Britten tuigden paradijzen zelf op

Premier Cameron wil Britse belastingparadijzen aanpakken. Volgens critici net genoeg om bij publiek de indruk te wekken dat hij onrecht aanpakt.

De Theems in Londen. Op de achtergrond de City, het financiële district van Londen, waar veel internationale belastingconstructies worden opgetuigd. Foto Chris Ratcliffe/Bloomberg, beeldbewerking studio NRC

De kritiek op de Britse premier Cameron vanwege de onthullingen in de Panama Papers houdt aan. Cameron kondigde eerder deze week in het Lagerhuis maatregelen aan. Hij eist dat de Britse opsporingsdiensten meer toegang gaan krijgen tot financiële gegevens van bedrijven die gevestigd zijn op van de Britse overzeese territoria, zoals de Maagdeneilanden en de Kaaimaneilanden. Ook wil hij bedrijven gaan verbieden hun klanten te adviseren om belasting te ontduiken.

Maar of dat genoeg is om een einde te maken aan de Britse spilfunctie in grootschalige belastingontwijking? Daar zijn zijn tegenstanders nog lang niet van overtuigd. „Een masterclass in afleiding”, noemde oppositieleider Jeremy Corbyn van Labour de plannen. Ook belangrijke Britse deskundigen betwijfelen de effectiviteit van Camerons plannen. Dat komt vooral doordat de Britten grote belangen hebben bij het in stand houden van veel belastingconstructies.

Nummer-2 van de wereld

Door de onthullingen in de Panama Papers is nog eens extra duidelijk geworden hoe cruciaal de rol van het Verenigd Koninkrijk is in grootschalige internationale belastingontwijking. In de gelekte documenten is het Verenigd Koninkrijk het nummer-2 land waar de meeste tussenhandelaren in financiële constructies opereren: 1924 in totaal. Nummer-1 op de ranglijst van landen waar de meeste zaken wordt gedaan volgens de Panama Papers is Hongkong, een voormalige Britse kolonie, met 2.212 tussenhandelaren.

De opvallend grote rol voor het Verenigd Koninkrijk, de overzeese gebieden en voormalige koloniën is geen toeval, zegt hoogleraar Ronen Palan, hoogleraar internationale politiek aan de Londense City University. Hij publiceert veel over internationale financiële constructies. „Na het einde van het Britse Rijk is er een nieuw, financieel rijk ontstaan waar steeds minder regels gelden. Dat rijk strekt zich net als het oude uit over een groot deel van de wereld.” De Britten hebben nog steeds vele overzeese gebieden, waaronder bekende belastingparadijzen als de Maagdeneilanden, de Kaaimaneilanden en Bermuda.

Het Verenigd Koninkrijk heeft een lange traditie met belastingenclaves: een belangrijke oorsprong van financiële constructies zijn de Kanaaleilanden Jersey en Guernsey – die rechtstreeks onder de kroon vallen maar niet automatisch onder de autoriteit van het Britse parlement. Dat maakt een ander financieel regime op die eilanden mogelijk.

Er is daardoor een omvangrijke industrie ontstaan in het Verenigd Koninkrijk rondom het optuigen van internationale belastingconstructies, vooral in de Londense City, al zijn exacte cijfers over de omvang lastig te achterhalen.

Maar de werkgelegenheid en inkomsten die die bedrijfstak in Londen meebrengt is niet het enige Britse belang bij het in stand houden van deze praktijken.

Vanaf de jaren 70 probeert de Britse staat om de overzeese gebieden economisch op eigen benen te laten staan. Op eilanden waar verder amper grondstoffen of andere bronnen van economische groei zijn, is de offshore financiële industrie vaak de enige optie om op eigen bodem geld te verdienen. „Om de Britse belastingbetaler niet te laten opdraaien voor de kosten van de politieke banden met deze gebieden, stimuleerden de Britten lang deze bedrijfstak op Caribische eilanden”, zegt Palan. „Ze zijn daar nooit mee opgehouden.”

Butlers van de rijken

Na de onthullingen in de Panama Papers is de druk op David Cameron toegenomen om actie te ondernemen. Cameron verweert zich vaak door te zeggen dat de regering de afgelopen jaren veel grote internationale bedrijven heeft aangepakt die via ingenieuze belastingroutes, onder meer via Nederland, goedkoper af proberen te zijn. De regering trad met veel publicitair geweld op tegen onder meer Google en Starbucks. Volgende maand organiseert Cameron in Londen een grote internationale top over corruptiebestrijding, waar het waarschijnlijk ook zal gaan over internationale belastingontwijking.

Maar volgens critici is dat vooral voor de bühne. „Het is niet in het belang van de regering om al te hard op te treden”, zegt Jolyon Maugham, een advocaat in internationaal belastingrecht die zich de laatste dagen roert in het Britse publieke debat. „De regering doet precies genoeg om bij het publiek de indruk te wekken dat ze onrecht aanpakken. Maar intussen is het te aantrekkelijk om deze praktijken te laten voortbestaan. De Britten zijn van bezitters van de wereldrijkdom verworden tot de butlers van degenen die de wereldrijkdom bezitten.”

Hoogleraar Palan zegt dat er de laatste jaren onder Cameron minder regels zijn gekomen over belastingontwijking, niet meer. „Camerons aanpak is tot nu toe gericht op de publieke opinie. Hoe serieus deze nieuwe hervormingen zijn, hangt af van de precieze inhoud, en die is nog niet bekend. Maar tot nu toe heeft de Britse regering veel beloofd, en weinig gedaan.”