Met z’n allen lekker naar Den Bosch toe

De belangstelling voor Jheronimus Bosch in Het Noordbrabants Museum is overweldigend, net als vorig jaar voor De Late Rembrandt in het Rijksmuseum. Waarom gaan juist naar deze tentoonstellingen zoveel mensen?

Museumbezoekers in Den Bosch, er mogen een paar honderd per uur naar binnen.

Op 9 maart 2015, ruim een jaar geleden nu, bezochten 42 personeelsleden van Het Noordbrabants Museum samen in Amsterdam de tentoonstelling De Late Rembrandt. Er was een bus gehuurd en iedereen ging mee: de directeur, de conciërge, de mensen van de marketing, die van de educatieve dienst, die van de museumwinkel, ja zelfs de mensen van de schoonmaak.

Laten we voor elf uur ’s morgens gaan had iemand voorgesteld, dan is het nog niet zo druk. Maar de directeur zei dat ze juist moesten ervaren hoe dat is, een overvol museum. En dat ze aantekeningen moesten maken: dit gaat goed volgens mij, dat gaat minder goed.

De Late Rembrandt in het Rijksmuseum trok in drie maanden tijd 5.481 bezoekers per dag, 520.000 in totaal. Jheronimus Bosch - Visioenen van een genie in Het Noordbrabants Museum duurt ook maar drie maanden, van 13 februari tot en met 8 mei. En ook hier is de belangstelling overweldigend.

Die drommen mensen hadden ze verwacht. Maar toch. Dat al na drieëneenhalve week álle kaarten waren uitverkocht „heeft ons wel verrast”, zegt directeur Charles de Mooij. Niet voor niks waren de voor het museum gebruikelijke openingstijden verdubbeld, van zes dagen van elf tot vijf (36 uur in totaal) naar zeven dagen van negen tot zeven (70 uur).

Maar goed, het museum was dus voorbereid. Van tevoren was al besloten om het aantal bezoekers dat per uur naar binnen mag – „Een paar honderd, we zeggen expres niet hoeveel want dat brengt druk teweeg” – niet te verhogen: bezoekers moesten tevreden naar huis, zonder te klagen dat ze alleen maar achterhoofden van andere bezoekers hadden gezien. Maar de openingstijden konden wel opnieuw worden aangepast: speciale avonden voor sponsoren en genodigden waren expres gepland in de eerste vier weken. Daarna werd de avondopening verlengd. Eerst naar acht uur, later naar elf uur.

Omdat ook die extra kaarten eind maart alweer waren uitverkocht, gaat het museum in de meivakantie open van acht uur in de ochtend tot één uur ’s nachts. In het slotweekend blijft het zelfs de hele zaterdagnacht geopend. In plaats van 42 personeelsleden lopen er nu 250 rond in Het Noordbrabants Museum, vooral extra beveiligers en hostessen.

Waarom komen zoveel mensen naar deze tentoonstelling en wie zijn zij?