Poetins nationale garde is een signaal van verzwakking gezag

In het leven van iedere potentaat breekt het moment aan dat hij wil kunnen beschikken over een privéleger. Dat moment is nu kennelijk ook aangebroken voor de Russische president Vladimir Poetin. Hij verklaarde eerder deze maand dat hij een ‘nationale garde’ zal formeren. Verschillende speciale politie-eenheden worden samengevoegd met veiligheidstroepen van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Zij komen rechtstreeks onder gezag van het Kremlin te staan. Volgens Poetin is „het nieuwe federale uitvoerende lichaam” bedoeld om terreur en georganiseerde misdaad te bestrijden.

Weinigen geloven echter dat het nieuwe machtsapparaat bedoeld is voor de strijd tegen misdaad en terreur. Want, zoals de Amerikaanse Ruslandanalist Mark Galeotti schreef, door speciale politie-eenheden weg te halen bij Binnenlandse Zaken zal hun rol bij de opsporing en bestrijding van misdaad juist kleiner worden.

Het Kremlin speelde al eerder, in 2012, met de gedachte van het oprichten van een nationale garde. Toen werd daar van afgezien om het precaire evenwicht tussen de verschillende veiligheidsorganen van de Russische staat niet te verstoren.

Dat Poetin het plan nu toch doorzet, kan worden uitgelegd als een signaal dat de kleine kring rond de president zich grote zorgen maakt over mogelijke binnenlandse protesten die te verwachten zijn rond de verkiezingen in september van de nieuwe Doema. Immers, ook bij de vorige verkiezingen in 2011 werd het Kremlin onaangenaam verrast door massale demonstraties tegen het gezag van Poetin, van wie wordt verwacht dat hij in 2018 wil doorgaan als president.

Opmerkelijk is in dit licht dat het besluit om een presidentiële garde op te richten per decreet is genomen met grote snelheid en zonder overleg met het kabinet of de Doema. Dat duidt erop dat Poetins pretorianen mogelijk niet alleen bedoeld zijn om eventuele massale protesten op straat de kop in te drukken, maar ook om tegenstanders binnen de Russische elite te controleren.

Terwijl de ogen van de wereld de afgelopen jaren voornamelijk gericht waren op het spel met rook en spiegels dat Poetin speelde in Oekraïne of in het Midden-Oosten, blijkt nu dat de Russische president zelf vooral ook gepreoccupeerd is door bedreigingen in eigen land. De oprichting van een nationale garde is geen teken van kracht maar bewijst dat Poetin onzeker is over de steun van de Russische veiligheidskrachten. En ofschoon velen zich verheugen op een mogelijke val van Poetin, zou een dergelijke destabilisering van Rusland geopolitiek slecht nieuws zijn. Een geweldloze, democratische machtswisseling verdient de voorkeur.