Is-ie het of is-ie het niet?

Spinozaportret Een Amsterdamse kunsthandelaar vond bij toeval het enige bij leven geschilderde portret van de filosoof Spinoza. Of toch niet? Critici vinden dat de bewijsvoering rammelt.

Barend Graat: portret van Baruch Spinoza?, 1666, olieverf op doek, 47×40 cm. Collectie Kunstzalen A. Vecht.

Constant Vecht geloofde zijn ogen niet. De Amsterdamse kunsthandelaar bladerde tweeënhalf jaar geleden door een catalogus van een bric-à-bracveiling bij Aron-Nordmann in Parijs. Lotnummer 3 trok zijn aandacht: een klein portret, geschilderd door Barend Graat (1628-1709), een middelmatige genre- en historieschilder uit Amsterdam. In de beschrijving stond slechts: Portrait d’homme devant une sculpture, mansportret voor een sculptuur. Richtprijs: maximaal 4.000 euro.

Vecht had geen beschrijving nodig. Die zwarte krullende haarbos, de zware wenkbrauwen en dito oogleden – zijn eerste gevoel was dat hij keek naar een beeltenis van de man die na Rembrandt van Rijn, Vincent van Gogh en Johan Cruyff de beroemdste Nederlander aller tijden is. Dit moest het portret zijn waar al eeuwen naar werd gezocht, het eerste van Baruch Spinoza (1632-1677) dat mogelijk tijdens zijn leven werd geschilderd. Van de beroemde filosoof, wiskundige en politiek denker zijn immers, net als van Shakespeare, alleen postume portretten bewaard gebleven.

De eigenaar van Kunstzalen A. Vecht reisde spoorslags naar Parijs om het portret te kunnen onderzoeken. Hij vond het op de dag van de veiling ruggelings op de grond, onder een berg met andere schilderijen. Het eerste wat hem opviel was de nog duidelijk leesbare datering die in de catalogus niet stond vermeld: 1666. In dat jaar moest Spinoza een jaar of 33 zijn geweest, een leeftijd die past bij de man op het doek – ‘so far, so good’, dacht hij.

Bij de veiling had Vecht het rijk alleen. Voor een hamerbedrag van 3.000 euro plus 750 euro veilingkosten stapte hij een paar uur later op Gare du Nord op de trein naar Amsterdam – Spinoza onder zijn arm.

Plastic krat

Dertig maanden later zit de kunsthandelaar met een enigszins verbeten gezicht in zijn zaak in de Nieuwe Spiegelstraat. Naast hem op tafel staat een plastic krat met alle documenten die hij de afgelopen jaren over het vermeende portret van Spinoza verzamelde. Vecht is ervan overtuigd dat hij meer dan genoeg bewijs heeft voor de stelling dat het Spinoza is die door Barend Graat is geportretteerd.

Op Spinoza-blogs is de opwinding groot en ook in museumkringen heeft hij een prominente medestander gevonden.

Maar de geplande persconferentie over zijn vondst heeft Vecht moeten uitstellen. Tot zijn verbazing heeft zich namelijk ook een prominente ‘niet-gelover’ aangediend: Rudi Ekkart, de oud-directeur van het RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis. Ekkart wil pas aannemen dat het om Spinoza gaat als de kunsthandelaar „hardere positieve aanwijzingen” kan overleggen.

Portret van Baruch Spinoza, schilder onbekend, vermoedelijk 1680-1700.. Collectie Herzog August Bibliothek, Wolfenbüttel.

Op de kunst- en antiekbeurs TEFAF werd het portret in maart bezoedeld met een tweede discussie. De keuringscommissie betwijfelde of het portret wel door Barend Graat is geschilderd en ook of de datering wel deugt. Vecht: „Tien zeer geleerde heren schuiven in een paar minuten twee jaar onderzoek terzijde.”

Dé vrouw die een uitspraak zou kunnen doen over het monogram BGf (Barend Graat fecit = heeft gemaakt) en de datering op het vermeende Spinoza-portret, is Margreet van der Hut. Zij publiceerde in december na tien jaar onderzoek een lijvige monografie over Graat. De kunsthistorica laat per e-mail echter weten wel vragen over Graat te willen beantwoorden, maar alleen niet over het vermeende Spinoza-portret. Het blijft daarom gissen waarom ze het schilderij in haar oeuvrecatalogus negeert, ook in de opsomming van schilderijen die ten onrechte aan Graat zijn toegeschreven. Dat Van der Hut het doek kent staat vast, want op 11 december 2013 stelde ze er per mail vragen over aan Spinoza-blogger Stan Verdult.

En dus is Vecht in een patstelling beland. Zijn schilderij, dat op TEFAF nog een prijskaartje van 1,75 miljoen euro had, is voorlopig onverkoopbaar. Maar het geld is van ondergeschikt belang, zegt hij. Het gaat hem om Spinoza, de man die op het laatste bankbiljet van 1.000 gulden stond afgebeeld, „na Johan Cruyff de belangrijkste Nederlander ooit”.

De directeur van de Uffizi, het beroemde Florentijnse museum, complimenteerde hem op TEFAF nog met zijn „geweldige ontdekking”. Maar bij de grote Nederlandse musea, waar Vecht om hulp vroeg, stuitte hij op een muur van onverschilligheid. Waarom toch, vraagt hij zich vertwijfeld af. „Help en denk toch mee over dit portret. Spinoza is voor de Nederlandse geschiedenis van eminent belang.”

Neusvleugels

Kunsthistoricus Rudi Ekkart concludeerde in een studie uit 1997 dat slechts twee van de postume portretten van Spinoza authentiek zijn: een kopergravure die vanaf 1680 soms werd bijgevoegd in de Nagelate schriften van Spinoza en het geschilderde portret in de Herzog August Bibliothek in het Duitse Wolfenbüttel, vermoedelijk geschilderd tussen 1680 en 1700. Gezien de overeenkomsten in gezicht, houding en kleding veronderstelde Ekkart dat de gravure het voorbeeld is geweest voor het schilderij in Wolfenbüttel, ofwel dat beide werken teruggaan op een verloren gegaan origineel portret.

De man op het door Vecht gevonden schilderij lijkt een jongere versie van de man op de twee geaccepteerde Spinoza-portretten. Het grote verschil is dat de ‘jonge Spinoza’ een dun zwart snorretje had. Maar daarvoor vond Vecht bewijs. In een verklaring voor de Spaanse inquisitie beschreef ene kapitein Maltranilla het uiterlijk van Spinoza als: „Goedgebouwd, met dun, lang, zwart haar, een kleine snor van dezelfde kleur en een mooi gezicht.”

Vecht deed iets tamelijk ongebruikelijks: hij gaf de drie portretten van Spinoza aan twee forensische onderzoeksbureaus voor een persoonsidentificerend onderzoek. Op basis van biometrische vergelijkingen – onder meer „de hoedanigheid van de neusvleugels”, het verloop van de haarlijn en de vorm van neus, kin en ogen – kwamen beide bureaus tot dezelfde conclusie: het is „veel waarschijnlijker” dat de drie afbeeldingen dezelfde persoon representeren, dan dat het om verschillende personen zou gaan.

Tien zeer geleerde heren schuiven in een paar minuten twee jaar onderzoek terzijde

Constant Vecht, kunsthandelaar

Vecht wijst vooral op de enigszins loensende blik op de drie portretten en het zogenoemde oogkasvet op het rechterooglid (bij de gravure links). „Dat kan toch bijna niet op toeval berusten.”

Gravure van Baruch Spinoza, ca. 1680, graveur onbekend. Collectie Rijksmuseum Amsterdam.

Identificatie van een geportretteerde op basis van gelijkenis met een ander schilderij is volgens Ekkart een onbetrouwbare methode. „Schilderijen zijn geen foto’s. En elke geschilderde afbeelding heeft ook iets van de schilder. De ene schilder maakt ogen net iets te groot, bij een ander is er weer iets anders. Oren en handen zijn vaak cliché, de kleur van ogen doet er dikwijls niet toe.”

Ekkart betwijfelt zelfs of het schilderij van Graat wel een portret naar het leven is. Het zou ook een genrevoorstelling kunnen zijn, zegt hij, „met de voorstelling van een niet-bestaande persoon”.

Kunsthistoricus Norbert Middelkoop, conservator schilderijen, tekeningen en prenten bij het Amsterdam Museum, plaatst kanttekeningen bij de terughoudendheid van Ekkart. Op verzoek stuurt hij een lijst bekende zeventiende-eeuwse schilderijen waarvan de afgebeelde personen allen zijn geïdentificeerd op basis van gelijkenis met andere portretten, waarvan wel vaststaat dat ze daarvoor model stonden. Middelkoop: „Bij Rembrandt en Van der Helst mag het dus wel. Waarom hier dan niet?”

Intimi

Vecht heeft met een assistent archiefonderzoek gedaan. Hadden de schilder en Spinoza gemeenschappelijke contacten? Zou een van Spinoza’s intimi opdrachtgever van Graat geweest kunnen zijn?

Het onderzoek heeft het nodige indirecte bewijs opgeleverd. Graat en Spinoza verkeerden in dezelfde kringen. Spinoza’s leraar Latijn Franciscus van den Enden zou de opdrachtgever geweest kunnen zijn. Het zou kunnen verklaren waarom het schilderij in Frankrijk is opgedoken. Van den Enden vertrok in de jaren zeventig van de zeventiende eeuw naar Parijs, waar hij na een couppoging tegen Lodewijk XIV voor de Bastille werd opgehangen.

Maar hard en overtuigend bewijs voor een relatie tussen Graat en Spinoza ontbreekt. Zoals ook de herkomstgeschiedenis van het schilderij snel doodloopt: de Franse familie die het doek liet veilen weet niet waar het zich vóór 1982 bevond.

Dan is er nog de iconografie van het doek. De man met de dunne zwarte snor is geschilderd in een klassieke omgeving: het gebouw achter hem lijkt op het Pantheon in Rome, waar destijds grote geesten werden vereerd. Rechts op het portret staat een beeld van een naakte dame op een wereldbol, met een zon in haar linkerhand. Dat is een allegorie van de Waarheid, afkomstig uit een destijds beroemd Italiaans emblemataboek waarvan in 1644 een Nederlandse vertaling verscheen. Ook voor andere schilderijen heeft Graat uit dat boek geput.

Vecht ziet in de Waarheid en het Pantheon aanwijzingen dat de geportretteerde een denker was.

Rembrandt

De kans is „heel klein”, zegt Norbert Middelkoop, dat archiefonderzoek alsnog leidt tot het verlangde bewijs. De conservator wil met zijn directeur bespreken of Vecht zijn ‘Spinoza’ niet een tijdje in het museum mag ophangen. „Door het schilderij een podium te bieden kan een discussie over de toeschrijving ontstaan.” Middelkoop zegt er graag een aantal voorbeelden bij te hangen waarbij geportretteerden op basis van gezichtsvergelijking zijn geïdentificeerd.

Discussie, Constant Vecht snakt ernaar. De gelijkenis tussen de Spinoza-portretten is toch te groot, zegt hij, om zijn schilderij „zomaar terzijde te schuiven”. Met een verbetenheid die sommige betrokkenen als minder prettig ervaren, zet hij zijn speurtocht voort. In La Gazette Drouot, het Franse magazine voor kunsthandelaren, laat hij binnenkort een advertentie met een foto van het schilderij plaatsen. Misschien meldt zich iemand die meer kan vertellen over de herkomstgeschiedenis van zijn portret. „Ik rust niet voordat ik alle losse eindjes heb onderzocht.”