Alleen maar bemoei-ouders. Dus bijles voor de Cito

Moet de Citotoets weer belangrijker worden? Dat zou een stap terug zijn, vinden leerkrachten.

Foto: ANP

Frederique van Doesburgh (54) wandelt net met een verdrietig jongetje van 11 door het schoolgebouw. „Ben je opgedroogd”, vraagt ze hem. Hij had zijn hele gezicht nat gehuild. Vandaag maakte hij een ‘tussentijdse’ Citotoets voor groep 7. Dat ging dus niet zo goed. „Nu hoor je wat een toets aan kan richten.” Van Doesburgh werkt 28 jaar in het onderwijs, sinds vijf jaar begeleidt ze de bovenbouw van de Vrije School in Den Haag.

„Wij zijn een belachelijk witte school, met alleen maar bemoei-ouders. Dat is prima hoor. Maar het gevolg daarvan is ook dat kinderen speciaal voor de laatste Citotoets in groep 8 bijles krijgen.”

Op de Vrije School zijn ze daarom onlangs overgestapt op de een ander soort toetsen, omdat die minder „in de handel” zijn. „Het halen van een toets moet geen doel zijn. Het doel is leren.”

Van Doesburg en veel andere leerkrachten waren er blij mee, toen hun oordeel vorig jaar weer de doorslaggevende factor werd bij het middelbare-schooladvies in groep 8. Als de Citotoets toch weer een grotere rol gaat spelen, zoals politici voorstellen, is dat volgens hen een stap terug. Een Citotoets is een zenuwslopende momentopname, vinden ze. En het ondermijnt het waarnemingsvermogen van leerkrachten.

„Een school volgt een kind acht jaar lang”, zegt Marloes van Es (22), van de Jan Wouter van den Doelschool in Zierikzee. Zij was dit jaar voor het eerst de vaste leerkracht van groep acht, en zag er enorm tegenop om voor het eerst een toekomstbepalend advies te geven. Maar in praktijk ontdekte ze dat ze uit heel veel informatie kon putten. „Je gaat bijvoorbeeld in gesprek met leerkrachten die het kind eerder les hebben gegeven. En in het digitale leerlingvolgsysteem kunnen we de ontwikkeling van een kind volgen en per vak zien op welk niveau iemand elk jaar presteert.”

Is er een kloof?

Madeleen Ritsema, directrice van de Amsterdamse IJpleinschool, overweegt om die gegevens uit het leerlingvolgsysteem op den duur gedeeltelijk voor ouders toegankelijk te maken. Dan kunnen zij de ontwikkeling van hun kind volgen, en zien zij dat een leerkracht zo’n beslissing echt niet alleen op een eigen oordeel baseert.

Zitten hoogopgeleide ouders er meer bovenop? De IJpleinschool heeft „een gemengde populatie”. Ritsema ziet dat hoogopgeleide ouders soms krachtiger opkomen voor hun kind. „In principe vind ik dat de opstelling van de ouders geen verschil moet maken.” Zij is juist het onderwijs ingegaan omdat ze vindt dat ieder kind gelijke kansen verdient. Maar ze herkent „de kloof” wel. In de praktijk merkt zij dat de achtergrond van ouders wel verschil kan maken.

„Ik heb zelf ook dingen voor elkaar gekregen op de school van mijn kinderen door er heel veel tijd in te steken.”

Het gebeurt volgens de leerkrachten maar heel sporadisch dat ouders echt heel kwaad worden over een advies, of druk proberen uit te oefenen. „Ouders zijn niet gek”, zegt Van Doesburgh van de Vrije School. Toch is het wel eens fout gelopen. „Dan zeg je gewoon: het is een advies. Proberen jullie vooral de school zo gek krijgen om jullie kind toch aan te nemen.”

Het is nog maar de vraag welk effect betrokkenheid van sommige hoogopgeleidde ouders op de lange termijn heeft, zegt Van Doesburg van de Vrij School: „Ja, op de basisschool kan een mavokind vwo-sommen maken als hij maar heel hard oefent. Maar ik ben benieuwd of hij het redt op een middelbare school die eigenlijk boven zijn niveau is. Doe daar maar eens onderzoek naar.”