Duitse soldaten vielen voor ‘lollige’ Jopie

Ooggetuigen brengen in nieuw boek de aanval op Rotterdam tot leven. Zoals Jopie Kloots die op 10 mei in de schuilkelder zat.

De Duitse troepenmacht rukt op 14 mei op naar de stad. Uit het fotoalbum van een soldaat van de 9e Panzer Division. Uit Rotterdam Frontstad

Voor Jopie Kloots zitten er aan de oorlog ook plezierige kanten. Het meisje zit bij de aanval op Rotterdam in mei 1940 met haar vader, moeder en tante opgesloten in het gebouw van de Nationale Levensverzekering-bank aan de Boompjes, op de plek waar nu de Willemswerf staat. Duitsers houden het pand bezet, waarvan vader Kloots de inwonende conciërge is. In de schuilkelder zorgt de kleine Jopie voor „een zachte toets onder de geharde soldaten”, die haar volstoppen met chocolade.

Het verhaal van Jopie en haar familie is een van de ooggetuigenverslagen die historicus Gerard Groeneveld heeft verzameld in zijn boek Rotterdam Frontstad. Groeneveld vertelt die geschiedenis aan de hand van fragmenten uit privéarchieven van ‘gewone’ Nederlandse en Duitse burgers en militairen. Ook zijn uit diezelfde archieven driehonderd tot nu toe onbekende foto’s in het boek opgenomen. De nu 83-jarige Jopie Kloots was gistermiddag aanwezig bij de uitreiking van het eerste exemplaar aan burgemeester Aboutaleb in boekhandel Donner.

Voor vader Kloots wordt op die vroege ochtend van de tiende mei net als andere Rotterdammers gewekt door explosies op vliegveld Waalhaven. Uitkijkend over de rivier vanaf zijn balkon ziet de conciërge bij de Willemsbruggen watervliegtuigen landen. Soldaten peddelen in bootjes naar de oever, maar wat zijn het? Nederlanders? Engelsen? Duitsers? Als hij over de radio hoort dat het geen oefening is maar een vijandelijke aanval van de Duitse Wehrmacht, besluit Kloots de schuilkelder onder de bank op te zoeken. Jopie wordt er in dekens gewikkeld te slapen gelegd.

Het is de Duitse landingstroepen om de brug te doen. Die moeten ze in handen zien te houden. Vanuit Brabant zijn de hulptroepen onderweg die dezelfde dag de grens zijn overgestoken. Dat krijgt Kloots ook te horen van de Duitse soldaten die inmiddels het bankgebouw aan de voet van de brug zijn binnengetrokken: „Morgen komen de tanks over de brug en zijn jullie weer vrij.”

Het loopt anders. Het verzet is sterker dan gedacht. Onder andere vanuit het Witte Huis vuren Nederlandse militairen op de Duitse stellingen. Het groepje in de bank raakt geïsoleerd en kan weinig uitrichten. Binnen blijft de stemming goed. De soldaten delen hun proviand met de als het ware gegijzelde familie. „O, papa, wat is dat lekker. Krijg ik nog een stuk?” tekent vader Kloots op in zijn verslag dat Groeneveld voor zijn boek heeft gebruikt. „De soldaten vonden dat zo lollig dat wij nog meer kregen.”

Rotterdam Frontstad bevat schrijnende getuigenissen van de luchtaanval die na vijf dagen een einde maakt aan de patstelling bij de Maasbruggen. Het bombardement van de binnenstad luidt zoals bekend de overgave van de stad in en niet veel later het land. Groeneveld heeft het verloren gewaande originele capitulatiedocument van Rotterdam boven water gehaald, uit een tot nu toe onbekend archief dat op een Duitse veilingsite werd aangeboden.

De familie Kloots en de soldaten in de bank beleven tijdens het bombardement angstige ogenblikken. Jopie zit huilend tegen haar moeder aan.Zij weten niet dat de Luftwaffe het gebouw ontziet. Als alles achter de rug is mag de familie gaan en volgt een hartelijk afscheid van de aanvoeder van hun ongewilde beschermers. „Ik bedankte hem”, schrijft Kloots in zijn verslag, „want achteraf bezien heeft hij toch ons leven gered en we waren zeer ontroerd.”