Revolutie in Oost en West: geen paniek, de bar is open

Hubert Smeets is Oost-Europadeskundige en verbindt om de week verleden met het heden

Negen dagen geleden begon de „democratische revolutie”. Thierry Baudet, drijvende kracht achter het Oekraïnereferendum, proclameerde na de uitslag de dagorder zo: „De democratische revolutie is begonnen, de bar is open.” Premier Medvedev van Rusland vulde hem de volgende morgen aan. De uitslag was een „indicatie van de houding van de Europeanen jegens het Oekraïense politieke systeem”, meldde Medvedev zijn bijna vijf miljoen volgers.

Wie verrast was, had liggen pitten. Crisisreporter Arnold Karskens had immers al in januari in NRC voorspeld dat de volksopstand vóór mei zou losbarsten. Afhankelijk van het weer, dat wel. Premier Rutte gokte woensdag tijdens het Kamerdebat misschien daarom wel op tijd. „Rutte liegt. Nee=nee”, twitterde Baudet.

Dat ook geestverwant Jort Kelder de chronologie niet op orde had en medestanders van het ancien régime van oud-president Janoekovitsj nogal eens verwarde met handlangers van het bewind van opvolger Porosjenko? Geen nood. ‘East is East and West is West and never the twain shall meet’, dichtte Rudyard Kipling in 1889 al.

Twee weken voor het begin van de referendumrebellie in Nederland sprak ik in Odessa met ingenieur Sergej Dibrov. Zijn oordeel over de nasleep van de Maidan, die Porosjenko in 2014 aan de macht bracht, was ook revolutionair. „Oekraïne is nog in de greep van middeleeuws feodalisme. Oekraïne lijkt op Frankrijk voor 1789. Het is een conflict tussen de niet meer bestaande Sovjet-Unie en het nog niet bestaande Oekraïne”, zei Dibrov. „We moeten buiten de huidige staat om een nieuwe staat bouwen We moeten beginnen bij nul.”

Alle voorwaarden voor een ‘democratische revolutie’, zou je zeggen, zelfs zonder dat eerst de bar open moet om jezelf moed in te drinken.

Maar geen grappen over salonrevolutionairen met corpsallure, ook hier draait het om strijd tegen het establishment. De vraag is hoe relevant en modern dat ‘nee’ is.

Enkele dagen voor het plebisciet sprak ik de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev. Hij was in Amsterdam op uitnodiging van het Forum on European Culture en het Nexus Instituut. Krastev komt geregeld in Rusland en Oekraïne. Er is volgens hem één analogie tussen de twee landen. In beide vormen jongeren onder 35 jaar de eerste post-Sovjet-generatie in de post-Sovjet-ruimte. „Beide generaties zijn verwesterd, nationalistischer dan hun ouders. Maar hun nationalisme is heel verschillend. De Oekraïense jeugd is meer pro-westers, de Russische juist meer pro-Russisch dan de ouders”, zei Krastev.

Met zowel deze Russische als de Oekraïense generatie krijgt het nee-kamp in Nederland te maken. Voor Oekraïeners en Russen is migratie een reële optie. Het motto van deze tijd is immers: als je jouw land niet kunt veranderen, verander dan van land. „Door internet kun je Oekraïener of Rus blijven, terwijl je in Holland woont. Je kunt je eigen tv kijken of kranten lezen en goedkoop bellen met je familie. Ooit brak een migrant radicaal met alles wat hem na stond. Nu niet meer. Ook doet politiek er niet meer zoveel toe. Partijen mobiliseren geen collectieve dromen meer. Waarom zou je Oekraïne willen hervormen tot iets als Duitsland als je naar Duitsland kunt gaan?”

En de kloof van Kipling dan? Die valt wel mee. De dichter liet na die ene befaamde zin uit 1889 deze strofe volgen: ‘But there is neither East nor West, Border, nor Breed, nor Birth’. Dat botst soms. Maar de echte vraag is wel: komt Oost naar West of drijft West af naar Oost?

    • Hubert Smeets