60-plus in een gammele bus

Twintig jaar lang genieten van het pensioen – dat staat u te wachten. Als de verveling toeslaat, pakken zestigers hun rugzak. „Papa denkt dat hij nog 20 is.”

Foto Magnum Photos / Hollandse Hoogte

Rugzak op, wandelschoenen aan en op pad. Gewoon in zijn eentje. Dat wil mijn vader. Hij is vorig jaar met pensioen gegaan en nu is de verveling toegeslagen. Het huis is opgeknapt, de huizen van de dochters volgden en de hole-in-ones zijn geslagen. Van de verveling wordt hij somber. Hij staat laat op, kibbelt met mijn moeder en gaat net iets te vaak „een stukje fietsen”. Hij wil nu dus gaan backpacken.

Voor mij kwam de mededeling over de telefoon niet echt als een verrassing. Voor mijn moeder wel, het backpacken tenminste. Ik hoorde hoe ze al hoestend en proestend haar lach probeerde in te houden. „Waarom zou ik op mijn leeftijd niet meer kunnen backpacken?” ging mijn vader door, deels tegen mij, deels tegen mijn moeder. „Ik moet toch íets.” Er klonk geritsel. „Papa denkt”, mijn moeder had de telefoon overgenomen, „dat hij nog twintig is.”

Backpacken is populair onder twintigers en dertigers. Na hun studie trekken ze naar Azië of Zuid-Amerika om de wereld te zien voordat ‘het echte leven’ begint. Maar ook vijftigers en zestigers halen steeds vaker hun rugzak van zolder. Nederlandse reisorganisaties voor avontuurlijke soloreizen zagen het aantal aanvragen van vijftigplussers de afgelopen drie jaar stijgen, vertellen ze.

Zo ging Olga Kroes, ZZP’er, op haar vijfenvijftigste voor het eerst backpacken. Ze was niet met pensioen maar ze was gescheiden en de kinderen gingen het huis uit. „Ik hoopte een nieuwe balans tussen werk en plezier te vinden”, vertelt ze. Het plan was één keer te backpacken, in Canada, maar ze werd gegrepen door het reisvirus en al snel volgden reizen naar Zuid-Amerika, Afrika en Azië.

Een gammel vliegtuig en busje

Haar meest memorabele reis ging naar Vorovoro. Met een gammel vliegtuig, een gammel busje, een gammel bootje en een oud ezeltje reisde ze er in drie dagen naartoe. Toen ze op het Fiji-eiland midden in de Stille Zuidzee aankwam, werd ze door de plaatselijke stam opgewacht met één korte vraag: „you, Olga Kroes?” Over een paar maanden gaat Kroes weer weg, dan stapt ze met haar backpack op de Transsiberië Expres naar Beijing.

„Wie zou er 130 jaar én gezond willen worden?” vraagt Andrea Maier in oktober tijdens een online college van de Universiteit van Nederland aan het publiek. Het overgrote deel steekt zijn hand op. Dat willen ze wel. „Dat komt goed uit”, vervolgt Maier, internist-ouderengeneeskunde aan het VU Medisch Centrum. „Dankzij de goede hygiëne en de medische revolutie van de afgelopen vijftig jaar zullen we alleen maar ouder worden. Wie weet zelfs onsterfelijk.”

Dat terwijl we nu al oud worden en vitaal blijven. In 2012 was de levensverwachting van 65-plussers voor mannen 83 jaar en voor vrouwen zelfs 86, blijkt uit cijfers van het CBS. De gemiddelde pensioenleeftijd lag toen op 63 jaar, nu is dat 64. Dit betekent dat deze groep minimaal 20 jaar met pensioen zal zijn.

Te lang, vindt Jan Baars, filosoof en sociaal gerontoloog. En auteur van het boek Aging and the art of living. „Onze maatschappij is ingesteld op werken, werken, werken. Al tijdens je opleiding leer je hoe en hoeveel je dat zult moeten doen. Werken is vervlochten geraakt met onze identiteit.” Volgens Baars vergeten we tijdens onze carrière te leven. Hij pleit daarom voor een kortere werkweek, langer ouderschapsverlof en vrij nemen bij ziekten van familie of vrienden. „Zodat je na je pensioen niet in dat zwarte gat valt, maar al weet hoe het is om niet te werken.”

„Jouw vader is te snel met pensioen gegaan”, vindt Marcel Olde Rikkert. Hoogleraar geriatrie aan het Radboudumc en auteur van ‘het handboek voor ouderen’ Jong blijven & oud worden. „Tijdens je loopbaan ontvang je een constante stroom aan feedback en complimenten. Dat, samen met het dagelijkse sociale contact, geeft zingeving.” Wanneer je van de een op de andere dag met pensioen gaat, valt dat in één keer weg.

Olde Rikkert pleit ervoor het werkend leven stapsgewijs af te bouwen. Eerst vijf jaar lang een paar uur minder werken en dan stoppen. Voor mijn vader is dat te laat. Hij ís met pensioen en een nieuwe baan vinden lukt niet. Hij heeft het geprobeerd. „We zoeken iemand voor de langere termijn”, kreeg hij meerdere keren te horen. Of simpel gezegd: ‘te oud’.

De betere hostels en hotelletjes

Kroes ontmoet op reis regelmatig jonge backpackers. Die zeggen dan: „Ik wou dat mijn moeder dit nog deed. Maar die durft niet.” Jammer, vindt Kroes. Met kleine aanpassingen is het ook op latere leeftijd goed te doen. Tijdens haar eerste trips ging Kroes voor goedkope hostels, net als de jonge backpackers. „Ik vond dat het bij de ervaring hoorde.” Tot Kroes bedluizen aantrof. Sindsdien kiest ze voor de betere hostels en hotelletjes. „Op mijn leeftijd heb je daar wat meer geld voor over.” Al zijn zelfs deze ‘luxere’ accommodaties niet te vergelijken met Nederlandse hotels. „Je moet tegen een stootje kunnen.”

Kroes maakt ook veel gebruik van tuktuk’s, taxi’s en treintjes. „Locals leggen in de grote steden ook geen kilometers te voet af, waarom zou ik dat wel doen?” Tijdens langere voettochten laat ze haar spullen dragen door sherpa’s. En op al haar reizen geldt: niet haasten, neem de tijd, geniet.

Kroes’ gouden tip voor nieuwe reizigers is simpel: verzamel plastic zakjes. Elke dag. Een voorzorgsmaatregel voor reisziekte. „Niet prettig, maar iedereen moet eraan geloven.” Zodra Kroes bij een nieuwe slaapplek komt, maakt ze daar de prullenbak leeg en hangt er dan zo’n plastic zakje in. Die bak gaat naast haar bed. „Dan hoef je nooit te rennen voor je-weet-maar-nooit.”

Voor wie het spannend vindt ver van huis te gaan, adviseert Kroes naar China te gaan. In 2007 ging ze er voor het eerst heen. In de Chinese familiecultuur, waarin volwassenen tot op late leeftijd als voorbeeld worden gezien, voelde Kroes zich veilig en gerespecteerd. Ze bouwde een vriendschap op met een Chinese studente waar ze nog maandelijks mee mailt. „We vermaken elkaar eindeloos met anekdotes uit onze verschillende culturen.” Op haar volgende reis, weer naar China, neemt Kroes een vriendin uit Nederland mee die ze de afgelopen jaren heeft besmet met het ‘backpackvirus’. „Na één keer wilde ze meteen weer.”

Die betrokkenheid van gelijkgestemden is volgens Olde Rikkert verstandig. „Bekijk vooraf welke verenigingen over reizen op leeftijd er zijn en sluit je daar bij aan”, adviseert hij. Na vertrek kun je je belevenissen levend houden. „En blijf contact houden met mensen die je tijdens de reis ontmoet. Nodig ze uit bij jou thuis langs te komen of zie het als doel hen de jaren daarna op te zoeken.”

Waarom ga je niet mee?

Olde Rikkert denkt daarnaast dat het ontmoeten van jonge mensen mijn vader goed zal doen. „De combinatie van ervaring van de oudere en creativiteit van de jongere is een hele prettige”, legt hij uit. „Dit zie je bijvoorbeeld in de relatie grootouder-kleinkind, waaraan beide personen plezier beleven en van elkaar leren. Daarnaast is gemeenschappelijk iets beleven goed voor het behoud van de herinnering. Waarom ga je eigenlijk niet met hem mee?”

Om de verveling thuis tegen te gaan, moet je volgens Olde Rikkert in je gepensioneerde leven een ‘werksfeer’ creëren. Een ritme behouden, op tijd opstaan en op tijd naar bed. Een hond kan daarbij helpen. En een goed sociaal netwerk. Vrienden en collega’s opzoeken of nieuwe mensen ontmoeten door je aan te sluiten bij een vereniging. Op pad gaan: musea bezoeken, steden bekijken, uit dansen gaan. Al kan dat laatste ook prima thuis. „Kortom: doelen stellen. Die had je in je werkende leven ook.”

Is backpacken dan niet de perfecte oplossing? Je ontmoet dagelijks nieuwe mensen en je bent constant op pad. „Het kan een oplossing zijn”, denkt Olde Rikkert. Al moet je het wel voorbereiden. „Als je vóór vertrek niet tevreden was over je leven, zal dat na thuiskomst ook niet zo zijn.”