Die gozer knakt vaak met haar knokkels

Hoe belandt een stoere vrouw vanuit Australië op een desolaat Engels eiland? Welk monster vergrijpt zich aan haar schapen? Wyld schreef een bekroonde roman vanuit ‘de frustratie een vrouw te zijn’.

Het monster dat Jakes schapen doodt bevindt zich in de taal Foto iStock

Jake Whyte, een boom van een vrouw, rolt het karkas van een schaap over het veld naar de wolschuur. Het deels uitgeholde, bloedende beest ‘dampt als een stoofpotje’ Het is in één maand tijd het tweede schaap dat Jake dood aantreft. Wie of wat vermoordt haar schapen? Welk monster? Met die vraag opent Evie Wyld (Londen, 1980) haar tweede boek, het met de European Union Prize for Literature bekroonde Overal Vogelzang.

De roman kwam voort uit ‘anger and frustration of being a woman’, zei Wyld in een interview met The Guardian. De mannen in het boek zijn, op een enkele uitzondering na, primitief, bot en boers, vaak ook nog alcoholistisch en gewelddadig. Het kwam Wyld op het verwijt te staan dat ze een mannenhater zou zijn. Daar tegenover staat dat hoofdpersonage Jake in bot- en boersheid nauwelijks voor de mannen onderdoet. Met opdrukken en sit-ups kweekt Jake haar spieren, ze knakt met haar knokkels, ze drinkt whisky als limonade en de mannen die haar omringen spreken haar aan met ‘gozer’. De boosheid en frustratie over het vrouw-zijn moeten Wyld ertoe hebben aangezet haar hoofdpersonage van al haar vrouwelijkheid te ontdoen. Zo bezien lijkt deze roman eerder van vrouwenhaat dan van mannenhaat vervuld.

Net als hoofdpersonage Jake heeft Wylds taal, in een overigens prachtige vertaling van Roos van de Wardt, forse biceps. Wyld beschrijft de handelingen van Jake zoals een bioloog het gedrag van een dier zou beschrijven: gedetailleerd, klinisch en wars van sentiment. Zelfs als Jake haar auto op een zeldzaam zwak moment de berm in rijdt omdat emotie haar overvalt, blijft Wylds beschrijving sober: ‘Ik drukte mijn duim tegen mijn neusbrug in een poging het prikken te laten ophouden.’ Midden in de traanloze huilbui fluit Wyld haar personage terug: ‘Ik stopte toen mijn neus begon te bloeden, veegde hem af met de zeemlap [...] en reed rustig naar huis.’ Zo, dat was wel weer genoeg aanstellerij, lijkt Wyld gedacht te hebben.

Tussen de regels door zindert een voortdurende dreiging; het monster dat Jakes schapen doodt bevindt zich in de taal. Alleen al dat, die taalbeheersing, maakt Overal Vogelzang ruimschoots het lezen waard.

In snel tempo volgen de raadsels rondom het onthechte personage Jake elkaar op: wat doet ze op dat eiland? Waar is ze voor op de vlucht? Waarom verliet ze haar ouderlijk huis in Australië? Hoe komt ze aan de gruwelijke littekens op haar rug? Wyld bouwt haar verhaal op in twee tijdlagen. De eerste speelt zich af op het desolate, Engelse

eiland. Jake woont er met haar hond en haar vijftig schapen. In huis is het vochtig, het kraakt er en de wind waait door de kieren van de wanden. Onder haar bed ligt een verzameling keukenmessen, naast de voordeur staat een geladen geweer. Met de stoïcijnse schapen noch de grommende hond heeft Jake een band die neigt naar warmte.

Monster

De andere verhaallijn beschrijft haar vlucht door Australië, voordat ze naar Engeland vertrok. Daar, in Australië, is het bloedheet en is alles dor, of anders wel stroperig en vettig.

Het contrast tussen het koudnatte Engelse eiland en het stoffige woestijnlandschap aan de andere kant van de wereld spreekt voor zich, en toch is de sfeer van de twee locaties vergelijkbaar; het zijn onbehaaglijke plekken. Of je nu zweet of klappertandt, kleeft of rilt, je kunt je er in geen geval geborgen voelen, ‘thuis’.

Wyld voert ons Australië binnen in omgekeerd-chronologische volgorde. In koele beheersing heft Wyld onze informatieachterstand op. Er gaat een stuwende kracht uit van die structuur, die het moeilijk maakt de roman weg te leggen, en toch schuilt hierin ook de zwakte: de nadruk komt zozeer op het oplossen van al de raadsels uit Jakes verleden te liggen, dat wat de roman werkelijk interessant maakt (thema’s als schuld, mens versus natuur, seksualiteit) er wat door overschaduwd wordt.

Doet dat ertoe? Nee, niet echt. Wyld heeft met Overal Vogelzang een roman afgeleverd die in je lijf gaat zitten, waarbij je onherroepelijk van de hoofdpersoon gaat houden. Je zou Jake Whyte, die grove, botte reus van een vrouw, willen omhelzen. ‘Stil maar meisje,’ zou je tegen haar willen zeggen, ‘samen overwinnen we dat monster wel.’