Ontdekkingstocht in je eigen tuin

Een fantastisch boek leert je alles over het bestuderen en vangen van beestjes in de wonderwereld van je tuin.

Een tuin ziet er gewoon uit als, nou ja, een tuin. Maar wie er goed rondkijkt ontdekt een wonderbaarlijke wereld. Het is de wereld van de beestjes – van spinnen, mieren, pissebedden, libellen en wespen.

In deze wereld kun je op ontdekkingstocht gaan. Hoe? Dat vertelt de Engelse bioloog Nick Baker in zijn geweldige boek Buitenbeestjes. In dit boek staan honderden tekeningen, foto’s en teksten, die je uitleggen hoe je beestjes kunt opsporen, vangen, bekijken en kweken.

Bekijken doe je bijvoorbeeld met een vergrootglas, dat je altijd bij je moet hebben. Nick gebruikt een kleine metalen loep met twee lenzen, die hij met een touwtje om zijn nek draagt. Dit is het enige ding dat je zelf moet kopen.

De rest kun je zelf maken. Bijvoorbeeld een slimme val om kevers mee te vangen. Snij de bovenkant van een plastic fles en graaf de fles in de grond: dat is de valkuil. Pers dan rijpe banaan door de hals van een andere fles, doe daar suiker en gist bij en laat de fles op een warme plek staan. Deze fles, waar je kleine gaatjes in prikt, is het aas. Die hang je met drie stokjes boven de kuil. Kevers komen op geur af en vallen dan in de kuil.

En zo zijn er nog veel meer manieren om beestjes te vangen. Nachtvlinders met suikerwater, bladluizen met een zuigpotje, wormen met een wormenbak. En als je de beestjes eenmaal hebt gevangen, kun je ze bestuderen. Als je bijvoorbeeld pissebedden met wat schors en bladeren in een jampotje stopt, ruik je na een paar dagen wel waarom ze pissebedden heten.

Het allermooist is misschien wel de mierenkast, die je bouwt met hout, gips en boetseerklei. Maak hem vroeg in de lente, zegt Nick. Dat is het nu. Erop uit dus!