Sportvolk

Wie in het weekend wel eens een ochtendwandeling maakt door een van onze parken weet wat een gekkenhuis het er kan zijn. Om de een of andere idiote reden willen stadsgenoten elkaar dan ook nog eens rennend, fietsend en skatend in de weg zitten. Alsof we het doordeweeks in de file op de A13 of voor de Maastunnel al niet moeilijk genoeg hebben met z’n allen. Het Kralingse Bos is al enige tijd wat je noemt de Loopgoot, maar ook in mijn eigen Vroesenpark is het virus nu serieus losgebroken.

Jarenlang trof ik er op een ochtendwandelingetje met de hond hooguit een kluitje alco’s, een enkele bosneuker, kinderlokker en Poolse zwerver, nu is het een driebaanssnelweg voor het massaal in zuurstokroze en grannysmithgroen uitgedoste, hippe sportvolk. En zo maar een stukkie in je eentje joggen of rennen is ze al lang niet meer genoeg om een enkel calorietje te verbranden. Het maximale effect van gezond-bezig-zijn behaal je tegenwoordig nog alleen door je ook maximaal aan te stellen.

Wat je wat dat betreft ineens allemaal niet ziet bij ons in Blijdorp, tot voor kort nog letterlijk en figuurlijk de stijfste wijk van heel Rotterdam. Vrouwen in het park die met elkaar aan het sparren zijn met roze bokshandschoenen (roze!). Die met elastieken om hun benen de kuiten en de kokerrok-kont aan het aansterken zijn. Die aangemoedigd door het geschreeuw van een ‘personal coach’ met autobanden gooien. Vrouwen die aan Tai Chi-zwaardvechten doen. Vrouwen die met een paard aan de teugel aan hun loopvermogen werken.

Gekke sportmannen, had ik die al genoemd? Mannen die tussen twee zieltogende berkjes een draad hebben gespannen om er het koorddansen onder de knie te krijgen. Mannen die in de speeltuin ondersteboven hangen aan een klimrek. Mannen die een speciaal kleedje bij zich hebben voor push-ups op het gras, dat soort dingen.

Ik sta er tien minuten met open mond naar te kijken en betrap me op enig hoofdschudden. Toen ik nog slank was, deden we allemaal nog niet zo moeilijk, en al helemáál niet in het weekend! Er schiet me een beeld te binnen van 22 jaar geleden, toen joggen alleen nog iets was voor Californiërs en ik op vroege zondagochtenden regelmatig met mijn huilende, pasgeboren baby door dat Vroesenpark wandelde.

Ook tijdens onchristelijke tijden werd het toen al bevolkt door types in trainingspakken. Tientallen kaalgeschoren gabbers in ‘Australians’ die na sluitingstijd van lange nachten in de Energiehal (gabberhouse!) met ogen zo groot als tennisballen op de bankjes hingen, wachtend op de eerste bus/tram of metro terug naar Barendrecht. Ik verachtte ze destijds, maar nu verlang ik bijna terug naar dat heerlijk onsportieve, rauwe en verrotte Rotterdam van destijds.