Close-ups van een krachtcentrale in Janis: Little Girl Blue

Janis Joplin in 'Janis: Little Girl Blue' (Het Uur van de Wolf/NTR)

Van zangeres Janis Joplin (1943-1970), illuster lid van de Club van 27, dacht ik in de loop van de tijd wel zo ongeveer al het beschikbare beeldmateriaal gezien te hebben. Ze was een soort van feministisch rolmodel, factotum van de babyboomers en een op zichzelf staande divisie in de rockgeschiedenis. Maar we weten het nu wel, langzamerhand.

Des te groter was mijn verrassing over de documentaire Janis: Little Girl Blue van Amy J. Berg, die vorig jaar op IDFA werd vertoond en toen al aanleiding vormde voor een onderwerp in De Wereld Draait Door. De film haalde de bioscoop verder niet, in tegenstelling tot destijds het klassieke portret Janis (Howard Alk, 1974). Deze week integraal vertoond in Het Uur van de Wolf (NTR) blijkt het een heel ander soort film.

Natuurlijk is het sterk om de anekdote op te halen dat de in Port Arthur, Texas (een broeinest van de Ku Klux Klan) opgegroeide, verre van klassieke schoonheid, door pestkoppen was verkozen tot „de lelijkste man van de stad.” Maar de film, mede op initiatief van de familie Joplin samengesteld uit onbekend filmmateriaal, brieven en andere nieuwe bronnen, legt niet de nadruk op de tragiek van haar bestaan, die immers een cliché geworden is.

We zien vooral, vaak in extreme close-ups, een krachtcentrale, smekend om de liefde van het publiek. Nog een keer dat legendarische optreden op het festival van Monterey (1967), zoals vastgelegd door documentairemaker D.A. Pennebaker, die tijdens Ball and Chain inzoomt op haar onderbenen, die de maat tikken.

Wat die beestachtige stem, die een eigen versie geeft van oorspronkelijk zwarte muziek, nu precies veroorzaakt, daar zou je alleen in poëzie over kunnen schrijven. Het heeft veel met seks te maken.

Dit is een film over direct verbeelde emoties, over vernedering en onvermogen. Kijk naar het gezicht van Joplin wanneer ze als superster revanche komt halen op een schoolreünie, maar daar nauwelijks gelukkig van wordt. Ontmoet een stoet van minnaars en minnaressen. Misschien was de belangrijkste wel Peggy Caserta, van wie subtiel gesuggereerd wordt dat haar aanwezigheid weinig bevorderlijk was voor Janis' pogingen van de heroïne af te blijven. De fatale overdosis wordt bijna terloops vermeld aan het eind van de documentaire.

Interessant zijn ook de onhandige interacties van de zangeres met de media. Bij een televisieoptreden wordt ze weer gepest door presentator Don Adams (ooit de ster van de komische tv-serie Get Smart), die haar vraagt wat ze nou precies bedoelde met een in vage hippietaal geformuleerd citaat. Alleen in de talkshow van Dick Cavett voelde ze zich thuis; hij praat nu nog met grote vertedering over haar.

Maar wat Janis Joplin ook was, ze was geen slachtoffer, tragische heldin of noem het maar op. Janis leeft voort en wie kent Don Adams nog, een halve eeuw later?