Openbare les in de Club Room

foto rien zilvold

In menige bedrijfstak mag het overmatig inzetten van stagiairs tegenwoordig worden gezien als een zwaktebod, en soms zelfs als verkapte slavernij, maar in de Club Room, het toprestaurant van het SS Rotterdam, geldt het nog als een aanbeveling. Een bordje bij de entree van de Club Room maakt gewag van een ‘uniek’ samenwerkingsproject met de horecaopleidingen Zadkine en Albeda. Al net zo bijzonder is volgens datzelfde infopaaltje de menukaart die de MBO-leerlingen er met begeleider/chefkok Rik Simonis voeren. De ‘culinaire hoogstandjes van de ouderwetse keukenvaklui uit de vijftiger en zestiger jaren’ herleven hier in een ‘nieuw jasje’.

Ketelbinkie

We schuiven om zeven uur ’s avonds in een nog lege eetzaal aan en rekenen er liefst drie uur later bijna 200 euro af voor 2 x 3 en 1 x 4 gangen, en we zijn dan van het een noch van het ander overtuigd. Geinig en ook wel ontroerend: af en toe zo’n ketelbinkie in witte handschoenen en met van die vrolijke waaioren aan je tafel. En best grappig ook om op het commando ‘Vertel!’ je keuze uit de kaart aan een 16-jarig grietje kenbaar te mogen maken. Maar zo’n openbare praktijkles van drie uur is, althans voor de gast zelf, een knap lange zit. Zeker als de puberbediening tussentijds ook de wijn nog vergeet die je speciaal bij een gerechtje hebt besteld. Je verwacht toch beter voor het vele geld dat je meebrengt.

Als we er tegen het eind van ons bezoek toch iets van willen zeggen tegen chef Simonis blijkt deze al lang naar huis. Er staan alleen nog maar kinderen in de keuken. Dat hadden we uit de muziekkeuze van het restaurant misschien eerder al kunnen afleiden: zo deftig als het interieur en de gevoerde prijzen in de Club Room dan ook zijn mogen, er klinkt harde disco en Amerikaanse rock uit de luidsprekers, in weerwil van het wat oudere publiek dat zich tot de ambiance aangetrokken zal voelen.

Bremzoute coquille

Wat die ‘culinaire hoogstandjes’ van de Club Room zelf betreft: dat een overdwars gesneden schijf komkommer met friseesalade en daarbovenop een tartaar van respectievelijk gerookte en gemarineerde zalm met ‘mayonaisedressing’ ooit als een smaaksensatie te boek stond, maakt wat mij betreft duidelijk genoeg dat dat gastronomische tijdperk vér achter ons ligt, en dat dat ook maar vooral zo moet blijven. De met kerrie-Madras en uitjes aangemaakte krab mocht eigenlijk ook onaangeroerd overboord, net als de bremzoute coquille op een risotto met asperges, de in een rollade geperste parelhoenfilet en de muf gekruide, te taaie runderlende met mais en, wederom, asperges.

Cateringmaaltijden

Misschien omdat we op een schip zaten, maar we konden ons niet aan de indruk onttrekken dat het meer cateringmaaltijden waren die we voorgezet kregen dan iets wat ter plekke met aandacht en liefde was bereid. Dat we een bordje ravioli geserveerd kregen uit een plastic groothandelsverpakking die een stukje verderop op de passe in het zicht bleef staan, zou ook niet moeten mogen in een hotel-restaurant waarin miljoenen zijn gestopt en dat zich mede daarom als nationale topattractie wil doen gelden.

Oké, denkbaar toch ook dat ik er zelf helemaal naast zit met zo’n veronderstelling. Tussen de muziek door hoorden we een andere Club Room-gast zich beklagen over het feit dat je bij een verrassingsmenu van de Club Room gek genoeg niet de kans hebt zelf te kunnen kiezen. Een restaurant dat ook die inhaalslag nog met zijn cliëntèle moet aan gaan, weet zich in dubbel opzicht versteend in die culinaire jaren vijftig.