Jort Kelder: ‘Ik betaal 206.771 euro aan belasting. En u?’

Wat iemand met z’n geld doet is privé, de verplichte afdracht aan de fiscus is dat niet, meent Jort Kelder.

Naast inkomstenbelasting betaalde Jort Kelder in 2014 als ondernemer nog eens €46.354 vennootschapsbelasting en €20.684 crisisheffing.


Verrast, verontwaardigd of zelfs geschokt over de Panama Papers? Ik niet. Niets nieuws, die fiscaal zonnige sluiproutes. Al bevat de aanzwellende naming & shaming-lijst smakelijke primeurs: van vooraanstaande politici tot duistere oligarchen, van gevierde sterren tot kunsthandelaren, natuurlijk de Fifa en, tja, Solidaridad.

Politici profileren zich gretig op de Panama Papers, voorzover ze althans geen premier van Engeland, IJsland, Oekraïne of Argentinië zijn. Ons parlement gaat zelfs onverhoeds over tot het instellen van een mini-enquête. Dat zal ze leren, die listige fiscalisten die tot dusver alleen een middelvinger opstaken naar de wet, maar straks voor het Haagse tribunaal hun wijsvinger mogen bijschuiven: twee vingers in de lucht, onder ede!

Gaat het iets opleveren, deze belastingbloedraad? Airtime voor scoringsbeluste politici, maar voor het overige: weinig. In Andorra, Monaco en de Marshalleilanden stemmen ze niet af op Den Haag Vandaag. Dergelijke ministaatjes trekken zich weinig aan van onze mini-enquête: ze staan op de OESO-lijst van ‘uncooperative tax havens’. Fraude of op z’n minst ontwijking is hun verdienmodel. „Het spel is uit”, waarschuwt VVD-staatssecretaris Eric Wiebes zwartspaarders. Ja, voor Nederlaners wellicht, maar of de Zuid-Europese elites die hun duiten al naar Zwitserland, Singapore of de Kaaimaneilanden hebben gebracht, onder de indruk zijn van onze kordate bewindsman … wat denkt u zelf, excellentie?

Laten we het laatste taboe slechten

Er zijn twee soorten post die niemand graag ontvangt: zwart omrande kaarten en blauwe enveloppen. Uit de USB-sticks van Mossack Fonseca & Co rollen meer dan tweehonderdduizend namen. Pittig, maar nog steeds een fractie van de naar schatting 30.000 miljard dollar privévermogen dat offshore geparkeerd is. Pogingen die zilvervloot, zo’n honderd keer het spaarsaldo van alle Nederlanders bij elkaar, te enteren zullen meestal schipbreuk lijden. Vermogen is fluïde. Zelfs als het de OESO, de EU of de G20 lukt haar leden tot meer fiscale prudentie te bewegen, zullen er roversnesten blijven die beduimeld kapitaal maagdelijk houden voor de grijpgrage vingers van de belasting-inner.

Emotionele incontinentie

Leuker dan de Panama Papers wordt het niet, maar zullen we het vermoeiende debat over belastingen iets makkelijker maken? Laten we het laatste taboe slechten: openbaarheid van belasting betalen. Wij calvinisten hebben een moeizame verhoudingen met geld, verscheurd door hebzucht, schuldgevoel en goed doen. In deze tijden van emotionele incontinentie schroomt men niet om alle mogelijke intimiteiten te delen op sociale media, maar een simpele vraag over wat iemand verdient, laat staan bezit, leidt tot blozende konen danwel boze blikken.

Hebben wij, de aangeslagenen, niet gewoon recht om te weten wat medeburgers bijdragen aan de schatkist? Juristen verwijzen onmiddellijk verontwaardigd naar art. 67 Rijksbelastingen, het privacyverbod dat voorkomt dat de fiscus informatie verstrekt over individuele gevallen. Achterhaalde clausule, mij dunkt.

Een voorbeeld: toen onlangs bleek dat de helft van de door het kabinet bejubelde handelsstromen met Oekraïne was terug te voeren tot één enkele miljardentransactie van de oligarch Rinat Achmetov, wilde de Kamer weten hoe het kan dat een kantoor - waar alleen een kamerplant staat - kwalificeert voor fiscale faciliteiten. Minister Dijsselbloem verschool zich achter het privacyartikel, maar de vraag die voorligt is of we wel willen dat de rijkste man van Oekraïne 2,2 miljard euro wegsluist uit zijn verpauperde land naar een doodskamertje aan onze A10. De fiscus vinkte ’m af als afdoende bewijs, er was geen sprake van een brievenbus maar van een heus bedrijf. Anders zou er toch zeker geen kamerplant staan? Yeah right, Rinat.

Belasting betalen is geen privékwestie

Heinrich Heine smaalde dat in Nederland alles vijftig jaar later gebeurt, maar daarmee vergiste de dichter zich schromelijk in het Hollandse fiscale vernuft. De eerste fiscale constructie dateert van 1914, toen Shell z’n oliewinsten uit Venezuela offshore op Curaçao stalde. Daarna volgde in 1939 de beroemde Antillenconstructie als foefje om de vermogens van multinationals te behoeden voor confiscatie door de nazi’s. Belastingexperts roemen onze fiscale kroonjuwelen, waarvan de deelnemingsvrijstelling, de soepele rulingpraktijk en de meer dan negentig verdragen ter voorkoming van dubbele belasting de mooiste glimmers zijn.

De Lage Landen zijn een soort Fiscal Valley en het zou van kortzichtige naïviteit getuigen als wij onze fiscale voordelen eenzijdig schrappen. Tuurlijk, er stroomt zo’n honderd miljard euro onbelaste winst door de Hollandse trustkantoren. David Cameron (u weet wel, die van die Inc. op de Bahama’s) zal Jesse Klaver aanmoedigen tot uiterst principieel gedrag, en achter z’n rug de fiscale vluchtelingen handenwrijvend verwelkomen met lagere tarieven in het perfide Albion.

Fiscale nomaden zijn niet vast te nagelen. Hoe zorg je ervoor dat ze wel hun fair share betalen? Raak ze op hun meest gevoelige plek ná de portemonnee: hun reputatie. Openbaarheid van de blauwe envelop zal de rijken redeloos maken, maar wellicht is dat veelzeggend. En het reinigt sowieso.

Belasting betalen is geen privékwestie. Een meer publieke plicht is nauwelijks denkbaar. Vergelijk het met de contributie van de tennisclub of de bijdrage aan een Vereniging van Eigenaren: heeft een van de leden niet betaald, dan vermeldt de penningmeester die dubieuze debiteur gewoon in het jaarverslag. Burgers hebben er recht op te weten wie wat bijdraagt aan de kas van de club waar we allemaal lid van zijn: Nederland. Voor bazen van beursgenoteerde bedrijven, politieke ambtsdragers en tv-presentatoren is het inmiddels usance dat hun loonstrookje in volle naaktheid wordt getoond. Da’s wennen, ja, maar Hollanders moeten maar eens over het ongemak van het G-woord heen stappen. Geld, dat stinkende goedje dat de samenleving splijt. Zoals iedere therapeut kan vertellen is het soms beter de ziel te openen dan de woede te verbijten. Voor de rijken zal het slikken zijn, maar openheid over geld beteugelt macht, corruptie en vriendjespolitiek. Altijd.

Het mag een marxistische these zijn, maar zolang alleen de bazen weten wie wat verdient, zullen zij verdelen en heersen. Kapitalisme is een spelletje dat bij klaarlichte dag gespeeld moet worden. Dat bevordert de concurrentie en breekt beschermde posities af. Openbaarheid werkt. Wat iemand met z’n geld doet is privé, de verplichte afdracht aan de fiscus is dat niet.

Sinds nivelleren een feestje is

In Zweden en Noorwegen kun je al jaren opzoeken wat je buurman verdient. Treurig voyeurisme, zeker. En misschien brengt het verkopers van luxewaren, roofkippen en kidnappers wel op een idee. Maar transparantie heeft ook voordelen. Zo komen we erachter wie wel en wie niet zijn fair share bijdraagt. Als het inderdaad zo is dat ‘de 1 procent’ vrijwel geen belasting betaalt, dan hebben ze straks in Wassenaar, Blaricum en Bloemendaal wel iets uit te leggen.

Voer voor de voxpop? Wellicht. Maar zullen we dan ook even door de belastingaanslagen van de woestboze SP- en PVV-achterban bladeren? Wat ze iedere maand krijgen, dat weten de meeste mensen wel. Maar wat ze de baas daadwerkelijk iedere maand kósten … vraagteken.

Feit: modale inkomens betalen gemiddeld zo’n tweeduizend euro inkomstenbelasting per jaar. Daar kunnen de lantaarnpalen niet van branden en de scholen niet van open. Om die bonnetjes te betalen zijn er de hogere inkomens, die het juk van de verzorgingsstaat op hun schouders torsen. De top 25 procent hoogste inkomens hoestte in 2013 bijna tweederde van alle inkomstenbelasting op, tegen slechts 3 procent voor het onderste kwart.

Sinds nivelleren een feestje is, werden de rijken getrakteerd op villataksen en crisisheffingen, is de aftrek van hoge hypotheken effectief afgeschaft en wordt de vermogensbelasting met 37 procent verhoogd (de rest van Nederland krijgt juist verlaging). Noem het solidariteit. Maar het zet de verongelijkte toon waarmee miljoenen menen een greep in de clubkas te mogen doen in perspectief. Proficiat met uw subsidie, uw nieuwe heup of ander collectief goed; maar wie gaat dat betalen, buurman?

Gooi die blauwe envelop eens op tafel en er sluipt wellicht enige nuance in het Hollandse inkomensdebat. Ik publiceer mijn aangiftes al jaren. U mag dus weten dat mijn laatste aanslag 206.771 euro inkomstenbelasting vermeldde. Dat doe ik niet om mijn exhibitionisme of uw voyeurisme te bevredigen. Wel om ons te bevrijden van die hypocrisie rond het geld dat er, helaas, heel erg toe doet.