Duikclub Texel vult museum met schatten

In wrakken bij Texel vinden duikers en jutters soms iets bijzonders. Nu ook weer.

Zijden kousen met ingebreide motieven

Het begon met een zompige zwarte bal. De duikers van Duikclub Texel halen wel vaker iets uit een scheepswrak in de Waddenzee omhoog – sterker nog, in Oudeschild is een heel museum gevuld met vondsten van lokale duikers en jutters – maar iets met deze textuur hadden ze nog niet eerder aangetroffen. Toen bleek al gauw dat er iets bijzonders gevonden was: onder de modder kwam de felrode textiel van een jurk tevoorschijn. Direct werd museum Kaap Skil gebeld, ook de burgemeester kwam langs.

Afgelopen donderdag maakte Kaap Skil bekend dat er in het wrak een bijzondere zeventiende-eeuwse garderobe is gevonden. Er zijn aanwijzingen dat de kleding van een koninklijk iemand is geweest. Een deel van de vondsten, waaronder ook vazen en boekkaften, wordt nu een maand geëxposeerd in het museum, in twee grote vitrines als onderdeel van de vaste opstelling. Kaap Skil, museum voor jutters- en duikersvondsten, zag zijn bezoekersaantallen de dag na de bekendmaking direct exploderen: „Normaal komen hier op een vrijdag in april zo’n 40 mensen, ik denk dat het er nu wel 340 zijn”, aldus Maarten Roeper, hoofd presentatie en educatie van het museum.

De 25 leden van Duikclub Texel – van wie er ongeveer acht actief duiken – dalen in de zomer soms wel vier dagen per week af naar de ongeveer vijftig bekende wrakken in de Waddenzee rond Texel. „Het gaat puur om struinen door de wrakken, het water is zo troebel dat je echt geen visjes ziet”, vertelt Gerrit Jan Betsema, een van de duikers die de vondsten naar boven brachten. Of ze wat vinden hangt af van het toeval, omdat door wisselende waterstromen de hoogte van het zand rondom de schepen enorm kan verschillen. De schepen zijn soms ontoegankelijk, en soms komt er eentje helemaal vrij te liggen. „Je moet op het juiste moment op de juiste plaats zijn”, aldus Betsema.

De vondsten werden al gedaan in de zomer van 2014. Waarom worden ze dan nu pas bekendgemaakt? „We wilden graag eerst zelf goed onderzoek doen. We hadden heus wel in de gaten dat we iets bijzonders in handen hadden, maar we wilden wel graag een goed verhaal kunnen vertellen”, verklaart Maarten Roeper van Kaap Skil. Dus werden de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, het Rijksmuseum, de Universiteit van Amsterdam, de gemeente en de provincie Noord-Holland benaderd.

Is het niet gek dat het duiken naar schatten wordt gedaan door vrijwilligers? „Er is geen geld om dit professioneel te laten doen”, zegt duiker Betsema. „Je kunt niet permanent surveilleren en alle wrakken in de gaten houden.”