Hafsa is zelfs heel goed in rekenen

Ook al zijn haar ouders niet hoog opgeleid, haar vmbo-t advies werd verhoogd naar havo. Dat is niet gebruikelijk.

Hafsa El Hammoudani (14) kreeg vmbo-advies, maar doet havo. Haar moeder ziet via een app Hafsa’s cijfers eerder dan zijzelf. „Dat stimuleert.” Foto David van Dam

Kinderen van laagopgeleide ouders krijgen bij een hoge toetsscore meestal geen bijstelling van het schooladvies naar boven. Dat blijkt uit het deze week verschenen rapport Staat van het Onderwijs van de Inspectie van het Onderwijs. Hafsa El Hammoudani (14) is een gunstige uitzondering. Haar leerkracht verhoogde het advies vmbo-t meteen naar havo toen haar latere Citoscore hoger bleek uit te vallen.

Motor achter dit succes: haar moeder. Haar vader komt uit Marokko en genoot geen opleiding. Maar haar moeder groeide in Nederland op en deed de mavo. Ze zit nu bovenop de studieresultaten van Hafsa. Via een speciale app op haar telefoon ziet moeder de schoolcijfers eerder dan Hafsa zelf. „Dat stimuleert”, zegt Hafsa.

Haar moeder had ook aangeraden dat ze in groep vier een jaartje bleef zitten toen het op school niet goed ging – Hafsa haalde alleen maar onvoldoendes. Het jaar overdoen hielp. Haar moeder overhoorde ook geschiedenis en aardrijkskunde, en las voor. Pas in groep zeven werd Hafsa’s dyslexie ontdekt. Als er het woord „open” staat, leest ze bijvoorbeeld het woord „deur”.

Dyslexiedocent

Eenmaal per maand krijgt ze les van een dyslexiedocent om woorden met kleuren te associëren. Voorlezen werkt ook. Bovendien krijgt ze extra tijd bij toetsen.

Sindsdien zijn haar cijfers omhooggegaan. In rekenen is ze zelfs heel goed. „Dat zit in de familie”, zegt ze. „Mijn tante is accountant”. Haar broertje is ook goed in rekenen. Sinds hij van zijn moeder vijf euro krijgt voor de hoogste beoordeling A, haalt hij die altijd. En ook van neven en nichten, ooms en tantes krijgen zij, haar zus en haar broers steun.

„Er is er altijd wel een die goed is in een bepaald vak”, zegt ze.

Hafsa wil later graag met kinderen werken, liefst op de basisschool. Haar voorbeeld laat zien hoe belangrijk ouders zijn voor het welslagen van de schoolloopbaan.

Als ouders afzijdig zijn – wat bij lager opgeleide ouders vaker voorkomt – kan die schoolloopbaan eerder stranden. Sommige leerkrachten houden daar in hun schooladvies rekening mee.