Malick Sidibé interesseerde zich niet voor ‘le malheur’


Necrologie Malick Sidibé (1935-2016)
: „Voor mij bestaat er geen misère, anders kun je je ook niet amuseren.” Met deze woorden vatte fotograaf Malick Sidibé, die afgelopen donderdag op 80-jarige leeftijd in zijn woonplaats Bamako in Mali overleed aan de gevolgen van kanker, in 2008 tijdens een interview in deze krant zijn visie op het leven samen.

Foto AP

In dat jaar was het werk van Sidibé – ook wel bekend als ‘The Eye of Bamako’ – te zien in een expositie in fotografiemuseum Foam en nog steeds leek de kleine, goedlachse man, in die tijd al een van de beroemdste fotografen van Afrika, enigszins verbaasd dat zijn werk zo’n succes oogste.

Met zijn zwart-wit reportagefoto’s die hij, vanaf begin jaren zestig, maakte van de Afrikaanse opgroeiende jeugd, bood hij de westerse wereld een nieuwe blik op het continent dat voornamelijk in het nieuws kwam vanwege oorlogen en hongersnoden. Een visie die hij niet deelde want Sidibé interesseerde zich niet voor ‘le malheur’. „Ik heb nooit mensen willen fotograferen die uit een vuilnisbak eten.”

Foto AFP

Sidibé in 2006. Foto AFP

Malick Sidibé werd in 1935 geboren, in Soloba vlakbij Bamako, de hoofdstad van Mali. Hij groeide op in een boerenfamilie, ging pas op zijn tiende voor het eerst naar school en studeerde aan de Ecole des Artisans Soudanais. In 1955 vond hij werk bij Gérard Guillat, een Franse fotograaf die een studio had in Bamako. Van Guillat leerde Sidibé de basisvaardigheden van de fotografie. Het jaar daarop kocht hij zijn eerste camera – een Brownie Flash – en begon de stadsjeugd, die tijdens uitbundige clubfeestjes de hele nacht dansten op rock, soul en Cubaanse muziek, vast te leggen. Het resultaat van zijn nachtelijke arbeid toonde hij de volgende ochtend op kartonnen vellen, de zogenaamde ‘chemises’, die hij voor de studio plaatste en die bij de lokale bevolking gretig aftrek vonden.

Vanaf de jaren zeventig begon Sidibé vooral binnen de muren van zijn studio te fotograferen. Daar verschenen alle mogelijke types voor zijn camera: trotse dames op hoge hakken in strakke kleding, wijzend op hun westerse horloge, of slechts gehuld in Italiaanse lingerie. Mannen gekleed in broeken met soulpijpen, poserend met een bierflesje, brommer of een grammofoonplaat. „Ik heb veel gelachen”, zei Sidibé hierover in 2008.

„Veel mannen wilden met een sigaret op de foto. Want een sigaret in je mond of hand betekent dat je geciviliseerd bent.”

In de jaren negentig brak de Malinese fotograaf internationaal door. In 1994, toen hij al veertig jaar in het vak zat, werd zijn werk opgemerkt op de eerste Rencontres Africaines de la photographie, een bijeenkomst over Afrikaanse fotografie in Bamako. Vanaf dat moment verliep zijn carrière in een sneltreinvaart. Ineens verplaatsen zijn portretten en chemises zich van de lokale fotostudio naar de muren van beroemde westerse musea. De snelle partykiekjes en de eigenzinnige studioportretten van Sidibé bleken goed te passen in de snapshottrend die bij musea en galeries in trek was. In 2001 was er onder meer in het Stedelijk Museum in Amsterdam een overzichtstentoonstelling van zijn werk. Twee jaar later kreeg hij de internationale prijs van de Hasselblad Foundation en in 2007 ontving Sidibé op de Biënnale van Venetië de ‘Golden Lion for Lifetime Achievement’ voor zijn hele oeuvre. Daarmee groeide zijn zelfvertrouwen. „Sindsdien weet ik dat mijn werk echt wordt gewaardeerd”, zei hij in 2008. Toch bleef de kleine fotograaf tot op het einde nog steeds licht verbaasd over zijn succes.

„Ik heb gewoon mijn werk gedaan, verder niks.”