Een stofje naar de sterren

Zijn we alleen in het heelal? De existentiële vraag of er ander intelligent leven is in de kosmos is even groot als kraakhelder. Maar willen we hem wel beantwoord zien? Zowel het antwoord ‘ja’ als ‘nee’ doet ons duizelen. De vondst van buitenaards leven zal een groter moment in de wereldgeschiedenis zijn dan de ontdekkingsreizen van Columbus en Armstrong tezamen. Aan de andere kant is het even bevreemdend als wij het enige publiek blijken te zijn voor de kosmische lichtshow.

Wie zoekt het antwoord? De receptie deze week in de gelambriseerde vertrekken van de president van Columbia University in New York, gaf een goed beeld van de zoekers: Nobelprijswinnaars, sterrenkundigen, theoretisch fysici, aangevoerd door Stephen Hawking. En één miljardair, de Russische internetentrepreneur en filantroop Joeri Milner. Plus een idee dat gek genoeg is om waar te kunnen zijn: miniatuurruimtesondes, lichter dan een gram, inclusief camera, stuurraket en boordcomputer, die opgestuwd door een reuzenlaser met een fractie van de lichtsnelheid in 20 jaar naar de dichtstbijzijnde ster kunnen reizen. Om daar de buurt te verkennen. Op de 55ste verjaardag van de eerste ruimtereis door Joeri Gagarin beloofde de naar hem vernoemde Milner 100 miljoen dollar te investeren in de eerste ontwerpfase, genaamd Breakthrough Star Shot.

Het officiële onderzoek naar intelligent leven in het heelal is, na naïef enthousiasme in de jaren zeventig, grotendeels stilgevallen. De overheid is niet langer geïnteresseerd. Maar we zijn nu aangekomen in de eeuw van de miljardairs. Elon Musk, van Tesla, bouwt herbruikbare raketten. De hele wereld bewonderde vorige week de spectaculaire landing van de Falcon 9 raket op een vlot in de Atlantische Oceaan.

Joeri Milner is een andere visionair. Vorig jaar kondigde hij het ambitieuze project Breakthrough Listen aan: eveneens 100 miljoen dollar nu om te zoeken naar radiosignalen van buitenaards leven. Door de vele bezuinigingen kan deze luistertijd tegen bodemprijzen gekocht worden. Milner heeft de zogeheten Giving Pledge ondertekend, een afspraak onder miljardairs om meer dan de helft van hun vermogen weg te geven aan goede doelen. Milner vertelde dat toen hij een specifiek goed doel moest aankruisen, wetenschap daar tot zijn verbazing (nog) niet bij stond.

Filantropie wordt steeds belangrijker voor het zuivere onderzoek. In Amerika wordt de federale begroting aan twee kanten van het politieke spectrum ineengedrukt. Aan de rechterzijde zijn er de gigantische defensie-uitgaven, aan de linkerzijde de stijgende kosten van medische en sociale uitkeringen. Beide posten zijn totaal onbespreekbaar. Geen politicus durft ze aan te raken op risico van electorale elektrificatie. De vrije ruimte waaruit alle andere overheidsuitgaven betaald moet worden, inclusief onderwijs en onderzoek, neemt daardoor alleen maar af. Toen ik onlangs dit dreigende scenario besprak met een rijke industrieel, zei hij, wijzende naar de imposante vergadertafel in zijn boardroom: Als het ooit zo ver komt zal aan deze tafel een groep welgestelden persoonlijk de zaak komen redden.

Misschien is dit moment nu wel gekomen. Een zestal grote private wetenschapsfondsen probeert de filantropische uitgaven aan fundamenteel onderzoek in de VS te verdubbelen, van 1 naar 2 miljard dollar per jaar. Ter vergelijking: het totale federale budget voor basic research ligt rond de 40 miljard dollar. Zo bezien zijn de bijdragen van vermogende individuen een druppel op de gloeiende plaat.

Maar dat ligt toch wat ingewikkelder. Het gaat namelijk niet alleen over de hoogte van het totale budget, de vraag is ook welke projecten gesteund worden. Hier ligt bij uitstek een rol voor de filantropie. Risicovol onderzoek met een hoge ambitie en een grote persoonlijke inzet leent zich goed voor privaat initiatief. Het is het gevoel dat we allemaal hebben bij bergbeklimmers of astronauten. Je zou nooit in hun schoenen willen staan, maar wat geweldig dat ze het durven! Sponsoring stelt de donor in staat plaatsvervangend onderzoek te doen.

De institutionele wetenschap is per constructie niet bij machte het vertrouwen te bieden voor zulke avonturen. Nu het onderzoek steeds omvangrijker en ingewikkelder wordt, groeien ook de regulering en controle. In de Europese Unie kijken de boekhouders van 28 landen mee over de schouders van de wetenschapper. Wordt het belastinggeld wel keurig netjes uitgegeven? In het publieke oog weegt één ‘verkwiste’ euro niet op tegen honderd succesvolle, ook al is de uiteindelijke balans een winst van 99 euro. Dit roept risicomijdend gedrag op; de onderzoeker gaat voor veiligheid.

Maar er is een andere kant aan de wetenschap: het meeslepende gevoel van Peter Pan en Jules Verne. Al die jongetjes en meisjes in hun kinderkamers die dromen van het grote avontuur, het onmogelijke doen, maken of berekenen. Het is deze onredelijke, romantische en impulsieve kant van het onderzoek die veel meer gemeen heeft met de dichter of de ontdekkingsreiziger dan de boekhouder. Het is ook deze kant die entrepreneurs en investeerders aanspreekt. Grootse dromen, om figuurlijk de hoogste intellectuele berg te beklimmen of letterlijk naar de sterren te reizen. Ook al is het op een ruimteschip ter grootte van een stofje.