‘In Congo sliep ik met drie telefoons onder mijn kussen’

Ylse van der Schoot (45) is sinds vorige maand directeur bij een ontwikkelingsorganisatie. ‘Ik wil geen baan voor het geld.’

Ylse: „Al heel jong wist ik dat ik later iets nuttigs wilde gaan doen. Op de lagere school deed ik met een vriendinnetje heitje voor een karweitje. We waren tien ofzo. We bespraken wat we later wilden worden en ik zei dat ik mensen wilde helpen. Zij wilde dieren redden.

„Op de middelbare school wilde ik ‘iets internationaals’ gaan doen. Het werd beleid en bestuur in internationale organisaties in Groningen. Tijdens een uitwisselingsprogramma met Zimbabwe, waar ik zeven maanden ben geweest, is mijn hart sneller gaan kloppen voor Afrika en zo ben ik de wereld van ontwikkelingssamenwerking ingerold. Na mijn afstuderen heb ik nog drie maanden in Zuidelijk Afrika rondgereisd, waaronder in Mozambique waar toen net de oorlog afgelopen was. Ik was als toerist een bezienswaardigheid.

„Toch ben ik blij dat ik niet in Afrika geboren ben, hoeveel ik ook van dat continent hou. Het voelt als thuiskomen, maar door het vele reizen en het wonen in Afrika realiseer ik me hoe belangrijk het is dat ik gezond ben, een stabiele jeugd heb gehad en onderwijs heb kunnen volgen. Een van de redenen dat ik nu heb gekozen voor een baan in Nederland is dat ik het fijn vind meer tijd met mijn familie door te brengen nu mijn ouders een dagje ouder worden.”

Bewondering

„Wat me trekt in ontwikkelingswerk is dat ik daarin iets nuttigs kan doen met mijn tijd en kwaliteiten. Ik wil geen baan voor het geld, geen werk waarmee ik aandeelhouders rijker maak dan ze al zijn. En ik vind het fijn dat ik veel mensen ontmoet die ik bewonder omdat ze hun talenten inzetten in risicovolle omstandigheden. Mensen in oorlogsgebieden die blijven werken, die zijn opgepakt, familie en bezittingen zijn kwijtgeraakt en toch weer opnieuw zijn begonnen. Ik bewonder hun veerkracht en flexibiliteit.

Niemand kent me nog

„Natuurlijk zijn er tegenslagen in het ontwikkelingswerk, maar ik ben optimistisch en vrolijk van aard, dat helpt. Ik ga voor de goede dingen, zoals onderwijs en bewustwording. Ik wil mensen uit de overlevingsstand krijgen en ze helpen bij te dragen aan hun samenleving. Ik doe niet mee met mensen die zeggen: Afrika is een groot gat waar alles in verdwijnt. Hoe erg een situatie ook is, dingen als kennis en bewustwording neem je mensen niet af, dat zit in hun hoofd.

„Ik ben nu een kleine twee maanden bezig in nieuwe functie bij ontwikkelingsorganisatie North Star Alliance. Die inwerkperiode is druk: je moet veel mensen leren kennen, veel lezen. Ik ben vorige week in de VS geweest en vijf dagen later zat ik alweer in het vliegtuig naar Zuid-Afrika. Daar staat tegenover dat ik weinig mails en telefoontjes krijg, want niemand kent me nog. Toen ik in Congo werkte, sliep ik met drie telefoons onder mijn kussen omdat er zo veel dingen gebeurden. Bijvoorbeeld een collega die zoek was. Toen moest ik langs alle ziekenhuizen en gevangenissen om hem te vinden. Of die keer dat er een massamoord was gepleegd in een vluchtelingenkamp terwijl er net een parlementaire missie uit Nederland op bezoek kwam. Dan is een kantoorbaan wel even schakelen.”

„Ik heb geleerd wat meer afstand van mijn werk te nemen. Ik kan hard werken, maar er is meer in het leven. Ik hou ook van sociaal en gezellig. Vroeger zou ik zodra ik uit het vliegtuig stapte meteen naar kantoor zijn gegaan. Nu mag ik van mezelf thuis even een wasje draaien en dan aan het werk. Over strategie nadenken kan ik ook thuis. Goed werk leveren is belangrijker dan kantooruren draaien.

„Wat ik in Nederland wel moeilijk vind, is dat iedereen zo druk is. Werkende mensen kunnen alleen maar in het weekend afspreken en dan nog... Toen we laatst met zes jaarclubgenoten een afspraak wilden maken, lukte het na lang zoeken met een datumprikker om vijf van de zes mensen drie maanden later bij elkaar te krijgen. En op het laatste moment haakte er nog iemand af. In Afrika heeft niemand een agenda, je kunt altijd langskomen. Dat warme, welkome gevoel mis ik hier. In Nederland is alles gepland. Spontaan binnenvallen, ongepland mee-eten, dat ligt moeilijk hier. Misschien willen we te veel: kinderen opvoeden, een ideaal gezinslid zijn, tijd voor onszelf. In Afrika heb ik nog nooit iemand horen zeggen: Zo, nu ga ik eens iets voor mezelf doen.”

Nul privacy

„Als ik weer eens in Afrika ga werken, wil ik het liefst in een stad wonen. Op het platteland heb je nul privacy. Er staat een bewaker bij je huis, iedereen ziet wat je doet en stelt daar vragen over. Daarom vind ik wonen in Amsterdam nu weer lekker. Anoniemer en meer bewegingsvrijheid. Niemand die hier vraagt waarom je met iemand uit eten gaat, niemand die over je schouder meekijkt, geen dorpsgenoten die ongevraagd met z’n tienen bij jou televisie komen kijken naar een serie van Netflix. Ik kan hier zelf bepalen wie ik uitnodig.”