mensen die onderweg zijn omgekomen. Hij hekelde daar ,,de globalisering van de onverschilligheid’’ voor het lot van vluchtelingen.

In februari van dit jaar, in Mexico, zei hij in antwoord op een vraag over de Republikeinse presidentskandidaat Donald Trump:

,,Een persoon die muren wil bouwen en geen bruggen, is geen christen.’’

Paus Franciscus bood de vluchtelingen in het kamp Moria vooral zijn betrokkenheid en solidariteit aan. Zijn woordvoerder heeft onderstreept dat het bezoek niet gezien moet worden als een veroordeling van het beleid van uitzettingen waarover de EU met Turkije een akkoord heeft bereikt. Hij zei in zijn toespraak:

,,Laten we hopen dat de wereld aandacht geeft aan deze tragische en vaak wanhopige situaties, en antwoord op een manier die recht doet aan onze gemeenschappelijke menselijkheid. ‘’