Kruimels

Ze heeft een zak eierkoeken leeggegeten. De vrouw met het babyblauwe windjack kijkt me niet aan als ik haar voor laat gaan. Ze laat een spoor van kruimels achter in het gangpad.

Bus 36 staat op het busplatform van de Kralingse Zoom, een eindpunt dat vooral een knooppunt is. Beneden rijdt de metro, er is een groot parkeerterrein, een nog grotere parkeergarage, en er rijdt zelfs een ParkShuttle rond, een spookbus zonder bestuurder.

Ik volg de kruimelaar de centrale hal in. Daar ruikt het naar koffie en mayonaise. De vrouw gaat de roltrap af, naar de metro. Ze loopt bijna een studente omver, die haar verbouwereerd nakijkt.

Ik sluit achter in de rij aan voor koffie. Het meisje achter de counter is snel en oplettend. „Kom zo bij je hoor!” Ze werkt razendsnel drie bestellingen weg, knutselt een hotdog in elkaar, maalt koffiebonen en voor ik het weet sta ik met een kartonnen koffiebeker in mijn handen. Ze heeft er zelfs een dekseltje op gedaan.

Buiten, op een van de houten picknicktafels, ligt een onbeheerde dampende hotdog. De man die erbij hoort rent net terug met extra servetjes. Er liggen blauwe plastic vorkjes op de grond, en peuken, een heleboel peuken.

Het wemelt van de studenten. Vanaf hier kun je lopend naar de Erasmus Universiteit en de HES. Ik zie groepjes giechelende meiden en quasi-nonchalante jongens. Sommigen hebben nog versleten gympen aan hun voeten, de littekens van hun jeugdpuistjes nog op hun wangen. Anderen zijn al strak in pak. Een jongen met een laptoptas en bruine glimmende schoenen beklaagt zich aan zijn telefoon over een van zijn docenten. „Hij snapt er helemaal niks van!”

Ik gooi mijn lege beker in een prullenbak en steek de parkeerplaats over, klim aan de andere kant de heuvel op, het Brainpark in. Daar is het stil. De kantoren aan de Max Euwelaan zijn gesloten. Te midden van de spookpanden zie ik een watertje waar een bruggetje overheen loopt. Er staan wat kale bomen omheen. Het water staat hoog, kruipt over de oevers. Ik blijf midden op de brug staan en kijk naar een paar meerkoeten. Ze duiken onder en komen weer boven, spelen verstoppertje in het riet. In de verte klinkt het geluid van een ambulance, maar daar trekken de vogels zich niets van aan. Ze hebben alleen oog voor elkaar.