Driekwart eeuw rumoer om het stadhuis

Protest in 1982 tegen de bouw van de Stopera op een leeg Waterlooplein, waar de laatste huizen zijn afgebroken. Foto Bert Verhoeff

Voor Amsterdammers is de Stopera een ding, een kwestie van vroeger. Voor het gebouw openging waren er vlammende protesten tegen: woningen moesten ervoor wijken, evenals een groot deel van de vlooienmarkt – en het was nog lelijk ook. Sinds het er is, halen Amsterdammers er hun paspoort, ze gaan er naar de opera en wie iets te zeggen heeft of horen wil gaat naar de raadszaal. Over de Stopera als gebouw hoor je ze niet meer.

Dat het gebouw niet één maar twee functies vervult, is het resultaat van een roerige voorgeschiedenis van twee projecten die driekwart eeuw door de gemeentepolitiek hebben gesleept, een nieuw stadhuis en een opera. En het is met die twee hoofdpijndossiers typisch Amsterdams geëindigd: ze zijn gecombineerd.

De geschiedenis van die hoofdpijndossiers is handzaam opgetekend door Herman de Liagre Böhl in Rumoer aan de Amstel. Hij kon voor de laatste fase putten uit de persoonlijke aantekeningen van Wim Polak die in de cruciale fase (1977-1983) burgemeester was. Maar gelukkig grijpt de historicus verder terug.

De ellende begint als Lodewijk Napoleon het 17de-eeuwse stadhuis op de Dam als paleis wil hebben, en de burgemeester het hem in 1808 met vleiende woorden aanbiedt. Vanaf dat moment moet de stad op zoek naar een nieuw onderkomen voor bestuur en ambtenaren. Maar er zal nooit iets gevonden worden dat de vanzelfsprekendheid heeft van de magistrale schepping van Jacob van Campen op het belangrijkste plein van de stad. Wat volgt is modderen met plannen en het geld voor die plannen.

De Liagre Böhl citeert met genoegen uit de raadsvergaderingen en kranten door de jaren heen. Er worden fascinerende gevechten geleverd tussen burgemeesters, wethouders en gemeenteraad – soms tegen elkaar, soms met elkaar tegenover het Rijk dat altijd geld belooft voor een nieuw stadhuis, maar niet altijd evenveel en altijd te weinig.

De Stopera is er gekomen, na driekwart eeuw delibereren, voor 100 miljoen meer dan begroot en ondanks harde protesten. „Mooi”, hoorde ik laatst een toerist zeggen.