Kille razernij in rauwe dodendans

„Zu diesem Tanz ruf ich allen an.” Onder dat motto werd in de vijftiende eeuw een indrukwekkende, nu verloren gegane wandschildering met dialogen gemaakt in een kerk in Lübeck, waarop de Dood de hele maatschappij ten dans vraagt. Van de afgebeelde figuren, in lithografieën overgeleverd, koos componist Thomas Adès vijftien verdoemden. Hun zinloze verzet tegen de dood zette hij in Totentanz (2013) op overrompelende muziek.

De Brit Adès componeert rauwer dan George Benjamin, en is kritischer dan John Adams. Elk spaarzaam nieuw werk is een evenement. Het Concertgebouworkest bouwt een festival rond de Nederlandse première van Totentanz: Fresco’s, waarbij men ook Martinu’s gepassioneerde Les fresques de Piera della Fransceca speelt.

Maar Totentanz eist alle aandacht op. De half uur durende dodenrit, donderdag gekoppeld aan behulpzame beeldprojecties, begint met een verwrongen fanfare en een citaat van het dies irae. Bariton Simon Keenlyside is groots als de sarcastische Dood. Hoezeer paus, koning, en koopman bij monde van mezzosopraan Jennifer Johnston ook smeken, het orkest walst onder leiding van de componist in kille razernij over de pleidooien heen.

Een reusachtige keikodrum, botten, plaatklokken, en grommende trombones en contrafagot leveren een macaber spektakel. Iedereen is „Speise für den Wurm”. Echt ondraaglijk wordt het als de Dood aan een wieg met kindje verschijnt: Mahleriaanse trompetten luiden een hemeltergend mooi wiegelied in, dat onvermijdelijk wordt gesmoord in doodse stilte.