Nijmegen eist 7,5 miljoen terug van slachterij die niet verhuisde

Nijmegen wilde een wankel bedrijf helpen verhuizen. De slachter kreeg 21 miljoen, loste de schuld af en stopte ermee.

Nijmegen eist minimaal 7,5 miljoen euro terug van het gestopte slachthuis Hilckmann. Doordat de bedrijfsverhuizing naar Brabant niet doorgaat, heeft de gemeente naar eigen zeggen te veel betaald voor de opstalrechten van onder meer bedrijfsgebouwen. Dat bleek donderdag voor de Arnhemse rechtbank. De gemeente voelt zich „belazerd” door het slachthuis; het bedrijf besloot een contractueel vastgelegde verhuizing niet door te zetten, maar incasseerde wel alvast een voorschot van 21 miljoen euro. Dat bedrag was volgens de gemeente bedoeld voor het verwerven van de opstalrechten, de verhuizing van het bedrijf én behoud van de werkgelegenheid. Hilckman heeft zo’n 350 werknemers, 110 in vaste dienst, 240 oproepkrachten.

Nadat de 21 miljoen euro was overgemaakt, besloot het bedrijf op 24 februari per direct te stoppen: een Chinese exportvergunning kwam er niet en de slachterij draaide al jaren met verlies.

Nu eist de gemeente 1,38 miljoen euro wegens contractbreuk. Nijmegen is daar bovenop van plan via een bodemprocedure minimaal 7,5 miljoen euro terug te vorderen van het bedrijf. Door de aanstaande liquidatie van Hilckmann zou de koopsom flink omlaag moeten en dan heeft de gemeente dus te veel betaald. Een nieuwe taxatie zou volgens de raadsman aantonen dat de opstalrechten flink in waarde zijn verminderd.

De afgelopen weken bleek al uit documenten dat bijna de helft van het bedrag – 9,75 miljoen euro – door het slachthuis gebruikt is om een hypotheek af te lossen, en een lening bij ABN Amro. De rest is door Hilckmann gebruikt om „verliezen te dekken”, stelt advocaat Delissen namens de gemeente. „Gemeenschapsgeld is nu gebruikt voor bedrijfsexploitatie. En daarvoor was het geld niet bedoeld.”

Het slachthuis stelt dat niet is vastgelegd dat de 21 miljoen euro was bedoeld voor de verhuizing.

    • Jorg Leijten