Dijsselbloem toont begrip voor oplevend nationalisme

Internationale samenwerking Burgers denken niet alleen dat ze minder te vertellen hebben door ‘Brussel’. Dat is ook echt zo, zegt minister Dijsselbloem.

Het tempo van internationale integratie heeft te hoog gelegen. En het groeiende nationalisme waar het Internationaal Monetair Fonds voor waarschuwt, is een begrijpelijke reactie daarop. Dat zegt minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA), ook voorzitter van de Eurogroep, tegen NRC in Washington, in de marge van de IMF-voorjaarsvergadering.

„Mensen gaan meer hechten aan hun eigen, directe zeggenschap omdat ze het gevoel hebben dat de zaken ze aan het ontglippen zijn naarmate er meer geregeld wordt op internationaal niveau”, zegt Dijsselbloem. „Dat leeft niet alleen in Europa, maar ook in de Verenigde Staten.”

Hechtere Europese Unie is wens- denken

Nationalisme moet volgens hem niet alleen worden gezien als een probleem, dat tot minder samenwerking kan leiden. Het is ook een reactie op die samenwerking. „Er is een naoorlogse periode geweest waarin de Europese samenwerking door idealisme werd gevoed. Het idee was ook dat dit tot meer democratische legitimiteit zou leiden. In de praktijk is de invloed van de kiezer echter afgenomen. Dat is niet alleen een gevoel bij de burgers, het is echt zo.”

Dijsselbloem hoort, als voorzitter van Eurogroep, om zich heen dat een eventuele Britse uittreding uit de EU, de zogeheten Brexit, zou moeten leiden tot een hechtere unie bij de overblijvers. „Dat is wensdenken.” Dat geldt ook voor het streven naar een politieke unie, om de euro beter te laten functioneren. „Moet er een Europese minister van Financiën komen? De besluiten over de sociale zekerheid, de pensioenen, de belasting, zouden deels naar Brussel gaan. Ik denk dat dit soort gedachten juist heel schadelijk zouden zijn voor de samenwerking in de muntunie. De euroscepsis bij het publiek zou dan een nog grotere omvang aannemen. Ik deel het idee van de burgers dat ze directe zeggenschap willen houden over zaken die hen echt raken.”

Landen moeten volgens de minister zelf de verantwoordelijkheid houden. Hij is dan ook voor een ‘intergouvernementeel’ model, waarbij unanimiteit van besluitvorming geldt. „We hebben nu gemeenschappelijke begrotingsregels en een bankenunie. Daarin houden landen zelf de verantwoordelijkheid. Ik ben niet voor verdere grote sprongen voorwaarts. Dat is een wanhoopsoffensief om de boel bij elkaar te houden. We moeten versterken en verbeteren wat we nu hebben.”