Peepshow in de operahistorie

‘Een soort opera’ luidt de ondertitel, en dat is exact wat Peepshow is. Het jonge gezelschap The Fat Lady heeft uit de grabbelton van de muziekgeschiedenis coherent muziektheater gesmeed. In de prachtige industriële setting van de Lichtfabriek ontstaat een intiem lappendeken, met drie veelbelovende jonge zangers in de hoofdrollen.

Het verhaal is een archetypisch operaplot: het liefdespaar Eva Kroon (mezzo) en Aylin Sezer (sopraan) vertoont barsten. Sezer valt voor de charmes van bariton Lionel von Lawrence. Kroon probeert haar terug te winnen. De verscheurde Sezer vlucht. Kroon wordt gek. Von Lawrence huilt uit bij de Barmannen.

Die Barmannen, vertolkt door de vijf heren van het geweldige Olga Vocal Ensemble, leveren op precies de juiste momenten commentaar op de handeling, met goed gekozen close harmony-stukken. Veel Grieg komt voorbij, een Russisch volksliedje, en zelfs een fragment uit Orffs Carmina Burana, in vertaling van Willem Wilmink.

Door de ontbrekende context van de oorspronkelijke opera’s wordt de liefdesgeschiedenis abstracter én persoonlijker: iedereen is everyman. De scène waarin Kroon probeert Sezer terug te winnen leunt zwaar op Glucks Orfeo ed Eurydice (in 2014 de debuutproductie van The Fat Lady) en is ronduit ontroerend. Sezers antwoord in de vorm van Dido’s lament van Purcell is weinig origineel, maar hoogst effectief. Artistiek leider Tamir Chasson vuurt zijn troepen aan van achter de staande piano. De eigenzinnige regie van Joost Kramer rijgt de parels samen tot een ketting.