In de derde helft zijn ze er nauwelijks

Johan Derksen overdrijft met zijn Marokkanenkritiek, zeggen verenigingvoorzitters. Maar vanzelf gaat de integratie van allochtone voetballers niet.

Moslimmannen houden een middaggebed op Sportpark De Eendracht in Amsterdam Nieuw-West. Foto Istock/ Bewerking Fotodienst NRC

Zo’n vijf jaar geleden stapelden de problemen zich op. Ballen weg na de training, fietsen weg op wedstrijddagen, een handgemeen tijdens wedstrijden, vernielingen in de kleedkamer na een verloren uitwedstrijd. Zo’n periode waarin een amateurclub dreigt te verkrotten. „Je hebt het gevoel dat je naar de klote gaat. Te veel problemen tegelijk, ook met het gedrag van allochtonen. Een crisissituatie”, zegt Peter Coenen, voorzitter van amateurclub CJVV uit Amersfoort. „Ik herken me in de uitspraken van Johan Derksen, maar bij ons is het een achterhaalde discussie.”

Duizend leden heeft Coenens vereniging nu, drie keer zoveel als een aantal jaren geleden. De verhuizing naar een nieuw complex zorgde voor nieuw elan, maar ook voor groeipijn. De Christelijke Jongelieden Voetbal Vereniging kreeg te maken met een toestroom van Marokkaanse voetballers, die nu eenderde van het ledenbestand uitmaken. En dat allemaal in een periode dat de vereniging haar kompas toch al een beetje kwijt was. Een zoekend bestuur, een zeurende identiteitsvraag – „hoe verder met de C in de clubnaam” –, onduidelijkheid over missie en normen.

De 63-jarige Coenen heeft geen zin om te spreken over „best practices”, maar is trots op wat er in korte tijd tot stand is gekomen. Ouders die als stewards in kleurige hesjes in het weekeinde en op trainingsavonden de orde hebben hersteld, uitvoerige sessies met leden over de identiteit, de invoering in 2015 van een ‘cultuurkaart’ met de waarden van de club waaraan de leden zich hebben te houden. „Allochtonen zijn het verenigingsleven niet gewend. Contributie betalen, wat is dat? Allochtonen hebben recht op aandacht, maar ze zien de club als faciliteit. In de derde helft met bier en bitterballen zie je ze niet”.

Voor kinderen met gedragsproblemen heeft CJVV een pedagogisch team opgezet: Buitenspel Of Kansen Scoren – kortweg het BOKS-team. Dit seizoen is het nog rustig voor de pedagogen, maar afgelopen jaren gingen zij met vijf probleemjochies aan de slag. Kijken bij de trainingen, observeren. In vrijwel alle gevallen ging het om kinderen van allochtone komaf.

„Schelden, niet luisteren, dingen vernielen, elkaar uitdagen”, schetst de 28-jarige pedagoge Dana van de Kamp de problemen. Zij is lid en bedenker van het team, en speler van het eerste vrouwenteam van CJVV. „Ze worden vaak niet gecorrigeerd, omdat de betrokkenheid van ouders gering is. We schakelen in de jongste categorieën altijd de ouders in. Dat werkt héél positief”.

Heeft het Nederlandse amateurvoetbal problemen met allochtonen, en dan vooral met Marokkanen? Volgens Johan Derksen wel. „Een groter probleem dan we met zijn allen willen onderkennen”, zei hij deze week.

De Utrechtse hoogleraar organisatiewetenschap Paul Verweel, zelf voorzitter van voetbalclub Hoograven uit Utrecht die voor „98 procent” uit Marokkanen bestaat, vindt dat Derksen schromelijk overdrijft. „Als je naar de grote beweging in de samenleving kijkt, dan is de trend veel positiever dan Derksen wil doen geloven. De sport doet het veel beter dan het onderwijs met zijn witte en zwarte scholen.”

Cijfers over wangedrag en excessen door allochtonen zijn er niet; de KNVB registreert niet op basis van etniciteit. Verweel kreeg vier jaar geleden algemene cijfers onder ogen en kon daaruit uit concluderen dat allochtonen inderdaad „oververtegenwoordigd” waren. De rekensom is ongeveer: circa 70 procent van de excessen – vechtpartijen, bedreigen van de scheids, gestaakte wedstrijden – komt voor rekening van autochtonen. Allochtonen vertegenwoordigen de overige dertig procent. Ervan uitgaande dat zo’n twintig procent van de KNVB-leden allochtoon is, is er derhalve sprake van een relatief groot aandeel. Maar, relativeert Verweel, die excessen doen zich voor in nog niet 1 procent van de wedstrijden.

Verweel erkent dat de toestroom van nieuwe bevolkingsgroepen „schuurt” in verenigingen die vaak hun wortels hebben in de verzuiling. En om hun clubcultuur te beschermen, zoeken sommige clubs het in informele kunstgrepen als quota voor allochtonen, selectief gebruik van wachtlijsten en toelating van nieuwe leden naar postcode.

Ook Verweels voetbalclub Hoograven had in haar tienjarig bestaan haar incidenten. Het eerste elftal werd al een eens uit de competitie gezet na een knokpartij in het Utrechtse plaatsje Schalkwijk. Inmiddels is het eerste weer een toonbeeld van discipline. Hoe hij het aanpakt? „Alleen straffen helpt niet. Je moet een flinke stap zetten naar het begrijpen van de ander, de dialoog aangaan. Als ik een gesprek met die jongens aanga, gaat het altijd over onze relatie. Zeg ik: dit had ik niet van jou verwacht. Autochtonen zijn meer op waarheidsvinding gericht. Willen uitzoeken wie de schuld heeft. Ontkenning is bij allochtonen hun eerste wapen, want ze staan onder druk op straat, thuis.”

Voor meer structuur maken clubs steeds vaker afspraken met hun leden. CJVV heeft haar cultuurkaart, andere clubs gouden regels, terwijl Haaglandia uit Den Haag bijvoorbeeld een gedragsreglement heeft opgesteld, inclusief bijbehorende straffen. ‘Eenvoudige bedreiging („ik zie je nog wel”): zes tot acht wedstrijden schorsing. Concrete geweldsdreiging („Ik sla je straks in elkaar”): vier tot zes maanden schorsing.’

Ook Zwaluwen-Utrecht (negenhonderd leden, van wie de helft allochtoon) heeft zijn „gouden regels”. „Maar”, zegt voorzitter Ton Wesseling, „het gaat vooral om consequent optreden.” De club had vijf jaar geleden nog geregeld problemen, maar „het gaat nu behoorlijk goed”.

De Marokkanen zijn zich ervan bewust dat ze onder een vergrootglas liggen. Het is niet voor niets dat enkele Marokkaanse clubs hun naam hebben aangepast. De Haagse Marokkanen Club (HMC) heet nu de Haagse Multiculturele Club en het Amsterdamse Sporting Maroc veranderde in 2009 in SV Nieuw West. Voorzitter Mehdi Harboul van Nieuw West: „Het was altijd: daar heb je die Marokkanen weer. Daar wilden we vanaf.”