Rokken in Kabul worden langer want de Talibaan komen eraan

Met vertrek van buitenlandse troepen is het leger verzwakt. De Talibaan herwinnen elan. Vrouwen kleden zich ernaar.

Kledingstand op een landbouwbeurs in Kabul, vorige maand. Foto Rahmat Gul/AP

Zo ingepakt als onder het bewind van de Talibaan zijn de vrouwen in Kabul niet, maar de rokken zijn er minder kort geworden, de hoofddoekjes meer naar voren geschoven. „Ze zijn bang dat er iets met hen gebeurt”, zegt Myrthe Wajer, medewerker op de Nederlandse ambassade.

De roklengte is de barometer van de veiligheidstoestand in Afghanistan. En die is de afgelopen anderhalf jaar, na het vertrek van veel buitenlandse troepen, verslechterd. Het regeringsleger heeft nog moeite op eigen benen te staan. De Talibaan weten dat en kregen zo nieuw elan. Vorige herfst namen ze zelfs enige tijd de noordelijke stad Kunduz in en ook in het zuiden en oosten beheersen ze meer gebieden.

NAVO-militairen, nog altijd present in de Afghaanse hoofdstad maar minder massaal, maken zich zorgen. Een NAVO-officier in Kabul: „De Afghaanse veiligheidsdiensten hebben gaten in hun capabilities en die proberen wij op te vullen, maar we hebben niet genoeg middelen om onze doelstellingen te verwezenlijken.”

De onveiligheid heeft haar weerslag in het hele land, dat ondanks ruim 100 miljard dollar (89 miljard euro) aan hulp sinds 2001 tot de armste landen ter wereld behoort. De Afghaanse Wazhma Frogh, die zich bij het ministerie van Defensie inzet voor vrouwenrechten, zegt dat het bereik van vrouwelijke activisten met wie zij in het noorden werkt, kleiner is geworden.

„We bezoeken minder districten”, aldus Frogh, een kleine gedrongen vrouw die geldt als een boegbeeld van de Afghaanse vrouwenbeweging. „De perceptie is dat het gevaarlijker is geworden. Veel mensen vragen zich zelfs af of de regering het hoofd wel boven water weet te houden tegen de Talibaan.” Een gedachte die volgens haar ook leeft onder de legermanschappen: funest voor hun moreel. Kwalijke bijkomstigheid is volgens Frogh dat veel functionarissen zo tot meer corruptie zijn geneigd, vooral in de provincie. „De mensen vullen hun zakken nu het nog kan.”

Bezoek minister Ploumen

Minister van Financiën Eklil Ahmad Hakimi antwoordt op zijn zwaar bewaakte ministerie op de vraag wat zijn grootste zorg is zonder aarzelen: „Veiligheid en nog eens veiligheid. Een absolute voorwaarde voor groei en ontwikkeling.”

In verband hiermee ziet Hakimi zich gedwongen 65 procent van zijn begroting te reserveren voor leger en politie. Het grootste deel komt van buitenlandse donoren, met name de Verenigde Staten. Hakimi: „Wij zorgen zelf voor zo’n derde van onze inkomsten.” Het Afghaanse aandeel is al gestegen. Een paar jaar geleden was het buitenland goed voor 90 procent van de regeringsuitgaven.

Maar Mohammad Hanif Atmar, de invloedrijke nationale veiligheidsadviseur van president Ashraf Ghani, plaatst de zaken in perspectief. „Niet alles gaat goed, maar het had nog veel slechter kunnen zijn, zelfs wel honderd keer zo slecht als we jullie hulp uit het buitenland niet hadden gehad.”

Ook minister Ploumen (Ontwikkelingssamenwerking en Buitenlandse Handel) zei bij een bezoek aan Kabul eind maart lichtpunten te zien. „De Afghaanse strijdkrachten staan nu min of meer op eigen benen en er is een nationale eenheidsregering. Dat is positief.”

Ook op het terrein van de vrouwenrechten is er vooruitgang. Het aantal meisjes dat onderwijs geniet is spectaculair toegenomen. Er zijn vrouwelijke parlementsleden, er zijn meer activisten voor vrouwenrechten en er zijn blijf-van-mijn-lijfhuizen gekomen. De gezondheidsfaciliteiten voor vrouwen zijn beter geworden.

Die vooruitgang is ook te zien op het Nationaal College voor Landbouwonderwijs, een groot complex op een stoffige heuvel in een buitenwijk van Kabul. Jonge Afghanen worden getraind in het lesgeven over landbouwtechnieken op scholen elders in het land. Het aantal vrouwen dat er studeert is gestegen tot 15 procent. Er zijn al 58 vrouwen afgestudeerd. „Dit beïnvloedt de wijze waarop mensen over vrouwen denken”, zegt plaatsvervangend directeur Ayesha Sabri tijdens Ploumens bezoek.

Bemoedigend vindt de Nederlandse minister ook de wijze waarop de regering de corruptie aanpakt. Er zijn processen tegen corrupte bankfunctionarissen. President Ghani, minister Hakimi en andere prominente kabinetsleden bekijken wekelijks alle nieuwe grotere contracten, waarbij corruptie in het spel zou kunnen zijn.

Dat is ook van belang om buitenlandse donoren te vriend te houden, met het oog op twee donorconferenties later dit jaar in Brussel (civiele hulp) en Warschau (militaire hulp). Afghanen vrezen toch al dat de buitenlandse interesse wegebt, nu IS als grotere bedreiging wordt gezien. Minister van Buitenlandse Zaken Salahuddin Rabbani is niet zo pessimistisch. Doelend op de Talibaan en andere radicale groepen: „Een Afghanistan zonder terroristen is ook voor de VS belangrijk.”