Column

Jean

Een standbeeld voor Jean, een fragiel boek over Jean, een Award van Jean uitgereikt door oud-premier Dries van Agt tijdens een plechtigheid aan de vooravond van de Amstel Goldrace... De legendarische wielercommentator Jean Nelissen is niet vergeten. Daar zag het aanvankelijk wel naar uit, maar enkele Limburgse vrienden wekten hem net bijtijds weer tot leven en herstelden zijn historische en heroïsche positie in de Limburgse heuvelklassieker. Fysiek gebeiteld in het parcours, zelfs, in het impressionisme van het landschap.

Het is een kleine Wiedergutmachung voor zijn eenzame sterven. Hij die bijna een halve eeuw mede ceremoniemeester was van Nederlands enige klassieker heeft nu een vaste plek in de eeuwige jachtvelden van de herinnering. Er zal nooit nog een Amstel Goldrace gereden worden zonder Jean Nelissen. Het maakt deze zondag in april er nog warmer op.

Vele jaren was Mart Smeets de mistral die het vuur van de koers aanblies met een eindeloos scala aan tremolo’s terwijl Jean Nelissen naast hem de monkelende observator van het kleine drama was. In bezweringen waren ze elkaar waard. Dat de Amstel Goldrace vandaag een volwaardige en zelfs een van de mooiste klassiekers is, is in niet geringe mate te danken aan de mantelzorg van Mart en Jean.

Toch is de historische bedding op en rond de Cauberg niet geheel uitgediept. De magie is niet helemaal voltooid.

De overgang van jaarlijkse hoogmis voor wielervrienden naar monument voor de eeuwigheid mist een laatste injectie. Als de wedstrijd ooit gewonnen zou worden door een monstre sacré als Peter Sagan zou de vrijblijvendheid op slag zijn verdwenen. De Amstel Goldrace zou meteen twee sterren hoger gequoteerd staan. De Nederlandse klassieker heeft nood aan een spectaculaire winnaar die tot de verbeelding spreekt. Daarnaast ontbreekt het de koers aan liturgische animositeit. De Cauberg doet niet veel onder voor de Oude Kwaremont in de Ronde van Vlaanderen, maar in bevoorrading van romantiek en heldengedichten scheelt het dag en nacht. De Ronde is wekenlang een orgie voor Vlamingen – er is niets anders meer tussen hemel en aarde. De Goldrace volstaat met wat armzalig mediagespetter aan de vooravond van de wedstrijd. Dat is te schraal.

Nog een verschil: Vlaamse coureurs geven hun leven voor een Rondepodium. Nederlandse renners zijn uit hun klassieke roots gegroeid. Godsgeschenken zien zij weggelegd in etappewedstrijden, niet in de Goldrace. Het voorspel is hooguit een wip, geen feuilleton van verlangen en bijgeloof. De Ronde leeft een jaar in hoofden van renners en volgers, de Amstel Goldrace bloedt na anderhalve dag leeg. De duurzaamheid van de roes ontbreekt.

Wat zou helpen is dat eindelijk nog eens een Nederlandse renner met voorsprong over de Cauberg stormt. Er is vandaag geen Nederlander in het peloton die organisch samenvalt met de Goldrace. De goddelijke liefde voor de Ronde en Parijs-Roubaix waar Boonen en Cancellara een jaar naar toeleven zie je bij geen enkele Nederlandse renner zo emotioneel en bevlogen terug in Maastricht. Philippe Gilbert is meer gebrand op deze klassieker dan Tom Dumoulin of Robert Gesink.

De kwaal van de historische onverschilligheid die de hele samenleving treft.

Iemand zei me laatst: „Zolang Sven Kramer niet rijdt, krijg je de Randstad en het noorden niet warm voor de Limburgse hoogdag.” Als ik Wout Poels of Tom Dumoulin was, zou ik me diep beledigd voelen. Had je het tegen Jean gezegd zou een opstoot van gif in zijn ronkende lyriek voor ernstig oponthoud hebben gezorgd. Bij vernedering van zijn komaf ging zijn sigaartje schuiven tussen de lippen.