Column

Realpolitik als vorm van volwassen worden

In een krachtig essay in de Frankfurter Allgemeine Zeitung wees de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev eind februari op een acute spanning. De Verlichtingsidealen, waarin onze democratieën en de Europese Unie wortelen, duwen ons denken richting wereldburgerschap en kosmopolitisme. Dit vergt dat minstens één van twee voorwaarden wordt vervuld: hetzij alle arme en disfunctionele staten ter aarde veranderen in aangename woonplekken, hetzij de Europeanen openen hun grenzen voor allen. Geen van beide zal gauw gebeuren. Daarom, aldus Krastev, is de vraag niet of de EU het moeilijker moet maken voor vluchtelingen onze grenzen te overschrijden, het ligt voor de hand dat te doen. Nee, de vraag is of we ons daartoe moreel gemachtigd voelen én hoe we tegelijk de kwetsbaarste mensen buiten Europa kunnen helpen. De Turkijedeal van 18 maart wil rechtdoen aan deze dubbele imperatief. Vluchtelingen gaan van Griekenland per veerboot retour naar Turkije (grenscontrole) en de EU neemt in ruil Syrische vluchtelingen uit Turkse opvangkampen op (humanitaire hulp). Toch heerst alom gewetenswroeging. Stuurt Ankara mensen terug naar Syrië? Verraadt Europa zijn idealen in een smerige deal met autocraat Erdogan? Dwingen wij vluchtelingen de gevaarlijkere route Libië-Italië te nemen, met nieuwe verdronkenen tot gevolg? Pijnlijke vragen.

Maar wat zou het alternatief zijn? Vorig jaar kwamen geschat 1,8 miljoen mensen het territorium van 28 EU-lidstaten binnen; daarvan vroegen 1,3 miljoen asiel aan. Een half miljoen zit dus in de illegaliteit. Deze situatie kan niet voortduren. Handelen is noodzaak. Wie schone handen wil houden, kan alleen de grenzen openen. (Zoals bepleit in het Trouwpamflet van 180 Nederlandse filosofen onder aanvoering van Marli Huijer). Maar de prijs van schone handen is hoog, juist voor wie de openheid en tolerantie in onze samenlevingen koestert. Openheid en veiligheid zijn geen tegengestelden; veiligheid is een voorwaarde voor openheid. Europese leiders moeten het publiek wijzen op de tragische politieke keuzes die dit impliceert. Deze week deed Donald Tusk dit in het Europees Parlement, vanouds klankkast van morele verontwaardiging. „Ik deel uw twijfels voor een stuk, maar als we de greep kwijtraken op Europa’s migratiepolitiek zouden we op politieke catastrofes afgaan: de ineenstorting van Schengen, verlies van controle op onze buitengrenzen met alle risico’s van dien; politieke chaos in de EU en uiteindelijk de overwinning van populisme en extremisme.” Ook vindt Tusk dat de noodzaak om de oorzaken van migratie aan te pakken geen alibi mag worden voor nietsdoen. Want op die oorzaken – honger en armoede in de Sahel, oorlog in Syrië, chaos van Libië tot Afghanistan – hebben we maar beperkt invloed. Uiteraard moeten we doen wat we kunnen, maar succes hangt niet alleen van ons af en is een zaak van lange adem. „Daarom moeten we resultaat boeken waar het wél alleen van ons afhangt: crisisbeheersing op Europese bodem.”

Stilaan groeit het besef dat Europa iets moet doen. Het wachtwoord is ‘realpolitik’. FT-journalist Alex Barker schreef: „In diplomatieke termen was de Turkijedeal een van de eerste echte voorbeelden van een EU die realpolitik bedrijft.” Bert Wagendorp in de Volkskrant: „Internationale problemen los je niet op met polderpolitiek; ze worden aangepakt volgens de harde wetten van de realpolitik.” Inderdaad. Hoe deze prille Europese machtspolitiek beoordelen? Vanuit de zuivere Verlichtingsidealen: zelfverloochening. In de wereld vandaag: een vorm van volwassen worden. Het wordt schipperen tussen gewetensvol rechtdoen aan onze oorsprong, en overleven.