‘Overheid creëert zelf boze burger’

Interview De nieuwe commissaris van de koning in Groningen, CDA’er René Paas, vindt dat de kabinetten-Rutte met „guur” beleid wantrouwen en onverdraagzaamheid hebben gezaaid.

René Paas, de nieuwe commissaris van de koning van Groningen. Foto Kees van de Veen

In het Groningse provinciekantoor zit René Paas in een kamertje op de derde verdieping, uit het zicht van bezoekers en bestuurders. Pas over een paar dagen, op woensdag 20 april, wordt de CDA’er geïnstalleerd als commissaris van de koning – en wil hij gezien worden. „Dan kunnen we elkaar gaan uitproberen.”

En even lijkt het erop dat hij ook nog niet gehoord wil worden. Paas begint het gesprek voorzichtig. Totdat het gaat over de gasbevingen. In een tweede gesprek voor dit verhaal, in het kantoor van de vereniging van sociale diensten Divosa in Utrecht, is hij vanaf de eerste minuut uitgesproken en fel – over de „gure” rijksoverheid die wantrouwend doet tegen burgers „in de kreukelzone”.

‘Soms helpt een schop onder de kont, soms niet’

Daar krijg je, zegt Paas als vertrekkend Divosa-voorzitter, wantrouwen en onvrede voor terug. Hij maakte als voorzitter twee kabinetten-Rutte mee met hard beleid voor mensen in de bijstand. En in zijn analyse is het resultaat: dat mensen met pech in „een parallel universum” zijn gaan leven – en de onverdraagzaamheid groeit.

In Groningen begint het gesprek zo:

U bent de jongste commissaris van de koning in Nederland.

„Dat gaat vanzelf over.”

Komt u met een eigen, nieuwe toon?

„Dat kan ik nu niet zeggen. Ik kijk eerst wat het inhoudt om boegbeeld van de provincie te zijn. Dan kan het gebeuren dat ik onderweg tot de conclusie kom dat ik mezelf wil blijven en dus een andere toon zet.”

U noemde zich eerder ‘een ongeneeslijke Groninger’. Wat is dat, Gronings zijn?

„In weinig woorden veel zeggen. Jezelf nuchter voordoen, maar eigenlijk hartstikke sentimenteel, nee, emotioneel zijn. Het is dat je open landschap, met kerkjes en boompjes, het allermooist vindt. Ik heb in Groningen gewoond van mijn studietijd tot ongeveer m’n veertigste. Mijn ouders zijn Drenten, mijn moeder komt uit Gieterveen. Daar zie je wel verschillen tussen Friezen, Groningers of Drenten. Maar als je van grotere afstand kijkt, vanaf de Randstad bijvoorbeeld, worden die in een keer futiel en zie je dat er vooral veel is wat je als noorderling bindt.”

In Groningen zelf bestaan toch scherpe verschillen? In de stad draait de woningmarkt overuren, het afgelegen ‘ommeland’ loopt leeg. Bij het Oekraïnereferendum stemde de stad massaal vóór, de bewoners van Pekela waren massaal tegen.

„Er zijn grote verschillen tussen Groningers. In sociaal-economische positie, opleidingsniveau en dus in kansen. Ik heb me laten vertellen dat de Statenzaal vroeger twee ingangen had: een voor de stad en een voor de provincie. Maar je moet niet vluchten in zulke tegenstellingen of die cultiveren. Het Oekraïnereferendum kun je op allerlei manieren duiden. Veel belangrijker is de mate van vertrouwen in de overheid en daarin blijkt uit wetenschappelijk onderzoek een nationaal patroon: bij lageropgeleiden is dat vertrouwen veel lager.”

Als Divosa-voorzitter leerde hij, zegt Paas in het kantoor in Utrecht, hoe zwaar een flink deel van de bevolking het heeft: de werklozen. Hij vertelt ook hoe hij in zaaltjes met raadsleden en bestuurders in de sociale zekerheid vroeg of zij persoonlijk iemand kenden in de bijstand. „Er gingen dan aarzelend een paar handen omhoog. Mensen in de bijstand leven bijna in een andere wereld, een parallel universum, waarover je dus met gemak abstract kunt praten.”

Kent u zelf mensen in de bijstand?

„Ja. Uit de kerk. En van de voetbalclub van mijn kinderen. Dat zijn werelden waarin je de scheidslijn nog doorbreekt.”

Is het erg, zo’n scheidslijn?

„Het is potentieel ondermijnend. Er zijn mensen die altijd in de hoek zitten waar de klappen vallen: geen of onzeker werk, een slechte gezondheid, schulden. Dan zit je in de kreukelzone van de samenleving. Het maakt veel uit of er mensen zijn die daar níet in zitten en zich je lot aantrekken. Of dat het een andere wereld is, waarvan de anderen het niet zo erg vinden dat het daar minder mee gaat. Als dat de dominante opvatting wordt, met het idee dat succes een keuze is en mensen in de bijstand een schop onder hun kont moeten hebben, leidt dat tot een uit belastinggeld betaalde overheid die zich steeds onbarmhartiger opstelt.”

Gebeurt dat nu?

Ik zie de afgelopen jaren een gure overheid die steeds wantrouwender is geworden en steeds explicieter is in centraal geformuleerde eisen, met als leidend idee dat een groot deel van de mensen die afhankelijk zijn van hulp, bezig zijn om de boel te flessen.”

Waarom is dat ondermijnend?

„Als je als overheid niet thuis geeft aan de mensen die het meest aangewezen zijn op hulp van de overheid, creëer je veel onzekerheid. Als ze niet zelf tussen wal en schip vallen, horen ze het wel van anderen. Dat legt een bom onder het draagvlak voor de overheid. Je krijgt er een uitsluitende samenleving van en je oogst wat je zaait: boze, achterdochtige burgers. Dan groeit de onverdraagzaamheid. En het cynisme. Probeer eens te bedenken hoe het voelt dat het anderen niks uitmaakt dat jij steeds de klappen opvangt?”

De afgelopen zeven jaar kende óók een regering met uw eigen partij. Spreekt u het CDA daarop aan?

„Je draagvlak bij andere partijen wordt kleiner als je jezelf als CDA’er neerzet. Ik heb alle politieke partijen van dezelfde informatie en kritiek voorzien. Er is nóg een reden dat ik geen uitspraken doe over het CDA: als echtgenoot van de partijvoorzitter is mijn speelruimte heel klein.”

Raakt het u extra als uw partij meedoet aan beleid dat de overheid ‘onbarmhartig’ maakt?

„Je verwacht altijd iets meer van je eigen partij. Maar ik ben uit op resultaten en focus me op regeringspartijen. En het is altijd erg, mevrouw, als je adviezen niet worden opgevolgd.”

Volgens hoogleraar sociale zekerheid Cok Vrooman is de sociale zekerheid in Nederland meer dan in andere landen gericht op werk, en niet op meedoen in de samenleving. Ziet u dat ook zo?

„Toen ik in 2009 bij Divosa begon, gold het als een goede besteding van belastinggeld om mensen achter de geraniums vandaan te halen. Het ging over meedoen in alle vormen en de mooiste was betaald werk. De nadruk ligt nu op werk. Dat heeft veel te maken met het beschikbare geld voor de bijstand. De korting op het budget is echt heftig: van 1,9 miljard euro in 2010 tot 600 miljoen nu.”

Hebben de strenge maatregelen voor de bijstand zin?

„Het nut is in de meeste gevallen twijfelachtig. Er is een rare onbalans tussen ideologie en effectiviteit. Er worden miljoenen uitgetrokken om de tegenprestatie in te voeren of de kostendelersnorm, een korting voor bijstandsgerechtigden die met andere volwassenen in huis wonen. En niemand vraagt zich af hoe effectief het is. Er zit de veronderstelling in dat de harde hand het best helpt om mensen uit de bijstand te krijgen.”

Dat is niet zo?

„Het is veel effectiever om verstandige en ervaren medewerkers van de sociale dienst scherp te laten bekijken wat er per persoon moet gebeuren. Soms helpt een schop onder de kont, soms niet.”

In het kamertje van de provincie gaat het over Groningse werklozen met bijstand die niet zelden overgaat van vader op zoon. Over de sociaal-economische achterstand van de regio en de mooie kansen die Paas graag noemt: Google dat zich in de Eemshaven vestigt, kenniscentra die er zitten.

De Groningers hebben het zwaarder dan anderen met pech. Muren scheuren, huizen worden gestut, boerderijen gesloopt.

„Ja. Loppersum en omgeving kende ik als een prachtig gebied met mensen die het niet slecht hadden. Het is nu een battle zone. Wat voor heel Nederland goed is, het aardgas, komt daar geconcentreerd negatief terecht. We moeten onze hersens verzwikken over de vraag hoe we gedupeerden weer toekomst geven. We mogen mensen die generaties lang in de troep zitten door de nationale gaswinning nooit in de steek laten.”

Dat is lange tijd wel gebeurd. Gedupeerden wantrouwen de overheid.

„Eén bedrijf mag hier straffeloos schade toebrengen aan de eigendommen van duizenden. Het is een nationale opgave om daar iets aan te doen. De zorg en onzekerheid moeten worden weggenomen. Vertrouwen kun je pas terugwinnen als je de levens van gedupeerden hebt verbeterd. Laat ze veilig wonen, repareer de schade snel en compenseer de provincie royaler dan nu. In heel Nederland gelden dezelfde veiligheidsnormen voor dijkdoorbraken, neerstortende vliegtuigen, ontplofte kerncentrales, maar Groningers moeten in onveilige huizen wonen?”

U windt zich op?

„Ja. Als je mensen achteloos aan hun lot overlaat, heb je over jezelf afgeroepen dat mensen cynisch over je worden. Ik heb de stippenkaart gezien van de epicentra, maar dan geprojecteerd op de Randstad. Het is een oneerlijke vergelijking, Groningen is dunner bevolkt. Maar het huis zou te klein zijn als dáár de aarde door gaswinning zou beven.”